Aquafin-factuur kan tot 700 miljoen  oplopen
Foto: © Photo News
BRUSSEL - De kosten van de onzorgvuldige aanpak van het waterzuiveringsbedrijf Aquafin, kunnen in het allerslechtste geval oplopen tot ongeveer 700 miljoen euro. Voorlopig staat de teller op 522 miljoen euro. En precies nu blijkt dat de man die Aquafin heeft opgericht, ex-minister Theo Kelchtermans (CD&V), het voorzitterschap van de raad van bestuur ambieert. Kelchtermans zelf zegt daarvoor gevraagd te zijn. De Vlaamse regering bespreekt vandaag het Aquafin-dossier.

HET waterzuiveringsbedrijf Aquafin ontpopt zich al een poosje tot de nachtmerrie van de Vlaamse belastingbetaler. Het verhaal lijkt op een kroniek van aangekondigde miserie, waar de politieke wereld jarenlang de ogen voor sloot. De problemen ontploffen nu, in verscheidene fasen, in het gezicht van de belastingbetaler. De btw-factuur, die vorige week op de politieke tafel opdook, is maar een van de lijken in de Aquafin-kast.

De vraag is of de oprichters van het waterzuiveringsbedrijf Aquafin uit 1990 vrijuit gaan. Het gaat onder meer om toenmalig gemeenschapsminister Theo Kelchtermans, zijn kabinetschef Johnny Cornillie en adviseurs.

Op de Aquafin-constructie was al kritiek vanaf de eerste dag. De VLD diende bij monde van André Denys een klacht in bij de Europese Commissie. De Inspectie van Financiën gaf een negatief advies. ,,Aquafin wordt ingedekt tegen alle risico's, wordt genereus voor zijn diensten vergoed, terwijl het gewest wegens een te beperkte controle vaak niet anders kan dan de facturen van Aquafin zonder meer te aanvaarden'', luidde het toen al.

De ambtenaren die toen kritiek hadden op de hele constructie, werden monddood gemaakt. Bij Aquafin, dat ondertussen 1,3 miljard euro investeringsschulden op zijn balans heeft staan, ontbrak een aansporing om zuinig om te springen met de investeringen.

Bij de gedeeltelijke privatisering van Aquafin werd het Brits waterbedrijf Severn-Trent aangetrokken zonder dat de Europese regels gerespecteerd werden. Severn-Trent verwierf 20% van het kapitaal. Institutionelen (zoals de Belgische banken) kregen 29% van de 840.000 aandelen in handen. Die werden destijds uitgegeven tegen 5.000 frank per aandeel (123,9 euro per aandeel), maar werden nooit volledig volgestort.

Een eerste volstorting à rato van een kwart, gebeurde in juni 1991. In december 1992 werd nog een kwart volgestort. Het was de bedoeling dat in december 1993 de overige 50% zou volgestort worden, maar de politieke overheid besliste toen om het kapitaal niet op te vragen en een beroep te doen op leningen. De idee was om op die manier de scherpe kantjes van het gegarandeerd dividendrendement af te vijlen.

Het gevolg is dat bijvoorbeeld Severn-Trent voor een deelneming van 20% in Aquafin slechts 20 miljoen euro heeft betaald. De institutionele aandeelhouders stapten in Aquafin op basis van een stevig contract dat hen een financieel rendement garandeerde van zo'n 9% onder vorm van dividenduitkeringen, en dit voor een periode van 30 jaar. Dit is een zeer hoog dividendrendement.

De Europese Commissie startte op 16 oktober 2002 een inbreukprocedure tegen Vlaanderen voor het niet naleven van de reglementering op overheidsopdrachten. Vlaanderen heeft bij de toekenning van de werken aan Aquafin nooit voorafgaandelijk een oproep tot mededinging gedaan. Dat betekent dat de privé-aandeelhouders in Aquafin voordelen toegekend kregen zonder dat de markt ooit kon spelen. In diezelfde procedure pakte Europa ook de Vlaamse Milieuholding VMH aan.

De Vlaamse overheid hoopte tot begin dit jaar dat Europa genoegen zou nemen met het uitkopen van de private operationele aandeelhouder, Severn Trent. In gevolge een arrest in de zaak van de Duitse stad Halle, houdt Vlaanderen er nu rekening mee dat het alle privé-aandeelhouders moet uitkopen. Dat zal het prijskaartje aardig doen oplopen. De privé-aandeelhouders kunnen terugvallen op een opzegtermijn van 20 jaar.

Over de kostprijs van die operatie is nog niets geweten. De basis voor de afkoopregeling wordt wellicht de waarde in geld van vandaag van de dividendstroom die de privé-aandeelhouders de komende 20 jaar nog zouden ontvangen. Uit de laatst beschikbare jaarrekening blijkt dat Aquafin een dividend uitbetaalde van 13,64 euro per aandeel. Ter vergelijking: de privé-aandelen zijn sinds 1992 voor 62 euro volgestort. Voor een precieze vergelijking zou dit bedrag moeten omgerekend worden in geld van vandaag.

De Vlaamse overheidsholding PMV zou de uitkoopfactuur voor het Vlaams Gewest moeten opvangen. Er circuleren bedragen van 125 miljoen tot 135 miljoen euro, maar sommige schattingen liggen nog een stuk hoger. De uiteindelijke prijs is een kwestie van onderhandeling tussen overheid en privé-aandeelhouders. Verwacht wordt dat de uitkoop later dit jaar plaatsvindt. De bedoeling is om, zodra de aandeelhouders zijn uitgekocht, Aquafin vervolgens opnieuw te privatiseren, maar ditmaal met respect voor de Europese mededingingsregels.

Inzake waterzuivering scoort Aquafin ook al slecht. De maatschappij haalt de door Europa opgelegde zuiveringsnorm niet, wat ook al een veroordeling heeft opgeleverd. Het lag in de bedoeling dat ons land tegen 1998 alle afvalwater van de grote agglomeraties (met meer dan 10.000 inwoners) zou zuiveren. Die doelstelling bleef dode letter. Vlaanderen heeft slechts een zuiveringsgraad van 62% en bengelt aan de Europese staart.

Tegen eind dit jaar moet Vlaanderen 80% halen, terwijl tegen 2015 alle waterlopen in goede ecologische toestand moeten zijn, wat een zuiveringsgraad van 98% betekent.

Aquafin haalt die normen van geen kanten, en werd in een arrest van 8 juli 2004 al een eerste keer veroordeeld voor het niet naleven van de richtlijn Stedelijk Afvalwater. Als Vlaanderen tegen 2008 niet voldoet aan de tweede richtlijn, worden dwangsommen opgelegd.

Naar de hoogte van die dwangsom is het nog gissen. Een stellingname van advocaat-generaal L.A. Geelhoed in verband met een zaak in Frankrijk wegens het niet-uitvoeren van een arrest van het Europees Hof van Justitie stelt dat boetes retroactief moeten gebeuren. Deze kwestie komt op korte termijn voor de Verenigde Europese Kamers van Justitie. Als die de conclusie van de advocaat-generaal volgen, krijgt de retroactiviteit een algemene draagwijdte. Dergelijk principe zou voor Aquafin neerkomen op een retroactieve boete van zo'n 200.000 euro per dag. Tel daarbij de btw-factuur (het verschil tussen 6% en 21% btw) plus de uitkoop van de privé-aandeelhouders, en in het allerslechtste geval loopt de Aquafin-factuur op tot zo'n 700 miljoen euro.

Voorlopig staat de teller op 522 miljoen euro, dat is het bedrag waarbij nog geen rekening gehouden wordt met Europese boetes en waarbij de uitkoopsom voor de privé-aandeelhouders voorzichtig is ingeschat. De btw-factuur bestaat uit twee componenten: 230 miljoen euro voor de periode 1996-2001 en naar schatting 169 miljoen euro voor de periode tot eind 2004. Het getuigt niet echt van goed beheer dat het Vlaams Gewest Aquafin de jongste jaren geld liet lenen om de btw-factuur te betalen. Het Vlaams Gewest heeft beloofd die bedragen gespreid in de tijd terug te betalen. Er wordt gesproken over een bedrag van 13 miljoen euro per jaar.