BRUSSEL -- Binnen de Belgische regering heerst er grote ongerustheid, en zelfs onenigheid, over de Belgische bijdrage aan de Europese begroting. Volgens een recente prognose van het Planbureau zal die tegen 2011 met zowat de helft stijgen: van 2,3 naar ruim 3,6 miljard euro. Die prognoses zetten de traditionele Belgische houding tegenover Europa onder grote druk.

De Europese Commissie stelde van de week voor dat de begroting van de Unie tussen 2007 en 2013 jaarlijks 1,14 procent van het bruto nationaal product (bnp) van de EU moet bedragen (DS 11 februari). Met minder kan de EU haar plannen niet betalen, zegt de Commissie. Het gaat onder meer om de verdere uitbreiding van de Unie en het stimuleren van de economische groei en de werkgelegenheid.

Het Planbureau rekende uit dat de Belgische bijdrage tegen 2011 3,640 miljard euro zal bedragen als dat uitgangspunt van de Europese Commissie wordt aanvaard: dat is een stijging met bijna vijftig procent.

Volgens een overeenkomst uit 1999 mogen de werkelijke uitgaven van de EU zelfs 1,24 procent van het bnp bedragen. In dat geval moet de Belgische bijdrage tegen 2011 met liefst 70 procent stijgen, tot bijna 4 miljard euro. De Europese Commissie denkt in 2008, met de toetreding van het straatarme Roemenië en Bulgarije, dicht bij die 1,24 procent te zitten.

Het wordt nog pikanter als rekening wordt gehouden met de vermindering die de Britten sinds 1984 krijgen op wat zij aan de EU moeten betalen. Iets waarvoor alle lidstaten moeten opdraaien. Het Planbureau rekende uit dat dit de Belgische belastingbetaler in 2002 300 miljoen euro kostte. In 2011 kan dat makkelijk nog 100 miljoen euro meer zijn.

Die prognoses zetten de veelal positieve Belgische houding tegenover Europa onder grote druk. Ons land kiest als het om Europa gaat traditioneel de zijde van de Commissie. Maar vooral de minister van Begroting Johan Vande Lanotte (SP.A), sowieso al geen fan van het ,,liberale'' Europa, staat op de rem. Bij de PS, die uitkijkt naar meer centen uit de Europese fondsen voor de Waalse regio's, is er minder tegenstand. De Belgische Europese commissaris Philippe Busquin (PS) steunt de Commissie zelfs voluit: zijn budget voor Onderzoek en Ontwikkeling zal worden verdubbeld.

In die omstandigheden wordt de Britse bijdrage ongetwijfeld één van de belangrijkste discussiepunten tussen de lidstaten. De Commissie stelt voor om die rebate af te schaffen en te vervangen door een gedeeltelijke bijdragevermindering voor alle EU-lidstaten die meer aan de Unie betalen dan ze ervan terugkrijgen, de zogenaamde ,,nettobetalers''.

Voor België wordt dat een bijkomend probleem. Ons land wordt immers ,,netto-ontvanger'' van de Unie als de administratieve uitgaven van de EU -- de salarissen van de ambtenaren en de huur van de gebouwen in Brussel -- als een ontvangst voor België worden aangerekend. De Europese ambtenaren wonen en consumeren hier, luidt het. Met die redenering zou ons land extra moeten betalen. Want de algemene vermindering van de bijdrage van ,,nettobetalers'' zou vooral door de ,,ontvangers'' gefinancierd worden.

In regeringskringen bestaat de vrees dat een openlijk debat over de hogere Belgische bijdrage aan de 'dure' Unie snel demagogisch en oncontroleerbaar wordt. Kort voor de (Europese) verkiezingen, menen velen, kan dit beter worden vermeden.