moe nie treur nie
Foto: © Michiel Hendryckx
Kaapstad. Tijdens mijn eerste hap van een struisvogelsteak ging het licht uit. De noodgenerator deed gelukkig snel wat van hem verwacht werd. Een Zweeds-Engels paar dat het romantisch vond om in Kaapstad te trouwen had minder geluk. Zij moesten hun eeuwige gelofte in het donker afleggen. Romantisch, maar lichtjes vervelend als je niet zeker weet wie er tegenover je staat. Het lachen verging hun gasten pas echt toen ze de volgende dag samen met negenhonderd andere toeristen op de top van de Tafelberg vast kwamen te zitten door een stroomonderbreking.

'Ons het geen reserwekrag vermoë meer oor nie. Elke skielike opswaai in die vraag kan tot kragondebrekings lei', verklaarde het hoofd van de Zuid-Afrikaanse nationale elektriciteitsmaatschappij gisteren in de krant Die Burger. Het land geniet van een bloeiende economie en creëert nieuwe industrieën, maar kampt daardoor met een gigantisch energietekort, dat op zijn beurt de groei bedreigt. Maar terwijl het energietekort treurig is voor een land dat tuk is op buitenlandse investeringen, is het niet al kommer en kwel in Suid-Afrika.

De filmsector is een goed voorbeeld van de vernieuwde economie die het land wist uit te bouwen sinds het einde van de Apartheid. Alleen al in Kaapstad staan er bijvoorbeeld tachtig filmprojecten op stapel. Tijdens de maand februari. Als je weet dat aan elk project gemiddeld vijftig mensen meewerken, weet je dat de filmindustrie cruciaal is om een gat te slaan in de torenhoge werkloosheid.

Een andere nieuwe industrie die hoogtij viert, is het nip and tuck-toerisme. Meer en meer toeristen combineren een facelift met een safari. En besteden zo drie keer meer dan een gemiddelde bezoeker. Een idee waar wij trouwens wat van kunnen opsteken. Waarom promoten wij geen citytrip Brugge in combinatie met de excellente gezondheidszorg van ons land? Het zou de medische factuur voor de Vlamingen in ieder geval drukken.

De film- en medische industrie mogen dan de moderne Zuid-Afrikaanse economie illustreren, het land kampt terzelfder tijd met de problemen van elk ontwikkelingsland. Het belangrijkste daarvan is vandaag het nijpende energietekort. De huidige regering probeert voor de dag te komen met een paar vernieuwende oplossingen. Hoewel, ook daar is er niet veel nieuws onder de zon. De verkeerslichten in Kaapstad werken binnenkort op zonne-energie. Subsidies tot 50procent moeten bedrijven aanzetten tot energiezuinige installaties, de importtaks op stroomgeneratoren is geschrapt en oude centrales worden opnieuw geopend.

Het origineelste recept komt ook uit de oude doos. Het hele land debatteert nu over de invoering van de zomertijd. Daarmee zou Zuid-Afrika pas het vierde Afrikaanse land, na Egypte, Tunesië en Namibië, zijn dat daarin het noordelijk halfrond volgt -dat op zijn beurt druk debatteert over de afschaffing van de zomertijd. Meer licht 'savonds moet tot meer buitenactiviteit leiden en zo tot minder energieverbruik. Optimistische berekeningen schatten dat zo één procent van het nationale energiegebruik afgeschaafd kan worden. Een andere radicale oplossing is het land opsplitsen in twee verschillende tijdzones. Dat zou de piek in energieverbruik drastisch naar beneden halen.

Bedrijven reageren verdeeld. Art Goosen is een ondernemer die het beu is zijn bedrijf op stroomgeneratoren te laten draaien. Hij pakt zijn boeltje en verhuist naar Amsterdam. De lokale kamer van koophandel vindt dat bedrijven moeten ophouden met klagen en moeten starten met energie te besparen. Ook hier komen bedrijven inventief uit de hoek. In Durban heeft één bedrijf alvast niet gewacht op de rest van het land en gewoon zelf de zomertijd ingevoerd voor zijn werknemers. Zij beginnen 'sochtends om zeven uur en klokken uit om halfvier, net op tijd om hun kinderen aan de schoolpoort op te wachten. Ondertussen hebben tachtig bedrijven uit Durban dat voorbeeld al gevolgd.

Lorin Parys is voorzitter van FlandersDC, de Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit. Hij schrijft deze column in eigen naam.

www.standaard.be/paradoxvanparys

www.flandersdc.be

lorin.parys@flandersdc.be