Met mooie affiches en wervende folders werden de Marokkanen veertig jaar geleden naar België gelokt. Mohamed Akhandaf is één van hen.

Sadik Akhandaf is zeven jaar oud als hij aan de hand van zijn vader Mohamed door de straten van het Noord-Marokkaanse Tétouan wandelt. Plots houdt de man stil en wijst zijn zoontje op een kleurig affiche. Op de voorgrond staat een gelukkig gezin afgebeeld, voor een huisje in het groen. Op de achtergrond een fabriek met rokende schoorsteen. ,,Soyez les bienvenus en Belgique'', luidt de wervende tekst. ,,Daar, mijn zoon, wil ik naartoe'', zo herinnert Sadik zich de woorden van zijn vader ruim veertig jaar later.

Mohamed Akhandaf liet in 1962 zijn winkel in schoenen en kleding achter en vertrok naar België om het fortuin te zoeken. Hij had op voorhand de brochure ,,Vivre et travailler en Belgique'' doorgenomen. Daardoor wist hij dat België een gastrvij land was. ,,Wij Belgen verheugen ons dat u ons land komt steunen met uw werkkracht en intelligentie'', zo sprak het ministerie van Arbeid de Marokkaanse emigratiekandidaten in de brochure bemoedigend toe. Een reeks foto's van nijvere werklieden, glooiende landschappen en schrobbende huisvrouwen begeleidde de wervende teksten. Een lijst van in België gangbare uurlonen deed de laatste twijfel wegnemen. Mijnwerkers konden er wel 47,63 frank per uur verdienen.

,,Ik denk niet dat mijn vader echt een idee had van wat hem in België te wachten stond'', zegt Sadik nu. ,,In het begin bleek ook uit zijn brieven dat het niet meeviel. De aanpassing viel hem zwaar, en hij miste zijn gezin''.

Mohamed Akhandaf was niet van plan naar België te emigreren. Een paar jaar werken zou voldoende zijn om in Tétouan in welstand te leven, zo veronderstelde hij. Maar de mijnen, dat zag hij echt niet zitten. Dan maar iets minder snel rijk. Een gieterij in Vilvoorde bood 30 frank per uur. Zes maanden lang werkte Akhandaf er. Toen stond hij weer terug in Tétouan. De heimwee werd hem te machtig. Maar zo snel gaf hij zich niet gewonnen. Hij vertrok opnieuw naar België. In mei '64 werd hij op de Antwerpse Sinksenfoor benaderd door een bedrijf dat hem vroeg hoeveel hij op dat moment verdiende. Hij zou één frank per uur meer kunnen verdienen als hij bereid was voor hen te komen werken. Dat bedrijf was Métallurgie Hoboken, het huidige Umicore. Akhandaf hoefde niet lang over het aanbod na te denken en verhuisde naar Antwerpen.

Rijk worden duurde langer dan gedacht, en de afwezigheid van vrouw en kinderen bleef knagen. In 1965 liet Akhandaf zijn vrouw, zoon en drie dochters overkomen. Tijdelijk, zo veronderstelde hij. Zoon Sadik, toen tien jaar oud, maakte zijn lagere schoolopleiding in Brussel af, op de Franstalige Ecole 23. De meisjes gingen in Antwerpen naar school. Nog altijd stond terugkeer naar Tétouan hoog op het programma. ,,Het duurde wat langer dan gedacht'', zegt Sadik. ,,Mijn vader was overgeschakeld op een vijfjarenplan''.

Het gezin voelde zich welkom in België. ,,In die tijd waren we één van de drie of vier Marokkaanse gezinnen in de buurt'', herinnert Sadik zich. ,,Mijn vader werd gezien als een pionier, een held die mee kwam helpen aan de opbouw van de Belgische welvaart. We kregen veel hulp van de buren, bijvoorbeeld bij het invullen van papieren. Zelforganisaties bestonden toen immers nog niet''.

In 1970 had het gezin zoveel verdiend dat het zich een eigen auto kon permitteren. Daarmee werd in de zomervakantie de tocht naar Marokko ondernomen. ,,Die auto heeft de broer van mijn vader de ogen geopend'', herinnert Sadik zich. ,,Het was voor hem de aanleiding ook naar hier te komen. Natuurlijk besefte hij toen dat er ook veel nadelen aan vast zaten. Maar er was geen alternatief. De economische situatie was in Marokko verslechterd''.

In 1974 veranderde de sfeer. België rekruteerde geen abeiders meer in Marokko, maar voerde een migratiestop in. De oliecrisis gaf de Arabische wereld een negatief tintje. De eerste tekenen van racisme werden zichtbaar. Sadik Akhandaf: ,,De VMO werd actief in onze buurt. Bij het verhuren van appartementen zag je in kleine lettertjes: geen vreemdelingen. Sommige cafés hingen bordjes op: verboden voor Noord-Afrikanen''.

Vader Mohamed had de terugkeer naar Marokko tegen die tijd uitgesteld tot zijn pensioen. Maar toen het in 1982 zover was, bleek dat toch minder evident dan gedacht. Het huis in Tétouan was nog altijd in zijn bezit, maar de kinderen wilde hij niet zomaar achterlaten. Zoon Sadik was zelf ook voor Métallurgie Hoboken gaan werken. Er kwamen kleinkinderen, en ook Sadiks moeder zag een terugkeer naar Marokko niet meer zitten. De inmiddels 74-jarige Mohamed Akhandaf brengt nu enkele maanden per jaar door in Tétouan, en de rest van de tijd in Antwerpen.

Denkt Sadik dat zijn vader spijt heeft van de beslissing die hij ruim veertig jaar geleden bij het zien van de affiche in Tétouan heeft genomen? Hij aarzelt. ,,De omstandigheden hebben tot die beslissing geleid. Mijn vader had het niet slecht in Marokko, maar hij is toch naar hier gekomen. Hij wilde geld kunnen sparen, een luxueuzer leven. Maar in cultureel of familiaal opzicht kan je je misschien afvragen of hij het wel verstandig was om naar hier te komen''.

(rmg)