Wist de Staatsveiligheid al begin juni dat er een zware sanering -- of zelfs sluiting -- in de lucht hing bij Ford Genk en dat dat te maken kon hebben met de Irak-politiek van ons land? Heeft ze dat doorgegeven aan de regering? En waarom heeft iedereen dat verzwegen? Het Comité I, dat de werking van de informatiediensten bewaakt, onderzoekt de kwestie. Het uitlekken van het nieuws zorgde vrijdag aan de poorten voor Ford Genk voor een bijna-opstand. De oppositiepartijen schreeuwen moord en brand. Premier Verhofstadt heeft het over een ,,vage informatie, zoals er elke dag wel 200 binnenlopen bij de Staatsveiligheid.''

De voorzitter van het Comité I, Jean-Claude Delepière, bond de kat de bel aan donderdagnamiddag in de bijzondere parlementaire commissie van het vast comité van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

,,Wij beschikken over informatie dat de Staatsveiligheid begin juni gehoord zou hebben dat het economisch heel slecht ging met Ford. Er moest gesaneerd worden en Ford Genk zou in de klappen delen, onder meer door de anti-Amerikaanse houding van België in de Irak-crisis. Het Comité I gaat dit onderzoeken.''

De commissieleden namen er verder geen aanstoot aan, ze stelden geen vragen aan Delepière. Een rondvraag leert dat de meesten het zelfs niet gemerkt hebben dat hij dat zei. ,,Het was en stoemelings gezegd, toen hij het had over de gebrekkige samenwerking tussen de militaire inlichtingendienst en de Staatsveiligheid. Het was niet meer dan een voorbeeld'', klinkt het.

,,Onzin'', zegt commissielid Tony Van Parys (CD&V). ,,Delepière is een integer man en van PS-strekking. Hij vertelt dus géén oppositiepraat. Als die man zoiets zegt, dan heeft dat wel degelijk een bedoeling. Het was een waarschuwing voor ons, zoveel is duidelijk. Die informatie was véél te gevoelig om bij wijze van boutade gezegd te zijn.''

Toen het nieuws vrijdag in de kranten Belang van Limburg en Gazet van Antwerpen stond, was er geen houden meer aan. Bij Ford Genk ging de blok erop. Er was geen huis meer te houden met de arbeiders, ze bezetten kruispunten en gingen verhaal halen bij de Genkse burgemeester. De CD&V'er liet niet na uit te halen naar de beleidsverantwoordelijken: ,,Die mensen moeten hun conclusies trekken.''

De vakbonden riepen onmiddellijk een 24-urenstaking uit en hadden alle moeite om de gemoederen enigszins te bedaren.


Twee nota's
Premier Verhofstadt zat ondertussen ook niet stil. Hij ging aankloppen bij het hoofd van de Staatsveiligheid, Koen Dassen. Die diepte twee interne nota's op: eentje gedateerd op 5 juni, een ander op 10 juni van dit jaar.

De inhoud van de nota van 5 juni: ,,Een occasionele, niet-verifieerbare en anonieme bron stelde dat Ford om financiële redenen en wegens een overaanbod aan auto's op de markt productiefaciliteiten in Europa zou moeten sluiten.'' Die anonieme, niet-verifieerbare bron vreesde ook dat ,,België slachtoffer zou kunnen zijn wegens de politieke houding in het dossier Irak.'' In de nota van 10 juni werd Ford Genk nog eens genoemd, maar dan zonder enige verwijzing naar Irak.

De regering is nooit op de hoogte gebracht daarvan. Ook al omdat de informatie nooit hard is gemaakt. Het bleven geruchten van één anonieme bron van wie de betrouwbaarheid hoegenaamd niet vaststond. Bovendien, zegt premier Verhofstadt nu: ,,De Staatsveiligheid krijgt elke dag veel van zulke berichten.'' En: ,,Zowel Ford als de Amerikaanse ambassade ontkennen formeel dat er een verband is tussen de sanering bij Ford en de politieke houding van de België in de Irak-crisis.''

Voor hem reden genoeg om het verhaal als een kwakkel af te doen. Een bedoeling van de oppositie om de regering te destabiliseren. ,,Maar het is vooral een kaakslag voor de duizenden werknemers van Ford Genk. Dit is spelen met de gevoelens van die mensen op het moment dat de regering en de vakbonden zij aan zij staan in het gevecht voor het behoud van de jobs in Genk.''