De verplichte arbeidskaart voor buitenlandse onderzoekers en kaderleden bestaat niet meer.

SOCIAAL

De afschaffing van de werkvergunning voor hogergeschoolde buitenlandse werknemers werd vóór de zomer beslist door de aftredende regering.

Het besluit is sinds gisteren van kracht, aldus Vincent Van Quickenborne (Open VLD), de staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging.

De afschaffing van de arbeidskaart geldt voor buitenlandse onderzoekers (van buiten de Europese Unie) die te gast zijn bij een erkende publieke onderzoeksinstelling en voor buitenlandse kaderleden die op het hoofdkwartier van hun bedrijf in België komen werken.

Volgens Van Quickenborne valt hiermee een 'complexe procedure weg die al snel vijf tot zes weken in beslag nam'.

Voorts worden specifieke vrijstellingen toegestaan voor de zogenaamde Limosa-verplichting, de meldingsplicht voor tijdelijke activiteiten door buitenlandse werknemers. Het gaat om het bijwonen van wetenschappelijke congressen, bedrijfsgebonden opleidingen, vergaderingen in beperkte kring en dringende herstellingen door gespecialiseerde technici.

De werkgeverskoepel VBO juicht de versoepeling toe. 'Hiermee verdwijnt een belangrijke hinderpaal voor de tewerkstelling in België van buitenlandse onderzoekers en kaderleden.'

Het VBO dringt erop aan dat de arbeidskaarten ook zouden worden afgeschaft voor private onderzoeksinstellingen en voor ondernemingen die niet behoren tot een multinationale groep. (jir)