België geeft minste uit voor beroepsopleiding
Frank Vandenbroucke. Foto: © BELGA
Volgens Eurostat staat België aan de staart inzake beroepsopleiding en op kop voor de rechtstreekse subsidiëring van werk.

In 2003 heeft ons land 2,710 miljard euro uitgegeven om werklozen te helpen weer actief te worden op de arbeidsmarkt. Daarvan ging maar 485,5 miljoen euro of ongeveer 18 procent naar beroepsopleiding. Dat is het laagste percentage van de vijftien ,oude'' EU-lidstaten. Nederland zit daar met (bijna) 20 procent nauwelijks boven. Gemiddeld besteden de Vijftien 40 procent van de uitgaven voor het heractiveren van werklozen aan opleiding. Duitsland, Ierland, Oostenrijk, Portugal, Finland en het Verenigd Koninkrijk geven aan opleiding het meeste geld uit.

Alles samen besteedt de oude Unie 65,6 miljard euro aan heractivering Dat is 0,75% van het gezamenlijke bruto-inkomen.

België staat vanuit een ander opzicht wel bovenaan de lijst, met name inzake uitgaven die Eurostat kwalificeert als ,,directe jobcreatie''. Dat zijn uitgaven waarmee werkgelegenheid voor werklozen rechtstreeks of onrechtstreeks wordt gesubsidieerd door de overheid. De dienstencheques zijn het meest bekend in België.

Van de 2,7 miljard euro die aan activeringsbeleid wordt uitgegeven gaat bijna de helft of 1,32 miljard naar die rechtstreekse subsidiëring. Bij de meeste andere lidstaten is dat veel minder.

De opleiding voor werklozen verloopt in België bovendien bijna volledig ,,institutioneel'', zeg maar in leslokalen. Training op de werkplek is maar goed voor 2,7 procent van de uitgaven voor opleiding tegenover 95,4% voor opleiding in leslokalen.

Aan het persbureau Belga gaf Vlaams minister van Werk Frank Vandenbroucke (SP.A) toe dat België grote achterstand heeft tegenover landen die traditioneel veel investeren in opleiding. Maar er is volgens hem een kentering na de inspanningen van de jongste jaren. ,,Eurostat hanteert cijfers voor 2003 en daarin is die kentering nog niet te merken.''

Uit dezelfde cijfers blijkt dat de werklozen zelf en ,,dienstverleners'' veruit het grootste deel van de uitkeringen opstrijken voor opleiding. Dat is in ons land niet anders dan gemiddeld in de hele EU-15. Voor de hele EU gaat 43 procent naar dienstverleners en 33 procent naar de werklozen. Maar 16 procent komt terecht bij de werkgevers.

(bb)