BRUSSEL De hoge werkloosheid in het eurogebied zal in 2004 niet afnemen. De verwachte stijging van de productie valt te zwak uit om veel mensen aan werk te helpen, en doordat de ondernemingen tijdens de voorbije inzinking meer personeel aan het werk hielden dan nodig, hoeven ze vooralsnog niet aan te werven. De hervormingen van de arbeidsmarkt die onder meer in Duitsland op stapel staan, zullen op korte termijn nog niet veel veranderingen teweegbrengen. Er blijven trouwens veel stimulansen voor de uitschakeling van werk bestaan.

DIE analyse maakt de Europese adviesgroep van het CESifo, een internationaal netwerk van academische economen met als thuisbasis het Ifo-instituut in München.

In het afgelopen jaar kende het eurogebied de zwakste groei van alle grote delen van de wereld. Treffend is ook dat de inflatie ondanks de verdere verzwakking van de vraag en de sterke koersstijging van de euro niet beduidend beneden het richtpercentage van de Europese Centrale Bank uitkwam. De weersomstandigheden, de gestegen olieprijs en enkele verhogingen van indirecte belastingen speelden een rol, maar een belangrijker verklaring was dat de arbeidskosten per eenheid product bleven stijgen.

Dit houdt het risico in dat de winstmarges zich niet voldoende zullen herstellen om de investeringen en de werkgelegenheid te doen toenemen, en de sterke euro zet de winsten dan nog onder bijkomende druk. Gezien de nakende uitbreiding van de Europese Unie zal bovendien een groter aandeel van de bedrijfsinvesteringen verschuiven naar de nieuwe lidstaten, waar de arbeidskosten zoveel lager zijn. De investeringen in het eurogebied zullen daarom vermoedelijk beperkter blijven dan tijdens voorgaande perioden van economische opleving.

Het geleidelijke herstel van de wereldeconomie zal de exportgroei ondersteunen. Een groot deel van de Europese export is echter intra-Europese handel, en aangezien Europa vooralsnog de minst dynamische regio in de wereldeconomie zal blijven, zullen zijn afzetmarkten minder sterk groeien dan de wereldhandel. De export naar buiten het eurogebied wordt bovendien afgeremd door de koersstijging van de euro. Gemiddeld mag voor 2004 op een exportstijging met 5,5 procent worden gerekend, wat heel wat minder is dan de verwachte expansie van de wereldhandel met 8,5 procent.

Zorgwekkend zijn de conflicten over het begrotingsbeleid. Het onvermogen om het Stabiliteitspact te doen naleven, heeft een gevaarlijk vacuüm gecreëerd. De gapende kloof tussen de wetsregels en hun toepassing dreigt de begrotingsdiscipline geheel te ondermijnen. Het gemiddelde begrotingsdeficit steeg vorig jaar van 2,2 tot 3 procent van het bruto binnenlands product, en Frankrijk en Duitsland zullen voor het derde opeenvolgende jaar de Maastricht-norm van 3 procent overschrijden.

In de Verenigde Staten is de verslechtering van de begrotingspositie nog veel sterker uitgesproken, maar daar was tijdens de hoogconjunctuur wel een overschot opgebouwd, iets wat de grote Europese landen hadden verzuimd. Het aandeel van de militaire uitgaven in het Amerikaanse bbp klom tussen 2000 en 2003 van 3 naar 3,8 procent en het zal naar verwachting verder stijgen tot 4,5 procent. Tijdens de Koude Oorlog vertegenwoordigden ze ongeveer 6 procent van het bbp. Een groot deel van het vredesdividend gaat dus op aan de oorlog tegen het terrorisme. De verhoging van de militaire uitgaven verklaarde in 2003 ongeveer een vijfde van de groei van de Amerikaanse economie.

Dat de bedrijfsinvesteringen in Amerika veel sneller worden opgevoerd dan in Europa, is mede te verklaren door het herstel van de winstmarges dat in de hand werd gewerkt door de stabiliteit van de arbeidskosten per eenheid product, de snelle productiviteitsstijging en de daling van de dollar.

De verrassende opvering van de economische activiteit in Japan blijkt mede te danken aan de aan de gang zijnde herstructurering van de ondernemingssector en aan onorthodoxe maatregelen zoals de aankopen van obligaties en aandelen door de centrale bank. Die aankopen hielpen de beurskoersen opdrijven en creëerden voldoende liquiditeit om in moeilijkheden verkerende banken op het droge te halen. Het economisch herstel berust evenwel nog op een smalle basis; het kan gemakkelijk weer worden tenietgedaan door een verdere koersversteviging van de yen of door een stijging van de rente.

De Europese adviesgroep van het CESifo bestaat uit Giancarlo Corsetti (Firenze), Lars Calmfors (Stockholm), Seppo Honkapohja (Helsinki en Cambridge), John Kay (Oxford), Willi Leibfritz (Oeso), Gilles Saint-Paul (Toulouse), Hans-Werner Sinn (ifo) en Xavier Vives (Insead).