22.92 in de reeksen, 22.91 in de kwartfinales. Regelmaat toonde Kim Gevaert absoluut in haar eerste twee 200-races van het WK. Maar volstaat dat voor de finale? ,,Het wordt moeilijk'', zegt Gevaert. ,,Ik geef me dertig, hooguit veertig procent kans.''

Een pessimistische Gevaert omdat ze niet tevreden was over de manier waarop ze liep. ,,Het was verschrikkelijk hard knokken'', zei Kim. ,,De eerste 150 meter waren in orde, maar nadien kreeg ik de knieën gewoon niet meer omhoog. Verzuurd zoals zelden tevoren.''

De ene wedstrijd is de andere niet, maar Gevaert weigert te geloven in wonderen voor de halve finales van vandaag. Ze gaf zelfs een indruk van berusting, van gelatenheid. Of is het gewoon verstandige nuchterheid? ,,Okee, morgen is een nieuwe dag en misschien loop ik wel een goeie halve finale'', zei ze, ,,maar je moet realistisch blijven. Ik ga niet plots een halve seconde sneller zijn. Mijn doel in de kwartfinale was 22.70 lopen en dat is er niet uitgekomen. Wie weet kan je met 22.90 wel naar de finale, maar voor mij is dat niet okee. Ik wilde meer toen ik naar hier kwam.''

,,Nu, heel abnormaal is het niet. Het zal wel met vermoeidheid te maken hebben en die is dan weer het gevolg van een niet-ideale voorbereiding. Een maand geleden dacht ik zelfs dat ik er niet bij zou zijn op het WK. Nu heb ik toch al twee halve finales binnen. Daar moet ik dan wel blij mee zijn, zeker?''

Met die kwalificatie van gisteravond heeft Gevaert nu op beide spurtnummers alvast de olympische selectie beet, zodat ze het hele seizoen 2004 nu al volledig in functie van Athene kan plannen. En misschien ziet Kim het in de ontgoocheling van een niet vlot verlopen kwartfinale wel ietwat te zwart in. Zonder twijfel is zij intussen met coach Rudy Diels ook tot de vaststelling gekomen dat ze nog altijd de achtste tijd van de halvefinalisten neerzette. De finale is misschien niet zó ver weg als Gevaert dacht.