Alle kaarten op tafel
Sinds een aantal maanden moeten bankiers en vermogensbeheerders een foto maken van hun cliënten. Geen foto om in één of ander boek te kleven, wel een momentopname van het vermogen en van het beleggersprofiel.

Op 1 november 2007 trad de MiFiD-richtlijn in werking. Deze Europese wet verplicht bankiers en vermogensbeheerders een gedetailleerd profiel van hun cliënten te maken. Waaruit bestaat het financieel vermogen van de cliënt? Is hij een voorzichtige of een dynamische belegger? Is hij eerder een leek, dan wel een onderlegd beleggingspecialist? Op die manier komen banken te weten welk vlees ze in de kuip hebben en zijn ze verplicht de meest passende service te leveren. Zo worden particuliere beleggers beter beschermd, één van de doelstellingen van de richtlijn.

Maar wat oprecht bedoeld is als een bescherming, eindigt ook in een verzwakking.

Het beleggersprofiel wordt gemaakt op basis van uitvoerige vragenlijsten. Die informatie is ook goud waard. Banken kunnen hun commerciële initiatieven en hun adviezen aanpassen op maat van de cliënt. En als ik mijn collega-columnist op dinsdag mag geloven, is doelgerichte marketing de meest succesvolle.

Ook voor de fiscus is kennis macht. De MiFiD-informatie kan uitermate nuttig zijn. Toen de huidige koninklijk bemiddelaar François-Xavier de Donnéa (MR) nog een eenvoudig parlementslid was, heeft hij de Minister van Financiën daarover ondervraagd (Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 015, blz. 2713-2715).

Volgens de Donnéa worden de banken in het kader van fiscale onderzoeken verplicht documenten voor te leggen waarover ze beschikken, inclusief de interne MiFiD-vragenlijsten. Hij vraagt aan zijn partijgenoot Reynders of de antwoorden als bewijs gelden en door de administratie tegen belastingplichtigen kunnen worden gebruikt.

Het antwoord van de Minister laat weinig aan de verbeelding over. Als het erop aan komt om belastingen te incasseren en een zicht te krijgen op beslagbare goederen, dan beschikt de fiscus over zeer veel bevoegdheden. Elke persoon is namelijk verplicht om alle documenten voor te leggen met betrekking tot zijn economische activiteit. Bankiers moeten dus, schriftelijk en mondeling, inlichtingen verstrekken over de vermogenssituatie van hun cliënten indien zij daarvan kennis hebben gekregen.

Ambtenaren die dus bezig zijn met het invorderen van belastingen kunnen bij de bankier en bij de vermogensbeheerder de MiFiD-vragen en -antwoorden opvragen. Zo kunnen zij inlichtingen eisen over de omvang van het vermogen van de cliënten. De btw-ambtenaren hebben daar wel een bijzondere machtiging voor nodig. Voor inkomstenbelastingen is dat niet nodig.

Als een bankier aan een cliënt vraagt hoe zijn vermogen is samengesteld en die antwoordt dat een derde van zijn vermogen uit obligaties bestaat, geplaatst bij een Luxemburgse vermogensbeheerder, dan is het niet uitgesloten dat uw bankier dit vroeg of laat moet meedelen aan de fiscus. Indien over enkele jaren het Belgisch bankgeheim helemaal zou worden opgeheven, dan wordt die MiFiD-richtlijn pas echt leuk speelgoed.

De nieuwe beleggersparadox: hoe meer informatie men geeft, hoe meer consumentenbescherming men krijgt, hoe zwakker echter de fiscale bescherming. En laten we ook niet vergeten dat het ene fototoestel scherpere foto's oplevert dan het andere. Bij die ene bank kan de fiscus dus meer gaan rapen dan bij de andere.



Koen Van Duyse is advocaat bij Tiberghien Advocaten.

www.standaard.biz/fiscalekroniek