België is niet het enige land dat zijn fiscale wetgeving inzake groepsverzekeringen en pensioenfondsen dringend moet aanpassen aan de Europese regelgeving over het vrije verkeer van mensen, kapitaal en diensten. De Commissie probeert ook al jaren Frankrijk, Italië, Portugal, Spanje, Denemarken, Zweden en Groot-Brittannië op het juiste pad te dwingen.

Maar ons land genoot iets meer dan tien jaar geleden de twijfelachtige eer om als eerste voor het Europees Hof gedaagd te worden. België doorstond die test echter met glans. De klacht van de Commissie werd van tafel geveegd door het ,,arrest Bachmann'' dat sindsdien een begrip is geworden in kringen van fiscalisten.

Volgens het Europees Hof moet de tot Belgische verzekeraars beperkte aftrekbaarheid van de premies gezien worden in de context van het volledige belastingstelsel. Er bestaat, zegt het arrest, een verband tussen de aftrekbaarheid van de bijdragen en de belastingheffing op de bedragen die de verzekeraars bij overlijden of pensionering uitkeren.

Het gaat niet op, zegt ook de regering, dat een verzekerde jarenlang kan genieten van de fiscale aftrekbaarheid van de premiestortingen om dan enkele maanden of jaren voor zijn pensionering naar bijvoorbeeld Frankrijk te verhuizen waar de uitgekeerde pensioenkapitalen een stuk minder belast worden dan in eigen land.

Niet onlogisch natuurlijk. Toch was het volgens Véronique de Brabanter van het gespecialiseerde advocatenkantoor Lawfort een fel gecontesteerde beslissing die nadien systematisch verder werd uitgehold door een reeks arresten waarin andere Europese zondaars in het ongelijk werden gesteld.

Na Bachmann kwam het arrest Wielockx dat de Nederlandse staat in 1995 in het ongelijk stelde. Daarop volgde in 1998 het arrest Safir dat de Zweedse wetgeving op de korrel nam, het arrest Danner (2002) tegen de Finse staat en ten slotte het arrest Skania dat midden vorig jaar nogmaals Zweden in het ongelijk stelde.

Een kleine drie jaar geleden maakte de Europese Commissie in een zogenaamde 'mededeling' nog eens duidelijk hoe zij de Europese richtlijnen over de fiscale behandeling van het pensioensparen interpreteert.

Zij raadt de Europese landen aan om te kiezen voor het VVB-belastingregime waarbij de bijdragen die gestort worden, net als de beleggingsopbrengsten en vermogensaangroei van de pensioeninstellingen vrijgesteld worden van heffingen (VV) en enkel de uitkeringen belast worden (B).

Dat regime geldt al in de meeste Europese landen. Zweden, Denemarken en Italië passen nog een VBB-stelsel toe waarbij wel de bijdragen vrijgesteld zijn, maar niet de beleggingsopbrengsten en de uitgekeerde bedragen. Duitsland en Luxemburg hanteren dan weer het BVV-systeem waarbij de uitkeringen wel, maar premies en beleggingswinsten niet vrijgesteld zijn van belastingen.

Daaraan wil de Commissie een fiscale vrijstelling gekoppeld zien voor pensioenreserves die naar een ander Europees land getransfereerd worden.

Een systeem van uitwisseling van inlichtingen tussen de verzekeraars en de pensioenfondsen moet erover waken dat de lidstaten geen inkomsten mislopen.

Volgens de Brabanter gaan de meeste juristen en fiscalisten er nu van uit dat de Belgische bepalingen in verband met groepsverzekeringen en pensioenfondsen strijdig zijn met de bepalingen van het EG-Verdrag. En dat zou volgens haar en collega Philippe Odent wel eens kunnen worden ingeroepen voor een Belgische rechtbank. Het is bijgevolg allicht nog maar een kwestie van tijd voor een Belgische rechter daarover een prejudiciële vraag stelt aan het Europees Hof.

Om de nodige druk op de ketel te zetten, begon de Commissie op grond van artikel 226 van het EG-Verdrag een inbreukprocedure. Begin februari 2003 kregen België, Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal een eerste, schriftelijke aanmaning om op te houden met de discriminatie van buitenlandse verzekeraars en pensioenfondsen.

Op hetzelfde ogenblik kreeg de Deense regering een gemotiveerd advies in de bus, de tweede stap al in de inbreukprocedure.

Begin juli dagvaardde de Commissie Denemarken voor het Europees Hof en kregen Ierland en Groot-Brittannië een eerste aanmaning. Midden december volgde dan een gemotiveerd advies aan België, Frankrijk, Spanje en Portugal.

Die landen moesten binnen de twee maanden passende maatregelen nemen, anders kan de Commissie hen in gebreke stellen bij het Europees Hof.

Spanje heeft intussen toegegeven dat zijn wetgeving in strijd is met het Europees recht, maar het land zou geen aanpassingen doorvoeren voor 23 september 2005. Tegen die datum moet ook de Europese markt voor pensioenfondsen, in navolging van die voor verzekeringen, vrijgemaakt zijn.

Ook Frankrijk heeft zich nu bij de Europese bepalingen neergelegd en stelt een aanpassing in het vooruitzicht. Portugal verwijst naar het arrest Bachmann om alles bij het oude te laten. In eigen land werd begin vorige week een wetsontwerp ingediend dat voor pensioenspaarfondsen de verplichting schrapt om een groot deel van hun kapitaal in Belgische aandelen te beleggen.

Véronique de Brabanter ziet er een positieve eerste stap in. Een bewijs dat België wel beseft dat het met een probleem zit. Maar een reactie op het advies van de Commissie is dit natuurlijk niet.

(lc)