Hij kan fascineren. Met zijn prachtige traptechniek. En hij kan irriteren. Als hij weer eens staat te roepen tegen de scheidsrechter, het aan de stok heeft met een tegenstander of het publiek provoceert. Voor sommigen is Marc Schaessens (34) een schitterende voetballer met een jaloersmakende winnaarsmentaliteit, voor anderen een griezel die twee stenen kan laten vechten.

De kortsluitingen onder de hersenpan van de Lierse-middenvelder zijn in zijn achttiende seizoen profvoetbal in eerste klasse iets schaarser geworden. Maar tijdens de eerste topper van Lierse SK dit seizoen, tegen Anderlecht op 4 november, had hij het weer allemaal in zich.

  • De fascinatie: halverwege de eerste helft kapt hij met links mooi naar binnen en plaatst de bal met rechts met een hard bananenschot boven de kansloze Daniel Zitka in de winkelhaak.
  • De irritatie: nog in de eerste helft heeft hij na een incident met De Boeck door zijn wilde bewegingen en uitdagende mimiek welgeteld vijf seconden nodig om heel het stadion tegen zich in het harnas te jagen. Bij zijn vervanging in de tweede helft loopt hij tergend traag van het veld, genietend van het genadeloze fluitconcert dat over zijn hoofd neerdaalt.
  • Zeg nu niet dat zoiets je helemaal niets doet.
  • ,,Echt waar. Het doet me niks. Ik geniet er zelfs een beetje van. Het interesseert me niet dat ze allemaal fluiten. Alleen als mijn goede vrienden of familie me op één of andere manier afkeuring laten blijken, heb ik het heel moeilijk. Heel moeilijk.''

  • Nu ben je de rust zelve. Hoe komt het dat je op een veld of onmiddellijk na een wedstrijd helemaal anders bent?
  • ,,Dat is karakter, hé. Dat heeft alles met mijn winnaarsmentaliteit te maken. Ik wil áltijd winnen. Dat is niet alleen in het voetbal zo. Als ik een spelletje speel met mijne kleine , moet hij niet denken dat ik hem laat winnen. Nooit. Hij begint wel eens te bleiten bij verlies. Maar dat is voor mij nooit een reden geweest om hem te laten winnen. Mijn vrouw wordt er gek van. ,De Schaessens-mentaliteit', zucht ze dan.''

  • Provoceer je daarom ook graag de tegenstrevers én de scheidsrechter?
  • ,,Dat hoort erbij. Als je merkt dat je rechtstreekse tegenstrever beter is dan jezelf, moet je ingrijpen. Ik doe het op mijn manier. Dan begin ik wat te praten en ambetant te doen om hem uit zijn spel te krijgen. En de arbiter erbij betrekken. Dat vind ik plezant. En het komt de ploeg ten goede. Al die supporters van andere ploegen die me altijd uitfluiten, moeten er eens over denken hoe plezant het is zo iemand als ik in hún ploeg te hebben.''

  • Wat zegt de datum 23 februari 1985 jou?
  • ,,Mijn debuut in eerste klasse met Beerschot tegen Waregem.''

  • Je was zestien jaar. Na Raymond Braine, Rik Coppens en Juan Lozano moest jij de vierde wondervoetballer worden die het Kiel na WO II voortbracht.
  • ,,Je houdt het bescheiden. In die tijd werd ook de naam van Paul Van Himst en Jef Mermans genoemd. Nóg grootheden die op hun zestiende in eerste klasse debuteerden. Achteraf bekeken hoor ik niet meer in die rij.''

  • Logische vraag: wat is er misgelopen?
  • ,,Ik kon de druk niet aan. Ik was de grote belofte van het Belgische voetbal. Bijna alle eersteklassers hadden bij mij op de stoep gestaan voor ik op mijn veertiende voor Beerschot koos. Ik was zestien jaar en voelde elke dag dat ik me moest bewijzen. Op dat moment kon ik een begeleider goed gebruiken.''

  • Zeker? Hier en daar werd gezegd dat je onhandelbaar was. Jos Daerden en Simon Tahamata, toen de ervaren rotten bij Beerschot, werden altijd van antwoord gediend als ze een opmerking maakten. En dat antwoord klonk niet altijd even fraai.
  • ,,Ja, dat klopt. Ik was een impulsief mannetje. En dan nog op z'n Antwaarps . Heel scherp maar altijd eerlijk. Ik riep iets en het was eruit, hé. Daarna lag het probleem bij hen, niet meer bij mij. Eerst spreken en dan denken. Ik heb dat altijd gehad. Een grote mond ook. Ik herinner me eens dat mijn broer kwam wenen omdat ze hem pestten. Ik was vier jaar jonger dan hij maar ging dat even ,regelen'. Ik lag in het gips en dan pataat tegen die gast zijn schenen met mijn gips. Die kerel was twee koppen groter. Nu ben ik wel iets kalmer geworden.''

  • Je speelde als tienjarige samen met Eric Van Meir bij Hoboken. Eric vertelde dat, toen hij voor de eerste keer in de kleedkamer kwam, iemand hem terug buitenstuurde. Die iemand was jij, Marc.
  • ,,Ik weet het niet meer maar ik kan me dat voorstellen. Ik ben altijd een sfeermaker geweest. Mijne kleine voetbalt ook. Die is rustiger. De jongste van mijn broer is precies dezelfde als ik. Dat mannetje komt pas kijken maar trekt zich nergens wat van aan. Roepen ze iets naar hem, dan roept hij terug en doet gewoon verder. Dat is niet altijd goed. Mijn broer zal hem in toom moeten houden. Gelukkig heeft die kleine net als ik een heel klein hartje.''

  • Kan je je voorstellen dat een jonge kerel jou antwoordt zoals jij de ouderen indertijd antwoordde?
  • ,,Dat is al gebeurd. Ik trek dan snel mijn conclusies en zeg niets meer. Maar ik denk ook: vroeger hebben ze toch veel geduld met mij gehad (lacht ). Nu zeggen dat ik door mijn karakter die grote carrière miste, is larie. Je kan een speler toch niet alleen op zijn gedrag beoordelen? Voor de meesten stond mijn talent echter altijd in de schaduw van mijn, toegegeven, niet altijd even gemakkelijk karakter. Vooral bij Club Brugge, waar Hugo Broos en Franky Van der Elst het niet op mij hadden begrepen.''

  • Weet je waar ik denk dat het verkeerd is gelopen? Ze hadden jou nooit rechtsachter mogen maken.
  • ,,Toen ik in de eerste ploeg van Beerschot kwam, was ik spits. Aad Koudijzer zette me rechtsmidden en nadien rechtsachter. Ik speel nu al drie jaar geen rechtsachter meer maar op de beslissende momenten, met mijn transfers naar Standard en Club Brugge, stond ik inderdaad op die plaats. Ik kan positioneel verdedigen maar man tegen man is niet best. En als ik moet tackelen, heb ik altijd de man mee omdat ik dat niet goed kan. Wat moest ik doen? Ik had een grote mond maar kon toch niet tegen de trainers zeggen dat ik niet als rechtsachter wilde spelen.''

  • Bondscoach Anthuenis zei niet lang geleden: ,Iedereen heeft het over Boffin, maar Schaessens doet het net zo goed'. Droom je nog van de nationale ploeg?
  • ,,Spijtig dat het een beetje te laat is. Ik ben 34 jaar en nu komen ze ermee af. Ik zal klaar zijn als hij mij oproept maar ik lig er niet wakker van. Ik ben tevreden met wat ik heb gehad. En de laatste jaren komt de erkenning eraan. Eindelijk.''

  • Wat wil je na jouw carrière doen?
  • ,,Als ze hier op Lierse een grasmachine kopen, wil ik gerust mijn dagen vullen met het gras af te rijden. Daar voel ik me niet te goed voor. Trainer van de jeugd zie ik ook zitten. Maar nooit trainer in eerste klasse. Te veel druk.''

  • Je hebt een diploma van automechanica. Zie je jezelf dat verzilveren?
  • ,,Neen. Het enige wat ik er nog van weet, is dat er vier wielen onder een wagen staan.''

  • Hoezo? Je bent toch een autofreak?
  • ,,Alleen om te kopen. Ik reed nooit meer dan twee jaar met dezelfde wagen. Nu rijd ik met een wagen van de club. Je kan je niet voorstellen hoeveel pijn het deed dat ik mijn BMW 525 moest verkopen. Daar was ik zo tevreden over.''

  • Nooit een Porsche of Ferrari gehad?
  • ,,Neen, dat vind ik overdreven. Dat zijn fantastische wagens maar ik wil het niet uitlokken. Zo van ,zie hem daar'. BMW is voor mij goed genoeg.''

  • Voetbal en auto's. Typisch een voetballer. Toch heb je geen typische voetballersvrouw.
  • ,,Och, ze is ongelooflijk belangrijk geweest. Hilde is om te beginnen al slimmer dan ik. Ze steunde én stuurde me in al mijn beslissingen. Ze is bijna vier jaar ouder maar dat is nooit een probleem geweest. Als wij thuis zijn, zijn wij er voor elkaar en voor de kleine . Vroeger was ik drie dagen slecht gezind na een nederlaag, nu twee uur. We zijn een heel goed gezin. Daarom doen we er geen tweede kindje meer bij. Hoewel ik me soms wel afvraag hoe dat er zou uitzien.''