BRUSSEL De uitbreiding van de Europese Unie zal de nieuwe lidstaten op termijn grote voordelen opleveren. Ook de bestaande lidstaten zullen bij de verdere toename van de handel winnen. Op korte termijn kunnen de interne aanpassingsprocessen evenwel hoge kosten inhouden. In het bijzonder zullen de lonen van de laaggeschoolden onder druk komen te staan.

Lagere brutolonen voor die groep kunnen noodzakelijk zijn om een verder oplopende werkloosheid en een ontmanteling van de arbeidsintensieve productie te voorkomen, zo oordeelt de Europese adviesgroep van het CESifo. Die lonen zijn nu relatief hoog, gezien de vrij genereuze vervangingsinkomens die de voorzienigheidsstaat verstrekt aan degenen die niet werken.

Aangezien zo'n loonsverlaging moeilijk door te voeren valt, is het wenselijk dat de West-Europese landen hun uitkeringsstelsel herzien ten einde de noodzakelijke loonflexibiliteit voor laaggeschoolde werknemers mogelijk te maken. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een systeem van belastingkrediet voor werkenden dat de sociale bijstand activeert. Zo zou West-Europa niet hoeven te verzaken aan de voordelen van intensere handel met de nieuwe lidstaten en zouden de laaggeschoolde werknemers een aanvaardbare levensstandaard kunnen behouden.

De economische groei in de toetredende landen zal ongetwijfeld aanzienlijk versnellen, maar zelfs onder optimistische hypothesen zal het verscheidene decennia duren vooraleer ze de EU-15 zullen hebben ingehaald. Hun macro-economische situatie is delicaat. De meeste zitten met aanzienlijke begrotingstekorten, en de verdere evolutie van hun budgettaire toestand wekt bezorgdheid, ook al is hun overheidsschuld nog niet overdreven hoog.

Ze zullen zonder twijfel na verloop van tijd ook lid worden van de Europese muntunie, maar dat pad loopt niet over rozen. Enerzijds zou de invoering van de euro hun geloofwaardigheid versterken, een geringe inflatie helpen verankeren en tot een lage rente helpen leiden. Een gemeenschappelijke munt zou ook de transactiekosten drukken en de handel binnen de Europese economische zone verder in de hand werken. Anderzijds zou het nationaal monetair beleid dan niet meer kunnen worden ingezet ter stabilisatie van de economie en zou de mogelijkheid van de- of revaluatie als aanpassingsmechanisme wegvallen.

De toetreding tot de EU zal vermoedelijk meer speculatief kapitaal naar de nieuwe lidstaten doen stromen. Of ze bestand zullen zijn tegen de gevolgen van volatiele kapitaalbewegingen, valt niet te voorspellen. Het zou echter naïef zijn te geloven dat er geen grote schokken meer zullen optreden.

(jb)