Laatste kans voor  nationaal loonoverleg
De vakbondsleiders Cortebeeck (ACV), Mordant en Verboven (beiden ABVV) en Haaze (ACLVB) kunnen na de geslaagde betoging met de glimlach naar de onderhandelingstafel gaan. Foto: © Bart Dewaele
BRUSSEL - De elf toponderhandelaars van vakbonden en werkgeversfederaties ontmoeten elkaar vandaag op een geheim gehouden plek, in een ultieme poging om het vastgelopen loonoverleg te redden. De slaagkansen zijn klein, maar toch zouden er in de voorbije dagen enkele voorzichtige tekenen van compromisbereidheid zijn uitgewisseld.

AMPER een dag na de vakbondsbetoging zitten vakbonden en werkgevers weer aan de onderhandelingstafel. De vakbondsleiders voelen zich gesterkt door de steun van 50.000 betogers en eisen dat de VBO en Unizo bijgestuurde voorstellen op tafel leggen. Bij de werkgeversfederaties is er in de afgelopen dagen over een ,,symbolische'' aanpassing nagedacht, voldoende alleszins om het gesprek gaande te houden en de definitieve breuk te vermijden. De angst voor chaotische cao-onderhandelingen en vakbondsacties in de bedrijfssectoren is immers groot.

Toch blijven de werkgevers bij hun principiële stelling dat er geen ruimte is voor loonsverhogingen. Maar ze zouden de vakbonden een eindje tegemoet kunnen komen dankzij een merkwaardig rapport van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB).

Begin november heeft de CRB de maximale marge voor loonkostenstijgingen berekend op 5,3%, op basis van de verwachte loonevolutie in de buurlanden. Tegelijkertijd werd aangegeven dat er in de voorbije jaren een overschrijding was van de loonnorm met in totaal 2%. Die twee cijfers samen brachten er VBO en Unizo toe om die overschrijding te recuperen op de nieuwe loonnorm; die zou op 3,3% komen, of gelijk aan de verwachte inflatie voor de komende twee jaar.

Binnen de CRB zouden nu nieuwe berekeningen circuleren die de overschrijding uit de voorbije jaren 0,5% doet verkleinen. Dat zou de werkgevers ruimte geven voor een kleine, extra marge voor de lonen, bovenop de index.

Het debat over meer arbeidsflexibiliteit is toegespitst op de overuren. Het streefdoel van de werkgevers is om het aantal toegelaten overuren op jaarbasis naar 175 te brengen, tegen 65 vandaag. Maar ze willen vooral een soepeler procedure, waarbij 130 overuren kunnen worden ingeroepen zonder het voorafgaandelijke fiat van de vakbondsdelegatie in het bedrijf. Dat is voor de bonden absoluut onaanvaardbaar. Daarentegen is een stijging van het aantal overuren met behoud van vakbondsinbreng wel bespreekbaar. Als de regering helpt door de lasten op overuren te verlagen, is het VBO misschien tot een deal te verleiden.

De vakbonden eisen ten slotte de verlenging van de bestaande brugpensioenregelingen voor arbeidsongeschikte bouwvakkers (op 56 jaar) en voor werknemers na 20 jaar nachtarbeid. Het VBO wilde totnogtoe enkel van een tijdelijke verlenging weten, in afwachting van de uitkomst van het eindeloopbaandebat dat in het voorjaar van 2005 moet plaats vinden. Misschien brengt de uitdrukkelijke bepaling dat deze verlenging geen voorafname is op dat debat wel redding.