Ratingbureaus geven nekslag
En plots werd het te veel. Na een maandenlange slijtageslag, gaf ratingbureau S&P gisteren de nekslag die ook de beleggers in aandelen voelden. S&P verlaagde de kredietwaardigheidsbeoordeling van Griekenland en de rating van Portugal werd meteen twee trappen verlaagd. Typisch: als de markten zowel in woorden als met de cijfers (tweejarige rente van meer dan 10%) al lang duidelijk maken dat ze vrezen dat Griekenland vroeg of laat zal (moeten) overgaan tot een schuldherschikking (het niet volledig terugbetalen van de obligatiehouders), dan verlagen de ratingbureaus hun beoordeling. De vraag is dus eigenlijk of ze niet compleet overbodig zijn. Maar het is erger, want door hun rijkelijk late ratingverlaging duwen ze de koersen nog lager. Professional shorters, genre Goldman Sachs, kennen dit spelletje al langer.

Resultaat: de ratingverlaging was gisteren meteen ook een breekpunt voor de aandelenbeleggers. Terwijl de beurzen van Griekenland, Spanje en Portugal dit jaar al langer in het rood noteren, gingen alle beurzen gisteren onderuit. De brede Eurostoxx 600 verloor 3,1%.

Vooral de financiële aandelen kregen klappen, want zij hebben massaal overheidsobligaties in hun portefeuille. In Brussel kreeg Fortis een klap van 6,36%, KBC denderde 6,26% lager en Dexia kwam pas 4,93% lager tot stilstand.

Nu ook de Portugese obligatiemarkt dreigt onderuit te gaan, komt het schrikbeeld van een besmetting van andere landen akelig dicht. Griekenland en Portugal zijn heel kleine landen en zelfs met hun hoge overheidsschuld zijn hun uitstaande obligaties 'maar' goed voor respectievelijk 6% en 2% van de totale obligaties van de eurolanden.

De echte ramp zou zijn dat Spanje, goed voor 8% van de obligatiemarkt, en -vooral- Italië onderuit zouden gaan; 27% van alle uitstaande overheidsobligaties in euro is uitgegeven door Italië.

De euro zakte tot 1,32 tegenover de dollar. En ironisch genoeg zakte de rente van de Verenigde Staten, de grootste schuldenaar ter wereld, met 11basispunten tot 3,7%.