'Glasvezel tot voordeur' kan concurrentie hinderen
Eric Van Heesvelde.pn
Foto: © Danny Gys
Het BIPT bekijkt de gevolgen van de aanleg van snelle glasvezelverbindingen door Belgacom.

TELECOM

Van onze redacteur



De aanleg van glasvezelnetwerken tot bij de eindgebruiker is de volgende grote belofte in de telecomwereld. In onze buurlanden zijn onder meer KPN en France Telecom in sommige gebieden begonnen met de uitrol van zo'n fiber to the home-infrastructuur, FTTH in het jargon, die theoretische datasnelheden kan bieden tot honderd megabit per seconde. In België staat men nog niet zover, maar Belgacom bekijkt de supersnelle glasvezel van dichtbij en is op enkele plaatsen bezig met testprojecten. Met FTTH zou Belgacom voor het eerst hogere datasnelheden kunnen bieden dan de tv-kabel.

Maar die plannen doen ook een alarmbelletje rinkelen bij het BIPT. Voorzitter Eric Van Heesvelde verklaarde al eerder aan deze krant (DS 4december 2007) dat hij bezorgd is over de mogelijke impact van FTTH op de breedbandmarkt. De aanleg van glasvezel tot bij de eindgebruiker zou namelijk heel wat straatcabines en centrales van Belgacom overbodig maken, en dat zijn net de knooppunten waar alternatieve operatoren moeten 'inhaken' op het netwerk van Belgacom om hun diensten te kunnen aanbieden aan de consument.

Van Heesvelde zei gisteren, in de marge van de Telecom Investor Day van Dexia, dat hij 'de discussies wil intensifiëren'. Het BIPT heeft zopas een bevraging afgerond van de betrokken marktspelers en richt nu een werkgroep op die zich aan het probleem gaat wijden. Een specifieke moeilijkheid, zegt Van Heesvelde, is dat Belgacom niet werkt met zogenaamde ducts, ingegraven goten waardoor je relatief gemakkelijk nieuwe ondergrondse kabels kan trekken. Daardoor is het ook niet mogelijk om goten te delen met alternatieve operatoren, een oplossing die in andere landen wel wordt gebruikt.

De BIPT-voorzitter vraagt zich ook af of de alternatieve operatoren in eigen glasvezelverbindingen zullen durven te investeren. Hij stelt voor om te bekijken of de kosten niet gedragen kunnen worden via publiek-private samenwerkingen (PPS). Van Heesvelde vergelijkt dat met de aanleg van de Belgische kabelnetwerken in de jaren 60 en 70, waarin ook de gemeenten hebben geparticipeerd.

De BIPT-topman meldde ook dat er nagegaan wordt of het toenemend aanbod van 'productbundels' geen gevaar vormt voor de concurrentie. Spelers die al een sterke positie hebben in één markt zouden die productbundels immers kunnen misbruiken om marktaandeel te verwerven op andere markten. Denk aan Belgacom, dat zijn telefonie- en internetklanten probeert te overtuigen om er ook televisie bij te nemen. 'De huidige Europese richtlijnen pakken dit probleem niet aan. Een werkgroep gaat dit nu bekijken', aldus Van Heesvelde.