BRUSSEL - De arbeidsmarkt in Vlaanderen is minder homogeen dan wel eens gedacht wordt. De regionale verschillen in werkloosheid en werkgelegenheid tussen pakweg Limburg en West-Vlaanderen zijn groot. Maar ook buurgemeenten presteren soms erg verschillend.

DAT alles blijkt uit een analyse door de overheidsdienst VDAB. In Wegwijs op de Vlaamse Arbeidsmarkt (editie 2005) brengt de VDAB gedetailleerd de situatie van werkenden en niet-werkenden in kaart, en dat voor alle 308 Vlaamse gemeenten.

WERKZAAMHEID

De werkzaamheidsgraad geeft het aantal werkenden per 100 inwoners tussen 18 en 65 jaar. Of, anders gezegd, het aantal actieven in de totale bevolking op beroepsactieve leeftijd. Hoe hoger het percentage, hoe meer inwoners een baan hebben. Een hoge werkzaamheidsgraad is dus positief.

Voor geheel Vlaanderen bedraagt het aantal werkenden 67,2 procent. Het verschil tussen mannen en vrouwen is groot. Het Vlaamse gemiddelde bij de mannen ligt op 75,3 procent werkenden; bij de vrouwen is dat 58,9 procent. In tien gemeenten ligt de werkzaamheidsgraad bij de vrouwen zelfs lager dan 50 procent. Omgekeerd telt Vlaanderen 45 gemeenten met meer dan 80 procent actieve mannen.

In vijf van de tweeëntwintig Vlaamse arrondissementen ligt het aantal werkenden boven de grens van 70 procent. Het gaat om Tielt, Roeselare, Diksmuide, Oudenaarde en Aalst. Hekkensluiters met minder dan 64 procent zijn de drie Limburgse regio's: Hasselt, Maaseik en Tongeren.

In de rangschikking per gemeente vallen de hoge scores op van kleinere gemeenten uit Vlaams-Brabant, met Pepingen als beste van de klas. Geen enkele andere gemeente in Vlaanderen telt verhoudingsgewijze meer werkende inwoners dan Pepingen. Glabbeek, Gooik, Boutersem en Galmaarden volgen op de voet.

Slechte cijfers zijn er voor Kraainem en de enclave Baarle-Hertog, met nauwelijks meer dan 52 procent werkenden. Opvallend is het hoge aantal Limburgse namen in de negatieve top-tien. Bovendien gaat het met Genk, Heusden-Zolder en Maasmechelen over grote gemeenten.

WERKGELEGENHEID

De werkgelegenheidsgraad geeft aan hoeveel jobs er zijn per 100 inwoners op beroepsactieve leeftijd. Die jobs op het eigen grondgebied (van de regio of de gemeente) zijn niet noodzakelijk bestemd voor de eigen inwoners. Een hoge werkgelegenheidsgraad is positief.

De zwakste scores zijn voor kleine, landelijke gemeenten, vaak zonder noemenswaardige industriële activiteit. Mesen bijvoorbeeld heeft amper 21,8 jobs beschikbaar op het eigen grondgebied voor elke 100 inwoners.

Bovenaan de rangschikking staan de gemeenten die de luchthavenregio worden genoemd: Zaventem, Machelen en Vilvoorde. Het aantal beschikbare jobs in Zaventem is 2,72 keer groter dan het aantal inwoners tussen 18 en 65 jaar. Ook Machelen haalt dubbel zoveel jobs dan (kandidaat-)actieven. Een goede score is er ook voor de steden Hasselt, Leuven en Gent.

WERKLOOSHEID

De werkloosheidsgraad geeft aan welk deel van de beroepsbevolking niet aan het werk is. Een lage werkloosheidsgraad is positief.

De lijst met best scorende gemeenten (met een lage werkloosheid dus) bevat onvermijdelijk een reeks namen die ook prijken op de lijst van gemeenten met een hoge werkzaamheidsgraad: Pepingen en Gooik, met respectievelijk 3,9 en 3,7 procent werklozen. Ook in het West-Vlaamse Ledegem en Hooglede blijft de teller staan op 4 procent werklozen. De beste regio is die van Tielt, met 5,6 procent werklozen. De hoogste werkloosheidscijfers zijn voor de regio's van Antwerpen en Hasselt (11,5 procent), of het dubbele van beste leerling Tielt.

Vlaanderen telt in totaal 54 gemeenten waar de werkloosheidsgraad bij de mannen lager is dan 4 procent. Bij de vrouwen daarentegen haalt geen enkele gemeente die 4 procent-grens. Het beste resultaat is voor Gooik met 4,2 procent werkloze vrouwen.

Voor geheel Vlaanderen geldt dat er iets meer vrouwelijke werklozen (54,1 procent) zijn dan mannelijke. Slechts in zestien gemeenten zijn er procentueel minder vrouwen dan mannen op zoek naar een baan. De beste score is voor Leuven, waar amper 43,2 procent van de werklozen vrouw zijn. Aan de andere kant van de rangschikking staat een reeks kleinere gemeenten met om en bij de 70 procent vrouwen in de werkloosheid, aangevoerd door Baarle-Hertog en Lendelede.

ALLOCHTONEN

De VDAB onderzoekt al jaren de etnische samenstelling van de groep werkzoekenden in Vlaanderen. De meeste aandacht gaat daarbij naar de etnische Turken en Maghrebijnen (Noord-Afrika), waarvan een grote groep de Belgische nationaliteit heeft.

In vijf Vlaamse regio's maken deze werklozen van allochtone afkomst meer dan 14 procent uit van de totale groep van werklozen. Het gaat om Mechelen, Gent, Sint-Niklaas en - vooral - Antwerpen (18,6 procent) en Hasselt (20,6 procent). In zes regio's uit West- en Oost-Vlaanderen maken de etnische Turken en Maghrebijnen minder dan 2 procent uit van de werklozen.

Opmerkelijk is dat er in 26 gemeenten (van Rijkevorsel via Kapelle-op-den-Bos tot Poperinge) geen Turkse of Noord-Afrikaanse werklozen zijn. De rangschikking van het hoogste aantal allochtone werklozen wordt aangevoerd door de voormalige Limburgse mijngemeenten Heusden-Zolder, Beringen en Genk. Daar is telkens meer dan een derde van de werklozen van allochtone afkomst.

www.vdab.be/trends