ER hangt in ons dorp één reclamebord van twintig vierkante meter, pal in het ,,centrum'', langs de hoofdstraat tegenover het parochiecentrum. Je kunt er gewoon niet naast kijken. Bakker, slager, krantenwinkel, café, frituur: je moet altijd voorbij dat bord. Ook vanuit de auto heb je ruim de tijd om het te aanschouwen, als je de zone 30 respecteert tenminste.

Ik hoef u vast niet te vertellen wat voor affiche er momenteel op dat bord hangt. Ze hangen overal. Ze zijn zelfs betaald met ons eigen belastinggeld, als ,,dotatie'' doorgeschoven naar de adverteerder, de grootste partij van Vlaanderen. Ik veronderstel dat de trouwe klanten van de adverteerder het niet erg vinden dat ze iedere dag naar die twee koppen moeten kijken, samengebracht in een krampachtige poging om een soort Schone en het Beest-effect te verkrijgen. De adverteerder wil met zijn product meer vrouwen bereiken, zo heet het.

Het ontwerp van de affiche is al even lelijk en belegen, van het soort dat we van niemand meer zouden mogen verdragen, of ze hun reclame nu zelf maken of niet, of je voeling hebt met het product of niet. Al onze straten optuigen met lichtjes en versiering, laten we het lekker gezellig maken! Maar dan wel zo'n spuuglelijke affiches ophangen. Zou er bij die adverteerder nu echt niemand bij stilgestaan hebben dat het straks Kerstmis is? En dat je dan misschien een gepaste, stemmige boodschap kan brengen, zoals andere adverteerders doen? Vrolijk kerstfeest, Vlaanderen! En daar dan een foto bij van de dames en heren in een romantisch kerstdecor, niet rommelig naast elkaar gemonteerd, maar gewoon traditioneel gefotografeerd, als een hechte Vlaamse familie. Hoewel het misschien net de lelijkheid en het amateurisme van de huidige huisstijl is die de gemiddelde Vlaming aanspreekt. Geen dubbele bodems of artistiek gedoe - vroeger was de wereld zoveel simpeler.

Ik zou de affiche in het dorp negeren, ware het niet dat ik vorige week in Antwerpen ben aangeklampt door iemand van Oxfam. Net niet misselijk geworden van de glühweindampen op de Groenplaats, vroeg ik me af waarom er op al die kerstmarkten zo weinig plaats wordt ingeruimd voor liefdadigheid en vrijwilligerswerk.

Ja, sorry, maar zulke gedachten komen in deze tijd van het jaar nu eenmaal spontaan bij me op. Ik hoef al lang niet meer op cadeautjesjacht te gaan (na gezamenlijk familiaal overleg), dus dan denk je wel eens aan iets anders als je door de stad zwerft. Maar liefdadigheid bestaat nog, en er zijn ook nog mensen die vrijwillig uren in de kou gaan staan voor het goede doel. Dat lieve meisje van Oxfam Wereldwinkels bijvoorbeeld. Ze stapte op me toe in een zijstraat van de Groenplaats, want op de kerstmarkt mocht ze niet staan. Ze mocht ook geen flyers uitdelen, informatiebrochures, want daar is natuurlijk weer een regeltje voor bedacht. Het enige wat dat meisje wél kon doen, mocht doen, was de mensen om een schriftelijke toestemming vragen voor een bestendige bankopdracht. U begrijpt dat het hier niet zomaar om een oppervlakkige babbel kon gaan.

Eerst moest het meisje uitleggen waar Oxfam voor staat. Ze had daarvoor weliswaar een mooi verhaal klaar, maar halverwege heb ik haar onderbroken. Ik ken Oxfam, eerlijke handel, geen kinderarbeid, degelijke lonen, en het was echt wel koud. Toen vroeg ze me of ik samen met haar een document wilde invullen, ook het rekeningnummer van de bank alstublieft. Zou iedereen dat zomaar geven? Op dat moment besefte ik dat het meisje dit stadium waarschijnlijk nog maar een enkele keer bereikt had. We stonden intussen ruim vijf minuten te praten, en dan had ik haar uitleg al een paar keer vroegtijdig afgebroken. ,,Wilt u geld hebben of een handtekening?'' Uiteindelijk moest ik ook nog eens ter plekke bepalen welk bedrag ik voortaan maandelijks zou willen afstaan aan Oxfam. Zou het meisje die dag al iémand zo ver gekregen hebben? Ik had echt medelijden met haar. Wie zou dit kafkaiaanse reglement bedacht hebben?

En wat heeft deze onverkwikkelijke scène nu te maken heeft met die affiche in het dorp? Ik zou graag zien dat mijn belastinggeld gebruikt wordt voor een publiciteitscampagne van Oxfam, zeker in deze tijd van het jaar. Rijke adverteerders bestoken ons met boodschappen van hebzucht, maar Oxfam mag geen flyers uitdelen. Langs de wegen en straten staan duizenden borden die bulken van overdaad en demagogie, maar voor de blijde boodschap wordt geen centimeter advertentieruimte vrijgemaakt. Alsof de consument ook maar één bankverrichting minder zou uitvoeren als er op die affiches reclame zou staan voor het goede doel. Maar misschien, heel misschien, zou die ene overschrijving dan wel bestemd zijn voor Oxfam, of voor Artsen Zonder Grenzen, of voor Broederlijk Delen. En zou ik niet wekenlang naar de Schone en Het Beest moeten kijken.

Vrede, liefde, rechtvaardigheid en verdraagzaamheid toegewenst van op alle twintig vierkante meters in Vlaanderen: zou dat geen zalig gevoel geven?



Deze rubriek verschijnt om de twee weken op woensdag