bezwaar tegen onroerende voorheffing
Foto: © ivan put
De overdracht van fiscale bevoegdheden aan de gewesten maakt de zaken voor de belastingbetaler niet altijd eenvoudiger. Vroeger beschikte de belastingbetaler over evenveel tijd om bezwaar aan te tekenen tegen een aanslag in de personenbelasting als tegen een aanslag in de onroerende voorheffing. Dat is sinds 1augustus 2006 niet langer het geval. Een decreet van 21december 2007 wijzigt nu de termijn om te protesteren tegen bepaalde aanslagen in de onroerende voorheffing. De concrete berekening van die bezwaartermijn wordt dan nog eens door het Grondwettelijk Hof bekritiseerd. Een kluwen waarin men zijn weg niet meer vindt.

Tot 1augustus 2006 was het duidelijk: een belastingplichtige die het niet eens was met een aanslag moest binnen drie maanden na de verzending van het aanslagbiljet bezwaar aantekenen. De programmawet van 20juli 2006 bracht die termijn op zes maanden.

Inmiddels had de Vlaamse wetgever echter zelf wijzigingen aangebracht aan het desbetreffende artikel (art.371 W.I.B. 1992) voor de bezwaren tegen een aanslag in de onroerende voorheffing. Die versie werd echter niet aangepast door de programmawet van 2006. Voor de onroerende voorheffing bleef de termijn van bezwaar dus drie maanden.

In het decreet van 21december 2007 werd opnieuw gesleuteld aan dat artikel. Vanaf 1januari 2008 kan men in elk geval bezwaar aantekenen tegen een aanslag in de onroerende voorheffing tot 31maart van het jaar volgend op het aanslagjaar. Ontvangt u uw onroerende voorheffing voor het aanslagjaar 2008 in de loop van dit jaar, dan hebt u tot 31maart 2009 om daartegen bezwaar aan te tekenen. Krijgt u uw aanslagbiljet voor het aanslagjaar 2008 pas in 2009, dan geldt de gewone termijn van drie maanden.

Let op: die langere termijn is enkel van toepassing indien u een vermindering van onroerende voorheffing vraagt op basis van onproductiviteit (leegstand). Gaat u om een andere reden niet akkoord met het bedrag van de onroerende voorheffing, dan moet u in de regel binnen drie maanden bezwaar aantekenen. Bent u dat vergeten? Geen nood, voor het merendeel van de andere verminderingen -bescheiden woning, personen ten laste, enzovoort- kunt u ook een 'ontheffing van ambtswege' vragen op basis van artikel376 §3 W.I.B.1992, zoals van toepassing voor het Vlaamse Gewest.

Daarvoor hebt u drie jaar de tijd vanaf 1januari van het aanslagjaar.

Ook het Grondwettelijk Hof heeft zijn duit in het zakje gedaan. In een arrest van 19december 2007 stelt het Hof dat de bezwaartermijn niet berekend mag worden vanaf de datum van verzending van het aanslagbiljet, maar wel vanaf de dag dat de belastingplichtige er kennis van krijgt. Behoudens tegenbewijs mag men er van het Grondwettelijk Hof van uitgaan dat een postzending de geadresseerde bereikt op de derde werkdag volgend op de dag waarop de verzender ze aan de post heeft overhandigd. De poststempel kan het bewijs leveren van die overhandiging aan de post. Is er geen poststempel, dan zal de verzender de datum van overhandiging moeten bewijzen.

Allemaal zeer interessant voor diegenen die altijd tot het laatste moment wachten om te protesteren. Indien u het niet eens bent met een belastingaanslag of onroerende voorheffing, is er echter niets dat u belet om per kerende bezwaar aan te tekenen. Ingewikkelde berekeningen zijn dan niet nodig.

Luc Vanheeswijck is advocaat bij Dumon, Sablon& Vanheeswijck.



www.standaard.biz/fiscalekroniek