De opleiding snit en naad moet dringend weer in de mode raken.

In 2006 besteedde 84 procent van alle kledingfabrikanten in ons land zijn productie (althans gedeeltelijk) uit aan lagelonenlanden. De modesector in België schreeuwt nochtans om vakmanschap. De creatieve industrie groeit vijf keer sneller dan de algemene economie, maar de modesector is slechts een kleine schakel in die keten van onder meer film en muziek.

Door delokalisatie en de groeiende concurrentie met lagelonenlanden, kreeg het imago van de mode-industrie een flinke deuk. 'De sector werd spontaan met teloorgang geassocieerd', zegt Isabelle de Voldere, een van de onderzoeksters van de Vlerick Management School die de Fashionate about Creativity-studie voerden. 'Hij wordt nog te vaak niet ernstig genomen en investeerders aantrekken is niet makkelijk.' Ten onrechte, zo blijkt, want 'de sector is wel dynamisch.'

In de jaren tachtig kromp de modesector danig, maar inmiddels is die terugval gestabiliseerd. Vandaag zijn zo'n 50.000 mensen in de modewereld actief, maar meer dan de helft daarvan bestaat uit personeel van de kleinhandel. Een verkoopster van pakweg Zara, heeft maar weinig te maken met de Antwerpse modescene.

Modellenstiksters en patroontekenaars zijn ondertussen knelpuntberoepen. 'Het werd er bij de mensen echt ingebakken dat je geen toekomst hebt met zo'n opleiding, maar dat is absoluut niet het geval', klinkt het. Veel opleidingen in die richting zijn de laatste jaren uit het aanbod geschrapt. De productie verschoof door de jaren heen van België naar Centraal- en Oost-Europa. Vandaag gaat de verhuis zelfs verder oostwaarts, naar China. 'Dat maakt voor België misschien geen verschil meer, maar we maken wel deel uit van de Europese Unie en als fabrieken ook al uit Polen vertrekken, dan is dat geen goede zaak', merkt Eric Magnus van Creamoda op.

De prijzenoorlog kunnen de Vlaamse modehuizen niet meer winnen, daarvoor is de concurrentie met goedkope arbeid uit lagelonenlanden te groot geworden. Daarom worden creativiteit en innovatie van kapitaal belang, en niet alleen in het brein van een sterontwerper.

'En het is ook belangrijk om ons op niches te richten', zegt de Voldere. 'Mensen zijn bereid om te betalen voor kwaliteit en bij de aankoop van feestkledij is het prijskaartje vaak niet doorslaggevend.' Door de slechte economische vooruitzichten geeft een gemiddeld Vlaams gezin ook almaar minder aan kleding uit, en dan blijft er maar weinig geld voor echte designerstukken over. Van het totale huishoudelijke budget gaat 5 procent naar kledij.

Bovendien heeft de mode-industrie net als andere sectoren te lijden onder de zwakke dollar. 'De Verenigde Staten gaan in zee met Japan omdat dat veel goedkoper is dan werken met Europese landen. Wij gaan daar zwaar aan verliezen', zegt Anne Chapelle, de zakenpartner van Ann Demeulemeester. 'Vergeet niet dat 98 procent van onze verkoop export is. Het is een heel gevaarlijke situatie.' (adg )