vrij hut

Het is uitzonderlijk, maar toch gebeurt het al eens dat in een andere krant dan De Standaard een nieuw woord zijn intrede doet. We moeten in die zeldzame gevallen niet te beroerd zijn om daar toch kond van te doen. Het betreft deze week een term die vooreerst in de Gazet Van Antwerpen verscheen, en meteen daarna werd opgepikt door Het Laatste Nieuws. We hebben het hier over het woord 'vrijhut', dat eigenlijk al een verbastering is van de variant 'dekhut', wat dan weer een enigszins foutieve weergave is van het oorspronkelijke 'sekshut'. En sekshut, zo hebben etymologen achterhaald, werd voor het eerst gebruikt in het vorige week verschenen derde (3de!) boek van Eddy Planckaert. Eddy en zijn clan, onderhand zo groot als een voetbalploeg, zijn in de Ardennen ietwat eng behuisd, wat de privacy van de drie (3!) koppels niet ten goede komt. Eddy zelf en zijn vrouw Christa zijn ondanks hun leeftijd best nog vurige mensen, zegt Eddy zelf, maar naar verluidt maakt vooral schoonzoon Christopher behoorlijk wat kabaal, en dat begint op Eddy's tenen te werken. Dat noopte Eddy tot het bouwen van een aparte boomhut waar iedereen naar believen kan vozen. Het is te zeggen, naar believen: er wordt wel een beurtrol afgesproken, om onderlinge gekibbel te voorkomen. Eddy Planckaert bouwt dus een houten peeshok in een boom. Een afwerkkamertje met een touwladder. Of voor de schoonmaak en het verversen der lakens ook een beurtrol werd afgesproken, dat is voor een volgend boek. (th)

Deze rubriek plukt elke week een ...