De rente op kasbons is weer eens gedaald. Toch beleggen we er meer in dan ooit. Omdat ze de rente op woonkredieten maar mondjesmaat laten zakken, kunnen de banken het geld erg rendabel beleggen.

De rente op kasbons is in twee jaar zowat gehalveerd. Voor een looptijd van 5jaar krijg je nu nog 2,25 procent, tegen 4,5 midden 2008. Toch is het bedrag dat erin belegd werd, in dezelfde periode opgelopen van 4,4 tot bijna 13miljard euro, een verdrievoudiging.

‘Kasbons zijn helemaal terug van weggeweest', zegt hoofdeconoom Frank Lierman van Dexia, ‘net als de spaarboekjes.' Aan de vooravond van de financiële crisis hadden de grote banken er nog nauwelijks belangstelling voor. ‘Zij boden hun klanten veel liever gesofisticeerde producten aan waarop ze een pak meer verdienden, maar waarvan we nu allemaal beseffen dat ze ook een veel hoger risico inhielden.'

De situatie is nu helemaal omgeslagen. De klanten willen opnieuw eenvoudige producten die ze begrijpen en waarvan ze zeker zijn.

‘Het optrekken van de Europese spaargarantie tot 100.000 euro heeft duidelijk een rol gespeeld, want dat geldt enkel voor basisbankproducten zoals de kasbons, termijn- en zichtrekeningen en spaarboekjes.'

Maar ook de banken zelf hebben opnieuw meer belangstelling voor kasbons. Tot voor twee jaar lieten zij de markt nagenoeg volledig aan de middelgrote banken, maar nu woedt de concurrentie opnieuw hevig. Dat blijkt onder meer uit de tarieven die van bank tot bank verschillen. In het verleden is dat wel eens anders geweest.

De grote banken wantrouwen elkaar. De financiële crisis heeft hen geleerd dat een ogenschijnlijk solvabele instelling plots failliet kan gaan in een stofwolk van waardeloos geworden bankproducten. Zij proberen daarom voor het aantrekken van hun werkmiddelen minder afhankelijk te worden van de interbankenmarkt.

‘Het wantrouwen tussen de banken onderling is nog steeds groot', zegt Lierman, ‘en daarom trekken ze het spaargeld liever zelf aan in plaats van de omweg te maken langs de kapitaalmarkt.'

En ten slotte, geeft Lierman toe, moeten de banken nog steeds een hogere risicopremie betalen dan voor de crisis. ‘Hun rating werd verlaagd en dus is het renteverschil dat ze moeten bieden tegenover overheidspapier, toegenomen, anders zouden beleggers die een wat langere looptijd willen, allemaal kiezen voor staatsbons.'

De jongste twee jaar daalde de rente op staatsobligaties met een looptijd van vijf jaar van 4,5 tot 1,9 procent, terwijl de tienjaarsrente van 4,75 naar 2,85 procent ging. Dat zijn dalingen met respectievelijk 60 en 40procent. In dezelfde periode zakte de rente op kasbons met dezelfde looptijd van 4,5 en 4,35 naar zowat 2,25 en 3procent. Dalingen dus met 50 en 30procent.

Ook woonkredieten volgden de algemene rentedaling, maar vanop een nog grotere afstand. Voor een lening met een vijfjaarlijks herzienbare rente moest twee jaar geleden gemiddeld zo'n 6procent rente worden betaald, tegen 3,2 procent nu, een daling met 45procent. Wie kiest voor een lening met vaste rente en een looptijd van 20jaar, betaalt nu iets meer dan 4procent, tegen 6,25 procent twee jaar geleden. Dat is een daling met 35procent.

‘Kijk maar naar de rente op tien jaar', zegt immotheker John Romain. ‘Die is afgelopen maand gedaald van 3,3 tot 2,85 procent. Hoewel de referentierente voor vastrentende leningen met een looptijd van 20jaar en meer dus met bijna een half procentpunt daalde, ging er in diezelfde periode niet meer dan 0,2 procentpunt af van de rente op hypothecaire kredieten.'

Het verschil tussen de langetermijnmarktrente en de gemiddelde rente op hypothecaire kredieten met een looptijd van 20jaar, is nu opgelopen tot 1,20 procentpunt.

Dat is een pak meer dan de jongste vier maanden, toen het verschil rond één procent lag. En dan hebben we het nog niet over het verschil van minder dan 0,4 procentpunt dat in de jaren 2006 en 2007 heel gewoon was.

De banken lijken dus heel aardig te verdienen aan hun woonkredieten, maar dat wil Frank Lierman toch relativeren. ‘Het gemiddelde bedrag van de woonkredieten die we toestaan, is gedaald omdat de banken voorzichtiger zijn geworden. Dat vreet aan de absolute winst die de banken erop maken.'