De intercommunales die zich bezighouden met de verdeling van elektriciteit zijn het meeste waard, en zijn ook het rendabelst.

De intercommunale verdelers van elektriciteit zijn samen zo'n 7,2 miljard euro waard, berekenden Moesen en De Witte. Daarmee zijn ze goed voor meer dan de helft van de waarde van alle Belgische intercommunales, die zij op 13 miljard euro ramen. Na de elektriciteitsbedrijven volgen de financieringsintercommunales (1,4 miljard euro), de intergemeentelijke waterbedrijven (1,2 miljard) en de intercommunales die zich bezighouden met gasdistributie (1 miljard euro).

Om te bepalen welke intercommunales het meest in aanmerking komen om ,,gevaloriseerd'' te worden, moet men echter ook naar andere factoren kijken dan de waarde van het eigen vermogen. Daarom berekenden Moesen en De Witte ook een aantal ratio's, om hun financiële slagkracht te meten.

Een daarvan is de rendabiliteit van het eigen vermogen. Ook hier scoren de distributeurs van energie bijzonder hoog: de gas-intercommunales halen een rendement op eigen vermogen van 17 procent, degene die elektriciteit verdelen komen aan 14 procent, evenals de intercommunales uit de informatie- en communicatiesector.

De elektriciteits-intercommunales halen ook de hoogste toegevoegde waarde per personeelslid (241.790 euro), gevolgd door de gasbedrijven (127.790 euro) en de waterbedrijven (103.000 euro). Dat is logisch, want deze intercommunales zijn ook de meest kapitaalintensieve. De elektriciteitsdistributeurs hebben bijvoorbeeld gemiddeld voor bijna 860.000 euro vaste activa per personeelslid.

De intercommunale die het meeste winst maakt, is Imewo, de Intercommunale Maatschappij voor energievoorziening in West- en Oost-Vlaanderen. Die haalde in 2003 een nettowinst van 154 miljoen euro. Nagenoeg de hele top-tien, gemeten naar nettowinst, bestaat uit intercommunales die in de energiesector actief zijn.

(kdr)