Of je nu kiest voor samenwonen of voor het huwelijk, voor je belastingbrief maakt je burgerlijke stand in principe niets meer uit. Een grootscheepse belastinghervorming, waarvan de laatste fase in werking is getreden in 2005, maakt een eind aan zo goed als alle fiscale discriminaties die er op dat vlak nog bestonden voor de inkomstenbelasting. De krachtlijn van deze hervorming is dat wettelijke samenwoners voor het fiscale wetboek nu onder dezelfde noemer vallen als gehuwden. Of met andere woorden: wanneer de wet het heeft over de wettige echtgenoot, wordt daar ook de wettige samenwoner mee bedoeld.

Daarnaast heeft de belastinghervorming echter ook de fiscale spelregels voor feitelijke samenwoners in grote lijnen gelijkgetrokken met die voor gehuwden. De inkomsten van twee partners die onder hetzelfde dak wonen, worden sinds de belastinghervorming immers altijd volledig gescheiden belast, ongeacht hun burgerlijke stand. Bovendien hebben twee partners ook altijd allebei afzonderlijk recht op een belastingvrij basisinkomen, de zogenaamde belastingvrije som. Die bedraagt dit jaar 6.150 euro per persoon (inkomstenjaar 2008, aanslagjaar 2009). In de meeste gevallen maakt het fiscaal bekeken dan ook geen cent meer uit of je alleenstaande bent, wettelijk of feitelijk samenwoont of gehuwd bent.

Een aantal verschillen blijft echter bestaan. Vaak gaat het daarbij om kleinigheden. Zo ontvangen gehuwden en wettelijke samenwoners bijvoorbeeld een gemeenschappelijk aanslagbiljet terwijl 'feitelijke' samenwoners net als alleenstaanden hun afrekening elk afzonderlijk ontvangen, op aparte aanslagbiljetten.

Een iets pikanter detail is het verschil in aansprakelijkheid ten overstaan van elkaars belastingschulden. Ben je gehuwd of wettig samenwonend dan ben je mee aansprakelijk voor de belastingschulden van je partner en kan de fiscus zich ook tot jou richten als je partner zijn belastingen niet betaalt. Woon je feitelijk samen dan heeft de fiscus dat recht niet.

Meer inhoudelijk bestaan er ook nog enkele andere verschillen die het vermelden waard zijn. Gehuwden en wettige samenwoners hebben bijvoorbeeld een aantal fiscale optimaliseringsmogelijkheden die niet van toepassing zijn voor feitelijke samenwoners, zoals het huwelijksquotiënt of het statuut van meewerkende echtgenoot. Wanneer slechts één van beide partners een eigen inkomen heeft, is het mogelijk om met één van deze technieken het inkomen van de werkende partner te splitsen over beiden, wat fiscaal voordeliger is. Feitelijke samenwoners, die fiscaal als alleenstaanden worden beschouwd, hebben die mogelijkheid niet. Verder is ook onderlinge verliescompensatie mogelijk tussen gehuwden en wettig samenwonende partners, een mogelijkheid die evenmin bestaat voor feitelijke samenwoners.

Los van de hervorming van de inkomstenbelasting werd er de voorbije jaren ook gesleuteld aan de fiscale regels die van toepassing zijn op erfenissen. Ook hier is de gelijkschakeling tussen gehuwden en samenwoners inmiddels in grote mate een feit. Aangezien dit een gewestelijke bevoegdheid is, bestaan er op dit vlak nog wel een aantal verschillen tussen de gewesten onderling. Vlaanderen gaat hierin het verst en hanteert voor samenwoners dezelfde tarieven als voor gehuwden wanneer de partners op datum van het overlijden wettelijk samenwoonden of minstens één jaar feitelijk samenwoonden. In het Brusselse Gewest kunnen alleen wettelijke samenwoners genieten van de lage tarieven die gelden voor echtgenoten. Feitelijke samenwoners betalen in het Brusselse Gewest in ieder geval de hoge tarieven die gelden voor 'vreemden' (40 tot 80procent). En in Wallonië, ten slotte, gelden voor wettelijke samenwoners enkel dezelfde successierechten als voor gehuwden wanneer de verklaring van wettelijke samenwoning minstens één jaar oud is op het moment van het overlijden. In alle andere gevallen zijn ook daar de hoogste tarieven van toepassing (30 tot 90procent).