Omdat het woon-werkverkeer volgens de wetgever mee tot de privé-verplaatsingen behoort, zijn ook de woon-werkkilometers mee begrepen in het belastbare 'voordeel van alle aard'. Trekken we de redenering logisch door, dan moeten werknemers die belasting betalen op hun 'voordeel van alle aard' dus ook de mogelijkheid hebben om de kosten voor hun woon-werkverkeer af te trekken als beroepsonkosten. En dat wordt ook toegelaten door de fiscus.

Belastingplichtigen die belasting betalen op het 'voordeel in natura' van hun bedrijfswagen hebben het recht om voor hun woon-werkverkeer 0,15 euro per kilometer aan te rekenen als beroepsonkosten, naast alle eventuele andere beroepsonkosten zoals gebruik van kantoorruimte thuis, bijscholing, vakliteratuur, representatiekosten, enzovoort.

Deze regel is echter enkel van toepassing op werknemers die geen gebruik maken van het kostenforfait. Valt het kostenforfait hoger uit dan de som van alle werkelijke beroepskosten, inclusief 0,15 euro per kilometer woon-werkverkeer, dan is het dus zinloos om van deze mogelijkheid gebruik te maken.

En dat blijkt in de meeste gevallen ook effectief zo te zijn, want in de praktijk bewijzen slechts weinig werknemers met een bedrijfswagen hun werkelijke beroepskosten.

Maar onthoud in elk geval dat de mogelijkheid bestaat. Misschien toch maar even rekenen voor u dit jaar uw belastingbrief invult?