Quick-Step, Balta, Deceuninck Plastics... Vlaanderen is bezig met de uitverkoop van zijn mooiste industriële bedrijven. Een kaalslag die vergaande gevolgen kan hebben. Op een ogenblik dat de economie globaliseert, blijkt de Vlaamse ondernemer gegeerd wild te zijn en te passen voor de rol van jager.

BELGIE beleeft dezer dagen een tweede golf van uitverkoop van kroonjuwelen. De Belgische holdings waren in het verleden verantwoordelijk voor de verkoop aan gevestigde waarden als Petrofina, Wagons-Lits, cementgroep CBR, financiële instellingen als BBL enzovoort. De holdings waren verkikkerd op het verwerven van machtsposities door controlerende participaties te nemen om in een volgende fase een mooie controlepremie op zak te steken.

De huidige uitverkoopgolf heeft heel andere oorzaken en houdt onder meer verband met de globalisering van de economie. Die globalisering betekent dat er behoefte is aan schaalvergroting in de industrie. Zo heeft de gedeeltelijke fusie van de tapijtgroep Beaulieu tot doel om tot een groep te creëren die Europees mee de toon kan zetten.

Maar Beaulieu is een uitzondering. We zijn wat we zijn: een klein land met meestal kleine bedrijven. In een aantal niches of specifieke markten (tapijt, bagger, laminaat, voeding) hebben Belgische ondernemers vooraanstaande posities opgebouwd, maar het onderliggende beeld is duidelijk: de Belgische bedrijven zijn bij de globalisering meer het wild dan de jager.

Het ontbreekt onze ondernemers ook aan durf en ambitie om al te grote financiële risico's te nemen. Neem nu de uitzendgroep Solvus (Creyf's Interim). Het is de partij met de kleinste financiële slagkracht, de Nederlander Alex Mulder van het Nederlandse USG, die Solvus koopt.

De verkoop van Docpharma aan het Indische Matrix, van tapijtgroep Balta aan het financieel fonds Doughty Hanson, van laminaat- tot houtgroep Unilin aan Mohawk Industries en elders hangende transacties als luchthavenafhandelaar Aviapartner en Deceuninck Plastics, zijn andere voorbeelden van de uitverkoopgolf.

De globalisering is niet de enige motor achter de vele bedrijfsovernames. In heel wat bedrijven en industrieën is er de jongste jaren aardig wat geherstructureerd met het oog op de generatie van vrije kasstromen. Die overtollige kas (zogenaamde vrije cashflow) zoekt investeringsopportuniteiten.

In deze regio met zijn rijpe markten worden nog maar weinig activiteiten van nul opgestart en koopt men meer bestaande activiteiten. Op de dotcomgekte volgden enkele jaren van ,,voeten op de grond'' en schuldafbouw - de telecomsector is wellicht het mooiste voorbeeld - maar nu is er opnieuw appetijt om over te nemen. Bijvoorbeeld in de financiële sector is er opnieuw overnamekoorts.

Toch zijn het vandaag maar zelden industriële kopers die hun slag thuishalen. De Amerikanen van Mohawk hebben drie financiële fondsen uit de wielen gereden. Financiële fondsen profiteren vandaag van de historisch lage rente om bedrijven over te nemen via schuldfinanciering.

In deze wereldwijde trend zijn Belgische bedrijven een makkelijk doelwit. Ze lijken het slachtoffer van de eigen financiële orthodoxie. Ze hebben doorgaans weinig schulden en sterke operationele fundamenten.

Bedrijven als Deceuninck Plastics, Barco, en vooral Colruyt hebben stevige balansstructuren en veel cash. Colruyt weet haast niet wat ermee gedaan. Dergelijke groepen zijn ,,eten en drinken'' voor financiële buyoutgroepen. Zij zoeken goed geleide bedrijven met voorspelbare cashflow die ze kunnen overnemen door kredieten op te nemen bij een bank. Het overgenomen bedrijf moet vervolgens zelf de kredieten aflossen.

Door de huidige lage rentetarieven en de bereidheid van de banken om vele kredieten toe te staan, kan het financiële spel op de spits worden gedreven. Wie bijvoorbeeld een bedrijf overneemt voor 100 kan van die factuur 20 met eigen inleg betalen en 80 via schuldfinanciering. Als het financieel fonds er in slaagt om de waarde van 100 te doen stijgen naar 110, betekent dit bij een verkoop wel dat het fonds een meerwaarde van 50 procent boekt op de eigen inleg. De financiële hefboom is met andere woorden indrukwekkend.

Zakenbankiers lopen de deuren plat bij vooraanstaande Vlaamse groepen, hengelend naar verkoopmandaten. Ze beloven de familiale aandeelhouders kopers aan te brengen die indrukwekkende sommen op tafel willen leggen voor hun bedrijf. Bij Balta (600 miljoen euro ondernemingswaarde) en Unilin (2,2 miljard) gaf dit aanleiding tot spraakmakende bedragen.

De financiële fondsen zwemmen vandaag in de liquiditeiten die aangevuld met de gulle bankfinanciering tot biedingen leidt die verdacht veel op zeepbellen beginnen te gelijken. Het opbod tussen de fondsen houdt het risico in dat als naderhand blijkt dat een fonds te duur heeft gekocht en er te veel schuld op het bedrijf is gelegd, de duimschroeven worden aangehaald om toch het beoogde rendement op te strijken. Luierfabrikant Ontex weet daarover mee te spreken.

De uitverkoopgolf lijkt ten slotte ook te maken te hebben met een zekere malaise bij de Vlaamse industriëlen. Ondernemen in Vlaanderen wordt elke dag een beetje moeilijker en de nood om te delokaliseren groter. China zal niet verdwijnen. Een toenemend aantal bedrijfsleiders vindt dat anderen het nu maar moeten doen.

België zou ten slotte België niet zijn als de uitverkoopgolf ook niet fiscaal geïnspireerd is. Door de hoge vennootschapsbelasting en de hoge dividendbelasting schrijven bedrijven liever versneld af en keren ze weinig dividend uit. Maar aandelen met winst verkopen is belastingvrij. Dat werkt een beleid in de hand waarbij aandeelhouders jarenlang onvoldoende vergoed worden maar aan het eind van de rit, bij de verkoop van het bedrijf aan de meest biedende, een fortuintje kunnen opstrijken.



Pascal Dendooven is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig