BRUSSEL - Eind jaren tachtig was Interbrew een brouwer met veel twijfels en vragen. Het stond nergens op de wereldranglijst en leek gedoemd een lokale speler te blijven. De overname van het Canadese Labatt zou de groep definitief transformeren. Het werd het ticket tot latere successen.

Interbrew zegt dat de wortels van de onderneming teruggaan tot 1366. Van de vele belangrijke data in de bedrijfsgeschiedenis is 1987 een mijlpaal. In dat jaar gaat brouwerij Artois samen met Piedboeuf (Jupiler). De groep doorloopt vervolgens verschillende belangrijke fasen. De eerste was de moeilijkste. Het weinig rendabele Interbrew moest even concurrentieel worden als zijn Europese concurrenten Heineken en Kronenbourg. De groep sabelde fors in zijn Belgisch productieapparaat, dat opgebouwd werd rond twee nieuwe grote vestigingen (één in Leuven en één in Luik).

Interbrew zette de waterbelangen in de etalage en organiseerde een out of Africa via de verkoop van zijn Afrikaanse brouwerijen. Dat was een emotionele beslissing want verschillende van de familiale aandeelhouders van de brouwer hadden op het zwarte continent gewerkt. Tot halfweg de jaren tachtig stond Afrika voor de helft van de winst van het vroegere Artois.

In 1991 volgde een experiment: Interbrew kocht een brouwerij in Hongarije. Het werd een succesverhaal. Anno 1995 had de brouwer opnieuw zelfvertrouwen, wat centen en zocht hij nieuwe groeipaden. De overname van Labatt transformeerde de familiale brouwer tot een wereldspeler.

Interbrew steeg van de zeventiende plaats in de biersector naar de vierde. Labatt loodste de Belgische groep ook de Mexicaanse markt binnen bij Femsa Cerveza. De overname van Labatt kostte 2 miljard euro en was tot dan de grootste buitenlandse overname van een Belgische groep. Interbrew zou vervolgens nog regelmatig nieuwe records vestigen zoals met de overname van het Britse Bass, het Duitse Beck's en het gisteren aangekondigde Ambev.

Na de overname van Labatt volgden overnames in Centraal-Europa, China en Rusland. In de snel consoliderende biersector was pauzeren achteruitgaan. De brouwers werden steeds afhankelijker van overnames om op het groeipad te blijven. De overnameprijzen stegen navenant.

De jongste jaren reeg Interbrew de mijlpalen aan elkaar. 2000 was een psychologisch belangrijke stap voor de Interbrew-families die naar de Brusselse beurs trokken tegen 33 euro per aandeel. Dat moest de overname van Bass helpen financieren, maar die overname werd een miskleun. In 2001 volgde Beck's, peperduur maar een wereldmerk. Meteen werd Duitsland een nieuw actieterrein waar verschillende belangrijke overnames zoals Gilde en Spaten zouden volgen. Interbrew is voorlopig nummer 1 in de wereld, maar in deze sector is het gedwongen verder over te nemen. De oorlogskas blijft gevuld.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig