Opec stelt beslissing productieverhoging uit
Foto: © REUTERS
AMSTERDAM (Bloomberg, reuters) - De Organisatie van Olie Exporterende Landen (Opec) beslist pas op drie juni over een eventuele productieverhoging. Samen met de druk van de industrielanden om de productie te verhogen, neemt de verdeeldheid binnen de Opec toe.

De elf leden van de Opec kwamen het afgelopen weekend niet officieel samen. Maar de elf waren aanwezig op een energieconferentie in Amsterdam waaraan ongeveer vijftig olieproducerende en -consumerende landen deelnamen.

Daardoor was de hoop ontstaan dat de Opec van de gelegenheid gebruik zou maken om te beslissen tot een productieverhoging. Die hoop werd nog gevoed door de aansporing van Saudi-Arabië afgelopen vrijdag om de productie met ruim twee miljoen vaten per dag te verhogen. Dit weekend sprak de Saudische minister voor Energie, Ali al-Naimi, al over een productieverhoging met 2,5 miljoen vaten, maar hij slaagde er niet in om zijn collega's over de streep te trekken.

Saudie-Arabië heeft intussen wel al laten weten dat het vanaf juni sowieso dagelijks 700.000 vaten extra olie gaat oppompen, ook al beslist de Opec ook later niet tot een productieverhoging. Met een productie van dagelijks 9 miljoen vaten zou Saudi-Arabië dan achttien procent boven zijn quotum zitten. Die mededeling zette kwaad bloed bij de andere leden van het kartel.

Venezuela en Iran, na Saudi-Arabië de belangrijkste olieproducenten binnen de organisatie, uitten de vrees dat de olieprijzen later op het jaar opnieuw in elkaar zouden zakken. Ze vinden ook dat het huidige prijsniveau een compensatie biedt voor het verlies aan koopkracht als gevolg van de zwakke dollar. De prijs voor ruwe olie wordt immers altijd in dollar uitgedrukt.

Opec-voorzitter Purnomo Yusgiantoro kwam dus niet verder dan de verklaring dat ''het oliekartel erg bezorgd is over de hoge olieprijs''. Een besluit over een eventuele productieverhoging valt pas op 3 juni in Beiroet als de Opec voor regulier overleg bijeenkomt. Waarnemers voorspellen dat Saudi-Arabië het niet gemakkelijk zal hebben om de andere Opec-leden te overtuigen. Heel wat leden beweren dat ze steeds minder grip hebben op de prijs. Zo wijzen ze naar het gebrek aan raffinagecapaciteit, de geopolitieke spanningen en speculatie als de voornaamste motoren achter de recente prijsstijgingen.

Waarnemers wijzen er bovendien op dat een productieverhoging wellicht geen immense invloed zal hebben op de prijs.

Eerst en vooral produceren alle Opec-leden, behalve Irak, nu al meer dan de quota die overeengekomen zijn. Daarom zou een beslissing tot productieverhoging er in de praktijk voor een groot stuk op neerkomen dat de bestaande toestand een officieel karakter krijgt, tenzij de productie opnieuw boven het afgesproken plafond komt te liggen.

Ondertussen verhogen de industrielanden wek de druk op de Opec om een productieverhoging door te voeren. De Britse minister van Financiën, Gordon Brown, en de Japanse minister van Handel, Shoichi Nakagawa, drongen vrijdag al aan op een productieverhoging. Tijdens het voorbije weekend riepen ook de G7, de groep van de zeven grootste industrielanden, en de Europese Commissaris voor Energie, Loyola de Palacio, de Opec-leden op om het Saudische voorstel te steunen.

De G7 wees de Opec ook nog eens op zijn langetermijnengagement om de prijs voor een vat ruwe olie te handhaven tussen de 22 en 28 dollar. Landen als Qatar en Nigeria maakten gisteren duidelijk een prijs tussen de 28 en 30 dollar correcter te vinden.

De zware discussies over de olieprijzen komen er nadat vorige week maandag in de Verenigde Staten voor een vat ruwe olie 41,85 dollar moest neergeteld worden. Daarmee werd het record dat dateerde van de Golfoorlog van 1990 en 1991 gebroken.