De stoelendans bij de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie
Foto: © BELGA/AFP
Op 1 juni zal een Amerikaan, bij wie president George W. Bush in het krijt staat of die hij een plezier wil doen, voorzitter van de Wereldbank worden. De aanduiding van een IMF-topman is het voorrecht van Europa, maar gebeurt chaotischer, na gemarchandeer tussen politici. Bij de Wereldhandelsorganisatie WTO, die begin september een nieuwe directeur-generaal krijgt, werd de keuze vorige keer beslecht door het mandaat tussen twee kandidaten op te delen, zoals dat in de dorpspolitiek wel eens gebeurt.

NIET zelden wordt dan met verwondering en opluchting geconstateerd dat de keuze toch op een valabel man is gevallen (tot dusver was het in die instellingen nooit een vrouw), of dat de betrokkene in zijn job groeit en respect afdwingt. Maar er moeten betere selectieprocedures bestaan om leiders van belangrijke internationale instellingen aan te wijzen.

De Verenigde Staten hebben, met 17 procent van de financiële inbreng en van de stemmen, het eeuwigdurende recht om iemand van eigen keuze aan het hoofd van de Wereldbank te plaatsen. De landen van de Europese Unie, met een iets groter gezamenlijk gewicht, mogen ten eeuwigen dage onder elkaar uitmaken wie het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal leiden. Tenminste, dat is de stilzwijgende onderlinge afspraak. Geschreven regels zijn er niet.

Het Witte Huis liet de afgelopen veertig jaar zijn keuze vallen op de voormalige chef van de Vietnamoorlog (Robert McNamara), een paar bankiers (Alden Clausen van de Bank of Amerika en Lewis Preston van Morgan Guaranty), een Congreslid (Barber Conable) en een met Bill Clinton bevriende Australiër die Amerikaan was geworden en die een succesrijke beleggingsfirma had uitgebouwd (James Wolfensohn).

Voor de topfunctie bij het IMF is het nuttig carrière te hebben gemaakt in het Franse financiewezen. Pierre-Paul Schweitzer (oom van de man die Renault-Vilvoorde sloot) was inspecteur-général des finances ; Jacques de Larosière en Michel Camdessus waren gouverneur van de Banque de France . In totaal stonden ze met hun drieën twee decennia lang aan het hoofd van de instelling. Ook uit voormalige ministers of staatssecretarissen van Financiën werd geput: de Belg Camille Gutt, de Nederlander Johannes Witteveen, de Duitser Horst Köhler en nu de Spanjaard Rodrigo de Rato.

DAT de leiding van zowel het Fonds als de Bank bij de rijke landen berust, hoort men wel eens rechtvaardigen met het argument dat men aan het hoofd van een commerciële bank ook niet een van haar kredietnemers zet.

Voor de Wereldbank komt daarbij dat ze er moet over waken op de financiële markten de hoogst mogelijke kredietwaardigheid te behouden, zodat ze tegen de scherpste rentetarieven kan blijven lenen. Het geld dat ze aan de ontwikkelingslanden leent, neemt ze namelijk eerst zelf op de internationale kapitaalmarkten op, tegen veel gunstiger voorwaarden dan zijzelf dat zouden kunnen (áls ze er al toegang toe hebben, wat voor veel van de armste landen niet het geval is).

Maar het duopolie van VS en EU is helemaal een anachronisme geworden. Er kon iets voor te zeggen zijn in de onmiddellijke naoorlogse periode, toen er buiten Amerika en Europa voornamelijk kolonies waren en eigenlijk alleen de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog meetelden. Zo ziet de wereld er vandaag niet meer uit.

Stilaan verschijnen er echter barsten in het arrangement waarbij Amerika en Europa elkaar de vrije hand laten in respectievelijk het Fonds en de Bank en de anderen zich daarbij neerleggen. Toen Michel Camdessus na een lange periode aan het hoofd van het IMF zijn aftreden aankondigde en de Duitse kanselier Schröder, met instemming van de overige EU-landen, Caio Koch-Weser naar voren schoof, een Duits staflid van de Wereldbank, kelderde Washington diens kandidatuur.

Het Fonds zat drie maanden zonder directeur-generaal; de interimleiding berustte bij de adjunct-directeur-generaal Stanley Fischer. Uiteindelijk diende Schröder de kandidatuur in van Horst Köhler, die toen voorzitter was van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (Berd) in Londen. Ze werd probleemloos aanvaard.

Maar het lag voor de hand dat Europa vroeg of laat het Amerikaanse veto tegen Koch-Weser als precedent zou inroepen. Dat kan in de afgelopen dagen zijn gebeurd, toen onverwacht de naam van Paul Wolfowitz, de nummer twee van het Pentagon, opdook als een van de mogelijke kandidaten voor de opvolging van Jim Wolfensohn bij de Wereldbank. Wolfowitz wordt niet meteen gezien als een expert in de ontwikkelingsproblematiek (al werd aangevoerd dat hij ambassadeur in Indonesië is geweest), maar des te meer als het brein achter de preventieve aanval op Saddam Hoessein, die in de meeste Europese landen onpopulair was, en als boegbeeld van de Amerikaanse neoconservatieven.

Vrijwel meteen liet de woordvoerder van het Pentagon weten dat Wolfowitz zijn huidige functie zou behouden en niet naar de Wereldbank wenst over te stappen. Een Duitse regeringsambtenaar herinnerde eraan dat het Amerikaanse verzet tegen Koch-Weser het precedent had geschapen voor een veto.

En in de raad van bestuur van het IMF rees een jaar geleden voor het eerst openlijk verzet tegen de Europese aanspraken nadat Horst Köhler onverwacht ontslag had genomen omdat hem het ambt van Bondspresident was aangeboden. Bewindvoerders die optraden namens meer dan honderd ontwikkelingslanden, waarbij zich Australië, Zwitserland en Rusland aansloten, vroegen dat het selectieproces van zijn opvolger ,,open en transparant zou verlopen, met de bedoeling de beste persoon voor de job aan te trekken, welke ook zijn nationaliteit zou zijn''. De Egyptische bewindvoerder ging zo ver enkele kandidaten te nomineren, onder wie Stanley Fischer (van Amerikaanse nationaliteit maar in Zambia geboren) en Andrew Crockett, de Britse directeur-generaal van de Bank voor Internationale Betalingen.

Maar Europa en Amerika sloten de gelederen: het werd de Europese kandidaat , de Spaanse minister Rodrigo de Rato y Figareda. Stanley Fischer werd eerder dit jaar gouverneur van de Israëlische centrale bank, voor een fractie van het inkomen dat hij verdiende bij zijn voorgaande werkgever, Citigroup, en zal de Israëlische nationaliteit aannemen. Crockett is met pensioen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig