BRUSSEL - Wat ooit een irreële droom van ultraliberale economen leek, wordt in steeds meer landen werkelijkheid. De flat tax, of het vlakke belastingtarief, wordt al in vier EU-lidstaten toegepast. Roemenië, dat op 1 januari op dit stelsel overschakelde, wordt in 2007 de vijfde.

MART Laar, de voormalige premier van Estland, was in 2000 een van de eerste laureaten van de jaarlijkse prijs van de Taxpayers' Association of Europe . Het Estse flat tax -systeem, zo oordeelde de jury, is een voorbeeld voor de wereld. ,,Voor wat Duitsland jaarlijks aan het belastingstelsel wijzigt, heb je meer papier nodig dan voor de volledige belastingwetgeving van Estland.''

Laar was in 1994 een pionier toen hij in zijn land, dat zich drie jaar eerder uit de Sovjetunie had losgemaakt, een supereenvoudig belastingstelsel introduceerde. Op alle inkomsten en bedrijfswinsten werd voortaan 26 procent belasting geheven. Aftrekposten en uitzonderingen werden geëlimineerd. Het plan is om het tarief in 2007 naar 20 procent te laten zakken. Het eenvoudige belastingstelsel heeft geholpen om de economische groei in het land op te stuwen. De afgelopen jaren schommelde die rond de 6 procent.

Het Estse succes bleef niet lang onopgemerkt. De buurlanden Litouwen en Letland volgden in 1994 en 1995. Rusland introduceerde een flat tax in 2001, snel gevolgd door de Oekraïne en Georgië. Intussen volgde ook Servië. Vorig jaar introduceerde Slovakije een vlakke belastingschaal van 19 procent. Kandidaat-lidstaat Roemenië deed dat dit jaar ook, met een tarief van 16 procent.

Ook in het Westen wordt steeds meer over de flat tax nagedacht, al blijven concrete initiatieven vooralsnog achterwege. In de VS was de introductie ervan in 2000 een belangrijk programmapunt van de Republikeinse presidentskandidaat Steve Forbes. In Spanje heeft een belangrijke economische adviseur van premier José Zapatero zich als voorstander ontpopt. In Duitsland opperde een groep economische wijzen vorig jaar de mogelijkheid een vlakke schaal van 30 procent in te voeren, in plaats van het huidige stelsel met een hoogste schaal van 45 procent voor particuliere inkomens, en een effectieve vennootschapsbelasting van 38,3 procent. In Groot-Brittannië werd de discussie vorig jaar aangezwengeld door een rapport van de liberale denktank Adam Smith Institute .

De meeste voorstanders van een vlakke belastingschaal baseren zich op het boek The Flat Tax van de Amerikaanse economen Robert Hall en Alvin Rabushka, dat in 1985 verscheen. In dat boek wordt de vlakke schaal geprezen om zijn eenvoud, efficiëntie en eerlijkheid - drie eigenschappen die door de meeste fiscale stelsels worden nagestreefd, maar niet bereikt. De stelsels die de meeste westerse landen hanteren, zijn ingewikkelde en ondoorzichtige kluwens van talloze verschillende tarieven, vrijstellingen, aftrekposten en schijven. De complexiteit van die stelsels is volgens economen de bron van heel wat ontduiking. Bovendien maken dergelijke stelsels het noodzakelijk om veel kostbare controleurs in te schakelen. Doordat er minder ontdoken en afgetrokken wordt, kan het tarief voor een flat tax relatief laag blijven.

Een echt vlakke schaal wordt overigens door geen enkel land toegepast. Meestal gaat de introductie ervan gepaard met de invoering van een hoge belastingvrije som, om de laagste inkomens te ontzien. In de praktijk is het dus een schaal met twee tarieven, waarvan er eentje nul procent bedraagt.

Tegenstanders van de vlakke belastingschaal zeggen dat de aftrekposten en de variabele tarieven bedoeld zijn om beleidsdoelen te verwezenlijken. Pensioensparen is fiscaal voordelig omdat de regering de privé-pensioenen wil stimuleren, hoge inkomens worden zwaar belast om de nationale rijkdom eerlijker te verdelen. Maar, zo zeggen de Nederlandse economen Kees Goudzwaard en Koen Caminada in een analyse over een mogelijke flat tax in hun land: ,,Politici hebben de neiging om de kosten van fiscale sturing te onderschatten en de effectiviteit ervan te overschatten.'' Zij stellen ook dat de herverdelende werking van het progressieve stelsel ,,substantieel vermindert'' door de vele aftrekposten die belastingplichtigen kunnen optimaliseren. De economen berekenden dat door afschaffing van alle aftrekposten de belastbare grondslag met 34 procent zou toenemen, en dat een flat rate van 27,7 procent zou volstaan om evenveel belastingen binnen te halen.