INTERVIEW. Fons Leroy, topmanager van VDAB
Fons Leroy: Werkwinkels moeten vooral jobs afficheren. Foto: © BDW
,,De knelpuntberoepen moeten niet altijd als een probleem bekeken worden. Ze bieden geweldige kansen aan lagergeschoolde werklozen op een baan.''

DAT zegt Fons Leroy, de administrateur-generaal van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB). Leroy is de regisseur van 4.000 ambtenaren die vraag en aanbod op de arbeidsmarkt moeten matchen .



Wat is de bedoeling van uw actieplan Kansenberoepen?

Knelpuntberoepen klinkt negatief. Omdat het om vacatures gaat waarvoor het vinden van geschikte kandidaten lastig tot zeer lastig is. Voor bedrijven is dat een probleem, ja. Maar toch wordt het tijd dat we de terminologie veranderen. Door de huidige definitie valt de helft van alle vacatures onder de noemer knelpuntberoepen. Ze raken weliswaar voor 80 procent ingevuld, tegen 85 procent normaal. Maar het gaat trager en het vergt grotere inspanningen.

Het actieplan van de VDAB wil het discours omdraaien. Die openstaande vacatures zijn geen probleem maar juist een geweldige kans voor werklozen. Het zijn kansenberoepen. Kansen op werk voor laaggeschoolden, voor allochtonen. We moeten er een positief verhaal van maken. Er staan duizenden jobs open in de bouw, de schoonmaak, de transport. Dat is niet erg, dat is goed.

Als u er tenminste in slaagt om die lager geschoolden klaar te stomen voor de openstaande jobs. Maar knelpuntberoepen slaan toch vaak ook op functies waarvoor hogere (technische) kwalificaties nodig zijn?

Vanzelfsprekend. Maar jongeren opleiden tot ingenieur is geen taak voor de VDAB. Dat is een opdracht voor het onderwijs. De VDAB wil daarom een permanente informatiestroom op gang brengen naar scholen en leerlingen over een verantwoorde studiekeuze, met het oog op de latere perspectieven op een baan.

Werkzoekenden opleiden en begeleiden voor minder hoge jobs is wel onze taak. Ook voor jobs die maatschappelijk aanzien hebben, zoals verpleegkundigen, of apothekersassistenten. Een voorbeeld: in 2005 volgden 2.119 werklozen een cursus verpleegkunde. Liefst 90 procent van hen vond onmiddellijk een job. Dat maakt de lange duur en de hoge kosten van de opleiding meer dan waard.''



Over welke jobs voor laaggeschoolden heeft u het?

In de schoonmaak, bijvoorbeeld. Die jobs zijn helemaal niet minderwaardig. Kijk, het personeel van de Werkwinkel in Antwerpen heeft onlangs onze eigen VDAB-cursus schoonmaak moeten volgen. Zodat ze zouden leren dat schoonmaken een beroep is. Geen bezigheid voor mensen die niets anders kunnen. De werkzoekenden die zo'n cursus volgen en nadien een baan vinden, zijn fier op hun werk. Sommigen van hen stoten met succes door van het systeem van de dienstencheques - poetshulp aan huis bij gezinnen - naar de iets beter betaalde jobs in de industriële schoonmaakbedrijven. Schoonmaken biedt grote perspectieven op werk voor laaggeschoolde vrouwen. Er staan in Vlaanderen 2.000 vacatures open in de dienstencheques.

Toegegeven, voor alleenstaande moeders is het moeilijk om jobs te aanvaarden als ze geen kinderopvang vinden. Daar moeten we aan werken.



Wat gaat de VDAB nu concreet doen?

We gaan nog dit jaar alle werkzoekenden screenen die op papier in aanmerking komen voor jobs in de bouw of de schoonmaak. Klopt die stempel met hun huidige competenties? Hebben ze extra opleiding nodig? Is voor hen toch een ander soort werkaanbod aangewezen, bijvoorbeeld omdat ze medisch niet geschikt zijn voor de bouw? Dat moeten we eerst grondig uitzoeken.

Voorts moeten de Lokale Werkwinkels van opdracht en werkwijze veranderen. Van de opvang en begeleiding van werklozen, het opzetten van hulptrajecten, naar het veel actiever aanbieden van jobs. Eigenlijk moeten de Werkwinkels een permanente jobdating zijn. We gaan dat ook visueel anders aanpakken. De Werkwinkels mogen geen VDAB-kantoren zijn, maar moeten echte jobwinkels worden, zoals de uitzendkantoren dat zijn. En dus gaan we opnieuw vacatures afficheren op de etalages, zoals de uitzendkantoren. Dat alles vergt een mentaliteitswijziging bij onze consulenten en een betere integratie van de diensten die met de bedrijven en met de begeleiding en opleiding van werklozen bezig zijn.

Welke inspanning verwacht u van de werkzoekenden zelf?

Dit actieplan is niet vrijblijvend. Als we de competenties en verwachtingen van de werkzoekenden goed in kaart hebben gebracht, en hem of haar op weg hebben geholpen bij het solliciteren of door extra opleiding, en als op het einde van het traject een gegarandeerde job wacht, dan moet hij of zij ook het aanbod van die job aanvaarden. Dat wil niet zeggen dat iedereen die een truweel kan vasthouden in de bouw moet gaan werken. Maar werkzoekenden die een opleiding volgen en klaar zijn voor een job kunnen niet zomaar afhaken. Eigenlijk sluiten wij met hen een pre-arbeidscontract, waarin wij ons engageren - met steun van de bedrijven en sectoren - dat ze op weg zijn naar een baan, en dat zij zich engageren om die baan ook te zullen doen.

Dat geldt bijvoorbeeld voor de werklozen die een opleiding tot schilder volgen. De leslokalen zitten voor 91 procent vol, maar slechts 58 procent gaat nadien effectief aan de slag als schilder. Terwijl er vacatures open staan. Dat kan niet langer. Als we mensen kansen aanbieden, moeten ze die kansen ook grijpen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig