ER zijn niet veel mensen die iets weten over Cargill. Het bedrijf heeft dat ook zo willen houden. Zelfs de gedelegeerd bestuurder geeft toe dat hij, toen hij voor Cargill begon te werken, zijn vader niet kon vertellen hoeveel winst het bedrijf maakte. Maar achter Cargills reputatie van geslotenheid schuilt een opmerkelijk verhaal.

Dat van een onderneming die in 1865 werd opgericht en erin slaagde zo te groeien dat ze nu, gemeten naar omzet, bij de 20 grootste bedrijven in de VS behoort. Meer nog: ze slaagde daarin en bleef toch in privé-handen. Dat deed ze door vooral haar eigen kapitaal opnieuw te investeren.

Cargill is veruit de grootste privé-vennootschap in de VS. Vorig jaar genereerde het 60 miljard dollar omzet, meer dan Boeing, Merrill Lynch en Procter & Gamble. Miljarden consumenten over de hele wereld verbruiken dagelijks de producten die Cargill verwerkt en verkoopt. Dat gaat van alle eieren die McDonald's in zijn Amerikaanse restaurants gebruikt, tot groot deel van de suiker in Coca-Cola en het mout dat wordt gebruikt in bier.

Het bedrijf begon met een enkele graansilo in Conovor, in de staat Iowa, en controleert nu 25 procent van de volledige Amerikaanse graanexport. Het heeft een stevige positie in de vleessector, met 22 procent van de Amerikaanse markt in handen. Dat staat gelijk aan de dagelijkse verwerkingvan 22.500 stuks vee. Cargill heeft 21 procent van de Amerikaanse kalkoenindustrie en 9 procent van de varkenssector in handen.

Het is ook een echt internationaal bedrijf. Het heeft 101.000 werknemers in 60 landen. Dat zijn onder meer chocoladebedrijven in Frankrijk, vleesverwerkende bedrijven in Argentinië en moutfabrieken in Canada. Cargill is de grootste uitvoerder van Argentinië en de grootste pluimveeverwerker in Thailand. Het verhandelt meer dan 6,5 miljoen metrieke ton suiker per jaar en heeft een zeer grote tradingafdeling die zich bezighoudt met prijsindekking en financieel risicomanagement.

Toch is het niet tevreden. Cargill wil de ,,wereldwijde leider in het voeden van mensen'' zijn.

Voor een bedrijf dat zo sterk zijn privacy bewaakt is het wellicht niet verrassend dat de eerste vraag die iemand me leukweg stelt, wanneer ik de houten trap van het hoofdkwartier opga, luidt: ,,Waar zijn we mee bezig? Waarom laten we iemand van de FT toe in ons heiligdom?''

Maar tijdens interviews in Minnetonka, Iowa en Wichita verschaffen senior managers ons ongewone en openhartige inzichten. Ze vertellen hoe Cargill de persoonlijke vetes kon afwenden die zoveel familiebedrijven hebben vernietigd. Ze verklappen ook hoe Cargill zijn strategie wijzigde na enkele turbulente jaren in de grondstoffenmarkt op het einde van de jaren negentig. Het bedrijf heeft sindsdien geprobeerd meer te zijn dan een zuiver grondstoffenbedrijf. Het wil zijn klanten producten met een grotere marge en een betere dienstverlening aanbieden. Het deed ook overnames, rekruteerde buitenstaanders voor hogere managementfuncties en herbekeek zijn hele organisatie.

Warren staley, de gedelegeerd bestuurder van cargill - een kwieke man van 61 met een monkelende manier van doen en een sterke, aangename stem - is sinds 1999 de voortrekker van de veranderingen. Hij is de derde topman die niet uit de familie Cargill stamt sinds het bedrijf 139 jaar geleden werd opgericht door William en Samuel Cargill. Zij waren de zonen van een Schotse scheepskapitein. Twee takken van de familie Cargill en de familie MacMillan hebben nog altijd 90 procent van de aandelen in handen.