We lopen economische groei mis
Ivan Van de Cloot: 'Ondanks de schaarste op de arbeidsmarkt, zijn er toch veel werklozen in België.'Bart Dewaele
Foto: © Bart Dewaele
De werkloosheidscijfers in sommige Vlaamse regio's spreken tot de verbeelding. Als er in Tielt bijvoorbeeld maar 2,36 procent van de beroepsactieve mannen op zoek zijn naar werk, betekent dat dat er in de regio een enorme spanning heerst op de arbeidsmarkt: werkgevers schreeuwen om personeel, dat ze in eigen regio niet meer vinden.

In hoeverre weegt dat personeelstekort op de economische groei? Ivan Van de Cloot, econoom bij ING, zegt dat er alleszins 'opportuniteitskansen' verloren gaan. Met andere woorden: omdat een aantal jobs niet ingevuld geraakt, missen we economische groei.

Van de Cloot maakte eind vorig jaar de berekening al eens voor de bouwsector. Als alle vacatures daar vorig jaar ingevuld waren geraakt, had dat het Belgisch binnenlands product tot 1,5 miljard euro meer kunnen opleveren. Het tekort aan geschoold personeel kostte de bouwsector een productieverlies van 5 procent, berekende de Confederatie Bouw. Dat is het equivalent van 8.000 jobs. Voor de Belgische economie betekent dat 646 miljoen euro aan gemiste inkomsten (5 procent van 12,9 miljard euro, de toegevoegde waarde in de bouw). Bovendien zouden die 8.000 jobs in de bouwsector, als ze ingevuld waren, ook nog eens 9.000 andere nieuwe jobs creëren bij toeleveranciers. Rekenen we ook die mee, dan zou een volledige invulling van alle vacatures de Belgische economie minstens 0,97 en hoogstens 1,5 miljard euro extra hebben opgeleverd.

Het probleem blijft niet beperkt tot de bouwsector, zegt Van de Cloot, en het doet zich evenmin alleen voor in sectoren waar volgens de statistieken de werkloosheid laag is. Hij geeft het voorbeeld van de textielsector, die officieel kampt met een werkloosheidsgraad van 15 procent - bijna het dubbele van de werkloosheidsgraad in heel België. Maar ook daar raken heel wat vacatures niet ingevuld. 'Dat heeft onder meer te maken met het verwachtingspatroon', zegt Van de Cloot. 'Veel mensen denken dat er “in de textiel toch geen werk meer is,. Met als gevolg dat de bedrijven die er nog wel actief zijn, geen geschikte mensen vinden.'

In sommige sectoren klinkt de roep dan ook luid om de mogelijkheden te vergroten om werknemers in het buitenland te gaan zoeken. Maar daarbij verliest men de paradox uit het oog dat er, ondanks de schaarste op de arbeidsmarkt, toch nog heel veel werklozen zijn in ons land, zegt Van de Cloot. In Vlaanderen alleen al zijn ze met 182.000. 'Die werklozen moeten opnieuw geactiveerd worden. Dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel van hen hebben een verkeerde vooropleiding om nu ingezet te kunnen worden en zouden zich dus moeten omscholen. De VDAB heeft daar trouwens al veel in geïnvesteerd.'

Voorlopig zijn er nog geen tekenen dat de schaarste op de arbeidsmarkt ook leidt tot hogere lonen, wat dan op zijn beurt de economische groei zou kunnen afremmen. Dat is onder meer te danken aan de loonnorm, die bepaalt dat de lonen in ons land niet meer mogen stijgen dan de gemiddelde toename in Frankrijk, Duitsland en Nederland. Die norm moet ervoor zorgen dat we concurrentieel blijven tegenover onze buurlanden.

Van de Cloot wijst erop dat er juist dankzij de beperkte gemiddelde loonstijging veel meer jobs zijn ontstaan dan anders het geval geweest zou zijn. 'Per procent economische groei worden er nu veel meer banen gecreëerd dan bijvoorbeeld tien jaar geleden.'

In die zin is de loonmatiging een vorm van solidariteit, zegt hij. 'Vroeger zat de olieprijs bijvoorbeeld volledig verrekend in de index, en leidde een stijging van de olieprijs dus ook tot een stijging van de lonen via het indexeringsmechanisme. Op die manier werd de koopkracht zogezegd gevrijwaard - behalve natuurlijk voor degenen die, zoals bij de oliecrisis in de jaren zeventig, hun job kwijtspeelden. Omdat men nu de olieprijs uit de index heeft gehaald, leveren we allemaal wat koopkracht in als de olie duurder wordt. Maar er moeten wel minder mensen afvloeien.'

Het gevolg van die loonmatiging, en van de technologische vooruitgang, is echter ook dat het aandeel van de lonen in het bruto binnenlands product (bbp) voor het eerst sinds 1971 gedaald is onder de vijftig procent, zoals De Tijd gisteren meldde. De totale loonmassa in ons land is dus minder snel gegroeid dan het bbp, terwijl de winsten van ondernemingen relatief sneller groeiden.

Het loonaandeel in het bbp daalt trouwens al jaren, niet alleen in België maar ook in andere Westerse landen. In België ligt het loonaandeel in de economie met 49,95 procent trouwens nog iets hoger dan in Duitsland (49,5) en Nederland (49,2), maar lager dan in Frankrijk (51,9). Een 'ideale' verhouding vanuit economisch standpunt is er trouwens niet, zegt Van de Cloot.