BRUSSEL - De district-rechtbank van Massachusetts zegt dat Dexia Bank Belgium één van de hoofdschuldigen is bij de boekhoudkundige fraude van de failliete spraaktechnologiegroep Lernout & Hauspie. De rechtbank verwerpt de vraag van Dexia om de klachten tegen haar ontoelaatbaar te verklaren.

DEXIA had bij de districtrechtbank van Massachusetts een zogenaamde ,, motion to dismiss '' ingediend als reactie op de klacht die beleggers in de VS tegen haar hebben aangespannen. Het gaat om dezelfde beleggers die ook al tegen onder meer de stichters, bestuurders en revisoren van Lernout & Hauspie klacht hebben ingediend.

De hoofdverdediging van Dexia was dat de klacht te laat was ingediend, met name op 19 augustus 2003. Toen was al twee jaar geen sprake meer van Lernout & Hauspie en was de termijn om klachten in te dienen verstreken. De klacht tegen Dexia kwam twee jaar later dan de (samengebundelde) klacht tegen de stichters & co. (21 september 2001).

De timing-kwestie gaf aanleiding tot een heel technische discussie waar op een bepaald ogenblik ook artikels uit de Belgische pers een belangrijke rol in speelden. Rechter Patti B. Saris oordeelde dat de klacht niet laattijdig was (onder meer als gevolg van recente ,,Enron-wetgeving'') en verklaarde ze toelaatbaar.

De rechter geeft aan de klacht tegen Dexia Bank Belgium ernstig te nemen. Volgens de rechtbank zijn de feiten zwaar genoeg om Dexia directe aansprakelijkheid te kunnen verwijten. Dexia (in feite gaat het om daden van de vroegere Artesia Bank, zelf het fusieproduct van Paribas Bank België en Bacob) wordt verweten een van de hoofdarchitecten der fraude te zijn.

Dexia hielp bij de financiering van de nevenbedrijfjes (LDC's) die L&H fictieve inkomsten hielpen bezorgen, structureerde de kredietverlening zo dat L&H kunstmatig inkomen kon boeken zonder dat de buitenwacht zag dat de stichters van L&H garant stonden voor het krediet. Dexia deed voorts stappen om haar rol in de L&H-fraude te verbergen. De bank gaf ook krediet aan de L&H-stichters, wetende dat de opzet was fictief inkomen te genereren dat zogezegd van licentie-inkomen met LDC's afkomstig was.

Doordat de rechtbank de klacht tegen Dexia toelaatbaar acht, kan nu de bewijsvoering ten gronde gevoerd worden. Dat gebeurde eerder al in de klacht tegen L&H-revisor KPMG en de bestuurders. Die gingen over tot een minnelijke schikking. Verwacht wordt dat ook Dexia op een bepaald ogenblik zal willen schikken.

Vroegere schikkingen met KPMG en de bestuurders leverden 120,27 miljoen dollar op. Een derde van die schadeloosstelling gaat naar de advocaten achter de klacht, het kantoor Berman DeValerio.