BRUSSEL - Eerstdaags starten de eerste werken aan het Gewestelijk Expres Net (Gen) in Brussel. Maar het zal nog tot 2012 duren vooraleer het volledige voorstadsnet rond de hoofdstad operationeel is.



DE plannen voor een voorstadsnet rond Brussel werden al meer dan een decennium geleden gesmeed, maar eerstdaags starten de eerste concrete werken in het Oosten van Brussel. In een eerste fase - de periode 2004-2005 - worden de vier nieuwe bruggen gebouwd die lopen over de spoorlijn die Watermaal verbindt met Brussel-Schuman. De aanpassingen van die bruggen is nodig omdat de lijn tussen Watermaal en Schuman wordt uitgebreid tot vier sporen. In een tweede fase zullen nog eens vier bruggen op die lijn verbouwd worden.

Vanaf 2005 wordt bovendien gestart met de bouw van die vier sporen en het boren van de Josaphat-tunnel. Die tunnel, die in 2010 klaar zal zijn, is essentieel voor het Gen. Hij moet ervoor zorgen dat de nu al verzadigde Noord-Zuidverbinding ontlast wordt. Bovendien moet hij ervoor zorgen dat de spoorlijn Brussel-Namen rechtstreeks verbonden wordt met de spoorlijn Halle-Vilvoorde zodat de luchthaven gemakkelijker per trein bereikbaar is. De tunnel zal lopen over een lengte van 1.250 meter en het station Brussel-Schuman en het Meiserplein verbinden.

Op al die werken plakt een prijskaartje van 300 miljoen euro. Daarvan wordt 87 procent door de NMBS gedragen. De rest is voor rekening van Beliris, het samenwerkingsverband tussen de federale overheid en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om de hoofdstedelijke functie van Brussel te versterken.

De NMBS beseft dat de werken voor heel wat hinder zullen zorgen. Ze vinden plaats in dichtbevolkt gebied en bovendien rijdt dagelijks een grote stroom auto's de hoofdstad binnen. Zo zal bijvoorbeeld in de Belliardstraat vanaf mei gedurende vijftien maanden slechts verkeer mogelijk zijn op vier in plaats van vijf rijstroken. Tijdens de weekends en 's nachts zullen maar twee rijstroken beschikbaar zijn. Om mogelijke klachten op te vangen wil de NMBS nauw contact onderhouden met de omwonenden, onder meer via een gratis telefoonnummer en per e-mail. Daarnaast zullen belanghebbenden ook ingelicht worden via informatievergaderingen.

Maar het Gen-project is veel meer dan de werken die nu in het Brusselse gestart worden. Het volledige project draagt een prijskaartje van ruim 1,7 miljard euro. Het uiteindelijke doel is om vanuit negen gemeenten binnen een straal van 30 kilometer rond Brussel vier treinen per uur in de spits naar de hoofdstad te laten sporen. Daarvoor worden onder meer de lijnen vanuit Ottignies, Nijvel en Denderleeuw op vier sporen gebracht. Vanuit Halle is dat al gebeurd en vanuit Leuven is het volop aan de gang in het kader van de hogesnelheidswerken. Uiteindelijk staan 120 stations en stopplaatsen op het programma. De gaten in dat treinnet moeten dan nog opgevuld worden met optimale tram-, metro- en busverbindingen.

Bovendien moet niet alleen in infrastructuur, maar ook in specifieke treinstellen geïnvesteerd worden. Gezien het grote aantal stopplaatsen moeten het treinstellen zijn die heel snel kunnen optrekken en afremmen en waarop snel in- en uitgestapt kan worden. Gedelegeerd bestuurder Karel Vinck wil de eerste vijftig Gen-stellen bestellen tegen eind dit jaar. In de periode 2004-2007 zal ruim 100 miljoen euro besteed worden aan de Gen-stellen.

Niet alleen de uitbouw van het Gen kost handenvol geld, ook de exploitatie slorpt heel wat middelen op. Maar de federale regering heeft op de superministerraad in Raversijde beslist om tot 2010 het exploitatietekort op zich te nemen. Dat tekort zal in 2007 en 2008 - wanneer de frequentie van de treinen naar Brussel geleidelijk opgedreven wordt - telkens 9 miljoen euro bedragen. In 2009 loopt het tekort op tot 31,5 miljoen euro om in 2010 uiteindelijk 45,5 miljoen euro te bedragen. Wie nadien moet opdraaien voor het tekort, is een zorg voor later. Het Gen-net zal echter pas in 2012 helemaal klaar zijn.

0800/95.488 infowsj@nmbs.be

www.nmbs.be