Wie betaalt die reizen?
Foto: © Jimmy Kets
Dat bedrijven de reiskosten van journalisten ophoesten, zal hun redactionele bijdragen niet noodzakelijk beïnvloeden, daar is Tom Naegels gerust op. Maar er open over communiceren, is wel aangewezen.

Een lezer maakte me erop attent dat de wetenschapspagina's vaak berichten vanop een congres in het buitenland. Da's mooi, 'maar', zo schrijft die lezer, 'het is me opgevallen dat de stukken vaak goed voorzien zijn van namen van nieuwe medicijnen én hun producenten. Ik stel me de vraag: het zijn toch zeker niet die bedrijven die de vervoers- en verblijfskosten dekken?'

Wel: toch meestal. De afgelopen twaalf maanden ging er elf keer een redacteur wetenschap op buitenlandse reportage, goed voor zeventien stukken. Drie keer werden het vervoer en verblijf betaald door een niet-commerciële organisatie. In de andere gevallen was de financier een farmaceutisch bedrijf: Stallergenes (bezoek aan Amilly, Frankrijk, waar een nieuwe graspil tegen hooikoorts wordt gemaakt, reportage verschenen op 4 mei 2011), Novartis (de Amerikaanse kankerconferentie in Chicago, 6, 9 en 15 juni 2011, en de jaarvergadering van de Amerikaanse hematologievereniging in San Diego, 19 december 2011 en 11 januari 2012), Roche (Bazel, tests die kunnen voorspellen of een kankermedicijn bij een patiënt zal werken, 12 maart 2012), en de grootste hap is voor Merck, Sharpe & Dohme (MSD), voor de bezoeken aan Londen (congres van de Europese vereniging van reumatologen, twee stukken op 30 mei 2011), Parijs (Europese hartconferentie, 31 augustus en 1 september 2011), Lissabon (jaarvergadering van diabetologen, 19 september 2011) en Barcelona (Europees levercongres, 23 april 2012).

'Dat zou ik namelijk problematisch vinden', aldus nog de lezer.

En? Is het dat?

'Het is een teer punt', reageert Steven Stroeykens, chef van de wetenschapsredactie. 'Ik voel me er ongemakkelijk bij, maar het is vaak de enige manier om op interessante plaatsen te komen, omdat we zelf het budget niet hebben.'

Nu neemt de krant wel maatregelen om haar onafhankelijkheid te waarborgen. Met MSD werd vroeger een contract afgesloten, waarin stond dat het de journalisten vrij schreven wat ze wilden. 'Dat contract wordt nu niet meer gebruikt', zegt redactrice Hilde Van den Eynde, 'maar ik ga ervan uit dat het stilzwijgend nog geldt. Mijn reportage uit Lissabon behandelde de vraag of een van de diabetesmedicijnen van MSD kankerverwekkend was. Daar waren ze niet blij mee, maar ze hebben niets gezegd als: “We hebben nochtans je reis betaald,.'

Bovendien vergewist Van den Eynde zich er vooraf van, zegt ze, of er op het congres echt nieuws te rapen valt, checkt ze de beweringen van ieder bedrijf bij neutrale bronnen als universiteiten en ziekenhuizen, en ziet ze erop toe dat ook concurrenten van het betalende bedrijf ruim aan bod komen. 'Toen Stallergenes me uitnodigde voor een reportage over zijn hooikoortspil, heb ik bij Philippe Gevaert, hooikoortsspecialist van het UZ Gent, gecontroleerd of ze echt baanbrekend was. Pas toen hij dat bevestigde, ben ik gegaan - maar ik heb ook ALK Abello vermeld, de concurrent, die aan een soortgelijke pil werkt. In mijn hoofd ben ik onafhankelijk, al blijft het een vorm van embedded journalism.'

Zowel Stroeykens als Van den Eynde benadrukt dat ze nooit onder druk gezet zijn. Het voornaamste probleem rijst volgens hen bij de agendasetting: wie uitnodigt, koopt redactietijd, niet per se voor zichzelf, maar voor zijn onderwerp.

Disclaimers

Doet zich hier een probleem voor en, zo ja, wat is de oplossing? De meest radicale, principiële houding zou zijn: 'Als we niet zelf kunnen betalen, dan gaan we niet.' Van den Eynde wijst erop dat op sommige wetenschappelijke congressen veel nieuws te rapen valt. 'Ik kan er alle lezingen bijwonen, en niet alleen de presentatie van het bedrijf dat me heeft uitgenodigd. Het loopt er vol experts, die ik kan aanspreken om beweringen te controleren. Soms is het probleem van evenwicht groter als je naar een persconferentie in Brussel gaat.'

Moet de krant bij iedere buitenlandse reis aangeven wie ze heeft gefinancierd? De sectie reizen plaatst sinds kort een disclaimer. Afgelopen weekend was dat: 'Deze reportage kwam tot stand i.s.m. Thomas Cook Sport. De Standaard doet aan onafhankelijke reisjournalistiek. Deze reis werd ons aangeboden, maar zonder afspraken over of beïnvloeding van de uiteindelijke waardering ervan.'

Disclaimers zijn hot, al kan je er wel bedenkingen bij maken. Onafhankelijkheid is een houding. Je kan die moeilijk 'bewijzen' in materiële termen. Tegelijk zijn er zoveel factoren die een journalist mogelijk kunnen beïnvloeden, tot emotionele verbondenheid met het onderwerp toe, dat de nadruk op 'wie heeft er betaald?' me soms wat arbitrair voorkomt. Temeer daar de effecten van een eventuele beïnvloeding zich vooral laten voelen in wat er niet wordt geschreven, waar er geen oog voor is. Dan moet je al terugvallen op een bewijs uit het ongerijmde om aan te tonen dat er, in andere omstandigheden, wel oog voor was geweest.

Wel is het zo dat betaalde reizen lezers wantrouwig maken. Een disclaimer toont dat de redactie er transparant over communiceert. En omdat er nu toch een is voor de reizen, lijkt het me logisch die uit te breiden tot alle reportages waar de reiskosten door derden werden betaald. De wetenschapsredactie zelf is voor het idee gewonnen. In de reportage uit Maleisië van afgelopen week maandag (30 april) staat: 'Wie gaat het flesje van de toekomst leveren? Misschien de gloednieuwe proeffabriek Loji Pandu Bioplastik in Kuala Lumpur, die we onlangs bezochten tijdens een door de EU betaalde persreis naar Zuidoost-Aziatische instituten.'

De ombudsman houdt de redactie van De Standaard wekelijks een spiegel voor. Opmerkingen over journalistiek in De Standaard kan u melden via ombudsman@standaard.be en via www.standaard.be/ombudsman, waar u ook links vindt naar zijn Facebook- en Twitterpagina (@OmbudsDS)