VERGRIJZING (1). Overheidsbeleid zal vroeg of laat tot grote problemen leiden
Oud worden is misschien niet zo'n prettig gevoel, maar is alleszins te verkiezen boven het alternatief, namelijk jong sterven. Foto: © photo news
Het wordt moeilijk om nog de gelijkenissen te negeren tussen de wijze waarop in de jaren zeventig de schuldexplosie tot stand kwam, en het huidige onvermogen om een aanpak om te gooien die tot vervroegde uittreding uit de arbeidsmarkt blijft aanzetten en die op termijn tot een beduidende toename van de armoede bij de ouderen dreigt te leiden.

NET zoals toen zien de politici en de bevolking in dat niet op dezelfde weg kan worden voortgegaan, maar doet men het niettemin. En men geeft het ruiterlijk toe: op een zondagmiddag in december deelde de minister van Werk, Frank Vandenbroucke (SP.A), mee dat hij beslist had om de werknemers van Ford-Genk brugpensioen op 48 jaar toe te kennen. Maar, zo voegde hij er meteen aan toe, iedereen weet dat dit onhoudbaar is.

Net zoals toen zal de beleidsommezwaai er wel eens komen, maar nu nog niet. Aan excuses ontbreekt het niet. De omstandigheden zijn er nog niet rijp voor. Er zijn lokale, regionale, nationale, Europese of vakbondsverkiezingen op komst. Een periode van laagconjunctuur is niet het geschikte moment, en in hoogconjunctuur krijg je de ingrepen aan de bevolking niet verkocht. De coalitiepartners willen niet mee, en aan de overzijde van de taalgrens is die bereidheid al helemaal onbestaande. Eigenlijk moet bij de bevolking eerst een mentaliteitsverandering optreden.

Tussen 1976 (het Rapport-Van Houtte) en 1981 werden de waarschuwingen van nationale en internationale instanties steeds beklemmender. IMF-directeur-generaal Jacques de Larosière vergeleek België in oktober 1981 met een auto in het donker die met grote snelheid op een muur afvloog. Vandaag volgen de vermaningen van de Nationale Bank en het Planbureau, van het IMF, de Oeso en de Europese Commissie elkaar op.

Er wordt op gewezen dat in België wetten, maatregelen en mechanismen blijven bestaan die werknemers van een zekere leeftijd ontraden om aan het werk te blijven en bedrijven ertoe aanzetten zich van hen te ontdoen. Daardoor is nog slechts een kwart van de 55-64-jarigen aan het werk, een record dat alleen Frankrijk evenaart. In de Europese Unie is dat gemiddeld 40 procent, in het Oeso-gebied (dat zijn ruwweg de hoogontwikkelde landen) 48 procent en in Zwitserland 70 procent. Er wordt vastgesteld dat we nog verder van de Lissabon-doelstellingen verwijderd raken in plaats van er naartoe te bewegen. Het IMF zegt ons tevens dat we vijftig jaar begrotingsoverschotten nodig hebben.

Ook nu weer worden de opgaven groter naarmate men ze langer voor zich uitschuift. Na de eerste olieschok van 1973-74 werd de begrotingsdiscipline losgelaten in de hoop dat een ,,keynesiaans'' beleid de economie zou stabiliseren; acht jaar en vele desillusies later werd het zogenaamde herstelbeleid aangevat. De overheidsschuld bedroeg toen 3.000 miljard frank, maar de gecombineerde dynamiek van begrotingstekorten en hoge rente was dusdanig dat ze, ondanks een groot aantal besparingspakketten en maatregelen om nieuwe inkomsten te vinden, nog doorschoot naar 10.000 miljard frank. Pas in 1994 begon de omvang van de schuld in procent van het bruto binnenlands product af te nemen. Nog steeds betalen we jaarlijks 15 miljard euro aan rentelasten.

En net zoals in de jaren zeventig bezondigen andere landen zich aan dezelfde fouten, maar bevindt België zich wel geregeld in het gezelschap van degenen die het verst gaan.

Voor alle duidelijkheid moet worden gezegd dat het met een andere regeringscoalitie vermoedelijk niet anders zou zijn. De motivering voor een echte beleidsbijsturing is geringer dan een kwarteeuw geleden, want de pensioenschok zal na 2010 optreden en zich pas tien of twintig jaar later in zijn volle omvang laten voelen. Er is nog altijd een zeer groot verschil tussen het huidige politieke klimaat en de beklemmende sfeer van 1980-81, toen we alle grote macro-economische evenwichten hadden verspeeld en de politieke elite elke greep op de ontwikkelingen leek kwijtgeraakt.

DE vergrijzing is natuurlijk geen schrikbeeld, maar een triomf. Oud worden is misschien niet zo'n prettig gevoel, maar is alleszins te verkiezen boven het alternatief, namelijk jong sterven. Elk jaar stijgt onze levensverwachting nog met een kleine drie maanden, ondanks datgene dat we onszelf met onder meer rook-, drank- en eetgewoonten aandoen. Belangrijk is ook dat de gezondheidsproblemen in de tijd worden achteruit geschoven.

De sterk veranderende leeftijdsstructuur vergt van de bevolking echter aanpassingen waarvoor ze heel weinig voelt en die ze eensgezind afwijst. Hier tekent zich de kern van een potentieel nieuw drama af.

Er zijn drie parallelle trends bezig, elk in een verschillend tempo. De eerste is een sterke stijging van het aantal gepensioneerden, nu de babyboom-generatie van na de oorlog het einde van haar actieve loopbaan ziet naderen. De tweede is de verregaande daling van het geboortecijfer, tot een eind beneden het vervangingspeil. En de derde is de sterk toegenomen levensduur, die meebrengt dat men nu in de regel zeer lang van zijn pensioen kan genieten.

Tegen 2030 zal het aantal zestigplussers in België met vijftig procent stijgen, terwijl de bevolking in de actieve leeftijd zal krimpen (zie tabel). Op nog wat langere termijn zal de ,,afhankelijkheidsgraad'', de verhouding tussen het aantal 65-plussers en de leeftijdsgroep tussen 20 en 64 jaar, verdubbelen (in het Oeso-gebied gaat hij van 22 % nu naar 46 % in 2050). In plaats van vier zullen twee actieven een gepensioneerde op de schouders moeten nemen.

Zowel de actieven als de gepensioneerden met weinig of geen financiële reserve moeten dat met bezorgdheid tegemoet zien.

(Dit artikel is het eerste in een reeks van drie. Morgen: Uitgaven voor ouderen zullen de grootste schok moeten opvangen.)

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig