'We weten het, we zijn pioniers'
Fondsenmanager Peter Leyder (vooraan) en de investeringsmanagers Evelien Deceuninck en Raf Vermeiren.Bart Dewaele
Foto: © Bart Dewaele
Wat risicokapitalisten niet doen, doet CultuurInvest wel. Met recente investeringen in de bedrijven van Christophe Coppens, Les Hommes, Véronique Branquinho, Hilde en Sigi Frunt en Ann Eyckmans wil CultuurInvest aantonen dat het gelooft in de creatieve modesector. Een gesprek met investeringsmanagers Evelien Deceuninck en Raf Vermeiren en hun chef, fondsenmanager Peter Leyder.

mode

Van onze medewerkster



De voorbije weken werd vanuit CultuurInvest geregeld gecommuniceerd over nieuwe investeringen in wat heet 'creatieve sectoren'. CultuurInvest, een onafhankelijk investeringsfonds dat beheerd wordt door de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), richt zich tot ondernemers in de culturele industrie en ging de voorbije maanden samenwerkingsakkoorden aan met een dertigtal cultuurprojecten, gaande van muziek tot gaming, van beeldende kunst tot musical, en ook mode. Onlangs werd aangekondigd dat CultuurInvest een achtergestelde lening op lange termijn aangaat met Ann Eyckmans voor haar Luxperience-project, een verhuurconcept van designermode. Eerder raakte al bekend dat ook financiële injecties gegeven werden aan de nvJames van Véronique Branquinho, aan de bvba N.T.E van Les Hommes en aan nvBeehive van Christophe Coppens.

'Onze investeringen in mode gaan tot één derde van ons budget', stelt Peter Leyder. 'We zoeken naar bedrijven die investeringsrijp zijn, gaan met hen praten en proberen op die manier zuurstof te geven aan culturele ondernemers.'

Wat betekent 'investeringsrijp' voor jullie?

Deceuninck: 'Het zijn dossiers waarin wij kunnen geloven, na een grondige analyse. Welk team werkt in dat bedrijf? Wat is het verleden van de firma? Hoe zit het financieel? Hoe gaan ze naar de markt? Uiteraard speelt ook het buikgevoel een rol, niet alleen een checklist. We gaan nooit over één nacht ijs.'

Vermeiren: 'We zijn op zoek naar goeie businesscases. Is dat een team dat het dossier gaat trekken?'

Leyder: 'Investeren is anders dan subsidiëren en veronderstelt een andere dynamiek. De investering moet terugbetaald worden. De bedoeling is ook dat we nadien op de hoogte blijven van hoe het bedrijf in kwestie verder gerund wordt.'

Kennen jullie de modewereld eigenlijk?

Leyder: 'Eind 2006 zijn we begonnen en we zitten volop in de leercurve. Het is de bedoeling dat we de verschillende markten beter leren kennen, net als de systematiek, de waardeketens en de spelers. Weten we het echt niet, dan vragen we raad aan onafhankelijke experts. Natuurlijk heeft niemand een glazen bol, het blijft altijd een risico.'

Vermeiren: 'Door het inschakelen van experts, maar ook door het doornemen van heel wat dossiers, leren we de markt steeds beter kennen. We zijn ook steeds vaker aanwezig in de modescène zelf.'

Deceuninck: 'Wij hebben zelf geen beslissingsrecht over de dossiers. Daarvoor hebben we een investeringscomité dat uiteindelijk de knoop doorhakt.'

Speelt de creativiteit van de ontwerper mee? Houdt jullie beslissing een waardeoordeel in?

Vermeiren: 'We spreken ons daarover hoegenaamd niet uit. Onze beslissing moet in relatie staan tot het marktpotentieel. Eigenlijk is de kern van de zaak: is dit straf genoeg om op die markt te scoren?'

Worden jullie niet overrompeld met dossiers?

Leyder: 'De voorbije maanden kregen we er ongeveer 150, weliswaar niet alleen voor mode. Er komen inderdaad steeds meer dossiers op ons af, doordat steeds meer mensen weten dat we bestaan. We geven hier en daar presentaties om onze werking uit te leggen. Vooral mondreclame werkt.'

Vermeiren: 'In het najaar organiseren we een studiedag in Gent over “de zaak cultuur,. Daar komen casestudies en getuigenissen aan bod, waaruit duidelijk wordt hoe we werken en welke resultaten we halen. Ons netwerk zal ook daar weer groeien.'

Hoe zitten die investeringen precies in elkaar?

Leyder: 'We bekijken elk dossier afzonderlijk en beslissen adhoc. Soms gaat het om kortetermijnleningen of om achtergestelde leningen op langere termijn, soms om een kapitaalparticipatie gekoppeld aan een kapitaalverhoging, zoals bij Christophe Coppens en Veronique Branquinho. Voor elke euro die wij erin steken, moet er dan een euro van buitenaf geïnvesteerd worden. In die bedrijven hebben we ook een zitje in de raad van bestuur. Maar we stappen niet mee in de dagelijkse leiding.'

Hoeveel geld hebben jullie te verdelen en waar komt het precies vandaan?

Leyder: 'Ons fonds had bij de start 21,5 miljoen euro voor handen. Tien miljoen euro was geparkeerd bij de Participatiemaatschappij Vlaanderen en is ons toegewezen door een beslissing van de Vlaamse Overheid, de overige 11,5 miljoen euro is opgehaald via een obligatielening bij acht strategische spelers: de vier grootbanken, Sabam, Landbouwkrediet, Triodos en Ethias Verzekeringen. Die lening wordt terugbetaald op tien jaar. De bedoeling is dat het totaalbedrag verschillende keren geïnvesteerd en gerecupereerd wordt, zodat het een rollend fonds wordt. Na één jaar werken hebben we al 7,3 miljoen euro geïnvesteerd. We willen wel geen specifieke bedragen per dossier noemen.'

Durfkapitalisten houden de modesector al jaren op een afstand, jullie gaan gretig in zee met modehuizen. Vanwaar die interesse?

Leyder: 'CultuurInvest is net door Bert Anciaux (Vlaams minister van Cultuur en Sport, red.) in het leven geroepen doordat er geen risicokapitaal meer is voor deze creatieve sectoren. De banken staan ook zeer weigerachtig tegenover creatieve sectoren.'

Deceuninck: 'Heel wat spelers uit de cultuursector verliezen hun subsidies zodra ze iets te commercieel werken.'

Vermeiren: 'We zijn pioniers, we weten het.'(lacht)

Leyder: 'We willen net zuurstof geven aan de culturele ondernemers, vanuit een marktconforme logica. Maar we hebben risicokapitaal en private investeerders nodig. We zijn zelfs vragende partij.'

Zien jullie nu al resultaten?

Deceuninck: 'Tot nu toe worden de afspraken voor de afbetalingen heel nauwgezet nageleefd, en kunnen we al spreken van een rollend fonds. Hout vasthouden.'

Vermeiren: 'Door met ons te onderhandelen, stellen heel wat ontwerpers hun bedrijf op punt. Ze stellen businessplannen op en gaan strategisch nadenken over de toekomst. Zelfs als we nadien niet met hen in zee gaan, is die onderhandelingsperiode positief geweest.'

Deceuninck: 'Ze worden door ons verplicht om na te denken over hun bedrijf.'

Leyder: 'Anderzijds merken we dat de bedrijven waarmee wij in zee gaan meer aanzien krijgen bij de banken. Ze merken dat wij een serieuze analyse van het bedrijf maken, en zien onze tussenkomst als een sterke pijler. Maar gemakkelijk is het niet. Noem het gerust missionariswerk.'