Vorig jaar had een Vlaamse werkloze gemiddeld 6,7 maanden nodig om een baan te vinden.

ARBEID

Vier op de tien van alle Vlaamse werklozen (39,6 procent) hadden in 2007 meer dan twaalf maanden nodig om aan een baan te geraken. Voor bijna een op de vier van de werklozen (23,5 procent) duurde die zoektocht naar werk echter minder dan 1 maand. Als mediaan gaf dat een periode van 6,7 maanden om werk te vinden.

Dat leert een studie door de Vlaamse arbeidsdienst VDAB. De analyse toont het belang aan van de economische conjunctuur, en van de leeftijd en het scholingsniveau van de werklozen op de werkloosheidstermijn.

Conjunctuur: in 2003, in economisch minder gunstige tijden, vergde de gemiddelde zoektocht naar werk nog meer dan 12maanden, bijna het dubbele van vorig jaar. In 2003 was er een lichte meerderheid van werklozen (52,6 procent) die meer dan een jaar lang zonder succes solliciteerde.

Leeftijd: jonge werkzoekenden geraken veel sneller aan het werk dan oudere. Vorig jaar raakte meer dan een kwart van de werklozen jonger dan 25jaar (27,5 procent) binnen de maand aan een baan. De gemiddelde duurtijd van werkloosheid bij de jongeren lag op 4,2 maanden. Voor 30- tot 40-jarigen liep die werkloosheidsduur op tot 11,5 maanden, bij 45-plussers zelfs tot meer dan een jaar.

Doordat jongeren vaker bereid zijn om tijdelijke jobs te aanvaarden, zoals interimwerk, en omdat ze goedkoper zijn, vinden ze sneller werk dan ouderen, aldus de VDAB. Maar die vaststelling geldt niet voor alle jongeren. Bijna een derde (32,4 procent) van alle min-25-jarigen had in 2007 na twaalf maanden zoeken nog altijd geen job gevonden.

Scholing: naast leeftijd speelt ook het opleidingsniveau een grote rol in de snelheid waarmee werklozen aan de slag geraken. Bij hooggeschoolden is de werkloosheid gemiddeld beperkt tot iets meer dan 7maanden, voor alle leeftijden. Bij laaggeschoolden is dat meer dan 12maanden.

Vooral bij de jongeren is het scholingsniveau van belang. Bij dertigers en veertigers is dat veel minder. Zo zijn er evenveel hoogopgeleide als laagopgeleide 45-plussers die na 12maanden nog geen job hebben gevonden. De verklaring daarvoor is vermoedelijk dat werkervaring en verworven beroepscompetenties in de oudere leeftijdsgroepen belangrijker zijn geworden dan het eigenlijke schooldiploma.

De VDAB onderstreept ten slotte dat 'de snelheid waarmee een job wordt gevonden, niets zegt over de duurzaamheid van die jobs'. (jir)