Hoeveel olie hebben we nog?
Olieraffinaderij in Basra, Irak. Foto: © REUTERS
Deze week heeft de olieprijs de kaap van de vijftig dollar per vat gerond. Een stijgende olieprijs en almaar toenemende energiebehoeften, dat kan niet goed aflopen. De hamvraag is: hoeveel olie rest ons nog? Het antwoord op de vraag varieert nogal naar gelang van de bron die je raadpleegt. Eén ding is wel duidelijk: het Midden-Oosten blijft de belangrijkste energieleverancier van de wereldeconomie.

DE mondiale vraag naar olie bedraagt vandaag eenentachtig miljoen honderdduizend vaten per dag. En door de almaar toenemende vraag uit groeilanden als China en India en uit de Verenigde Staten - op zich al goed voor meer dan een kwart van het huidige olieverbruik - kan dat cijfer alleen nog stijgen. Schattingen van het Internationaal Energiebureau (IEA) hebben het over 120 miljoen vaten per dag tegen het jaar 2025. Dat is een toename met vijftig procent over een periode van nauwelijks 20 jaar.

De hamvraag is: waar moet al die olie vandaan komen? En, belangrijker nog, hoe lang is er nog olie voorradig? Toegegeven, het einde van het olietijdperk is al vaak aangekondigd. Daardoor zijn de doemscenario's niet voor iedereen even geloofwaardig. Maar het staat wel vast dat op een dag alle olie op zal zijn.

Op 9 januari van dit jaar maakte Philip Watts, de inmiddels ontslagen algemeen directeur van Shell, bekend dat het energieconcern de omvang van zijn olie- en gasvoorraden doelbewust had opgesmukt. De werkelijke cijfers zouden twintig procent lager liggen dan wat het bedrijf de buitenwereld, en vooral zijn aandeelhouders, had voorgehouden. In een ongezien mea culpa ging Shell eind april met de billen bloot voor de SEC, de Amerikaanse beurswaakhond, die een onderzoek had ingelast. In navolging van Shell rondden ook andere energiemaatschappijen kort daarop hun cijfers naar beneden af.

Daarop weerklonk op vele plaatsen de vraag hoeveel olie ons eigenlijk nog rest. En of het einde van het olietijdperk aangebroken is. De vraag werd nog prangender in mei, toen de prijs van een ruw vat olie de kaap van de 40 dollar passeerde. En deze week werd de kaap van de vijftig dollar gerond.

De economische recessie laat voorlopig nog op zich wachten. Maar volgens de geoloog Calvin Campbell, een voormalige vice-president van de exploratie-afdeling van Fina en tegenwoordig stichtend lid van de Association for the Study of Peak Oil (Aspo), zal de recessie niet lang meer op zich laten wachten: ,,Volgens mij zal onze nabije energietoekomst gekenmerkt worden door een zich steeds herhalende kringloop van stijgende energieprijzen en economische recessies, waarna de energievraag weer afneemt en de prijs weer daalt, waarna alles opnieuw kan beginnen. En als we echt het einde naderen, zullen de prijzen ongekende hoogtes bereiken."

Wanneer dat zal zijn? ,,Dat is moeilijk te voorspellen'', zegt hij. ,,Maar volgens onze berekeningen staat het vast dat we volgend jaar de oliepiek zullen bereiken. Op dat moment zal de helft van de totale olievoorraad - dus alle olie die aanwezig was toen we 150 jaar geleden naar olie begonnen te boren - opgebruikt zijn. Het staat ook vast dat we er niet nog eens 150 jaar over zullen doen om de andere helft op te gebruiken."

Volgens Campbell resten ons vandaag nog om en bij de 925 miljard vaten. Met de huidige consumptiegraad betekent dat nog 31 jaar olie. Maar door de stijgende vraag naar olie zal die periode dus korter uitvallen. En volgens Calvin Campbell kunnen we maar beter niet te veel rekenen op nog onontdekte olievoorraden, iets wat zijn optimistischer collega's wel doen. ,,Voor alle vijf vaten olie die we gebruiken, wordt één nieuw vat gevonden. Dat zegt genoeg.''

Een van die optimistischer collega's is Daniel Yergin, een van de energieadviseurs van het Amerikaanse Witte Huis en de voorzitter van Cambridge Energy Research Associates (CERA), een internationale energieconsultant. In een recent opiniestuk voor The New York Times gaf hij de 'cassandras' , zoals hij de oliepessimisten noemt, een veeg uit de pan door enkele van hun historische onheilsboodschappen in herinnering te brengen. Zoals die van een energieadviseur van de Amerikaanse president die een olietekort aankondigde in 1918.

Yergins boodschap luidt als volgt: olie mag dan wel een niet-hernieuwbare energiebron zijn, we hoeven ons de komende decennia nog geen zorgen maken. Bovendien zal het dankzij technologische innovatie mogelijk worden olie die vroeger als 'niet te commercialiseren' beschouwd werd, alsnog op de markt te brengen. Wie moeten we nu geloven?

James MacKenzie, een onderzoeker aan het World Resources Institute (WRI), zette in een studie een dertigtal schattingen van verschillende onderzoeksinstituten, overheidsinstanties en energieconcerns op een rijtje. Zijn eindverdict: ,,In de verschillende studies varieert het totale aantal aan te boren vaten aanzienlijk, van 1.800 tot 2.400 miljard, maar alle voorspellen ze de oliepiek ergens tussen 2010 en 2020. Daarna schiet de olieprijs de lucht in." Zijn eigen voorspelling? ,,Tussen de boodschap van Campbell en Yergin kies ik voor de eerste.''

Midden-Oosten

Hoe lang het olietijdperk ook nog duurt, het Midden-Oosten blijft in elk geval de baas over de energietoevoer. De verschillende schattingen over de hoeveelheid olie die wereldwijd nog voorradig is, mogen dan wel verschillen, over één punt zijn ze het roerend eens: vijftig - en volgens sommige schattingen meer dan zestig - procent van de oliereserves bevindt zich in en om de Perzische Golf. Het olie-embargo van 1973 toonde al aan hoe afhankelijk het Westen was van de toevoer van olie uit die regio en wat de gevolgen van een olietekort zijn. En sindsdien is die afhankelijkheid alleen maar toegenomen.

Volgens het IEA zal het Midden-Oosten tegen 2030 instaan voor zeventig procent van de totale olie-export. En het Midden-Oosten is niet meteen een voorbeeld van een stabiele regio. Dat erkent ook Anthony Cordesman van het Center for Strategic and International Studies (CSIS), die over het onderwerp een boek heeft geschreven. De rode draad van het verhaal: het Midden-Oosten wordt, nog meer dan vandaag, de energieleverancier van onze mondiale economie.

Maar dat betekent nog niet dat de regio de rest van de wereld in een wurggreep zal kunnen houden, zoals sommigen vrezen. Anthony Cordesman: ,,Ik denk niet dat de Opec veel misbruik zal kunnen maken van haar positie door bijvoorbeeld, zoals in 1973, de oliekraan dicht te draaien om bepaalde politieke concessies te bekomen. Het is nu eenmaal zo dat de Opec-landen even afhankelijk zijn van hun olie-inkomsten als de olie-invoerende landen van de Opec. Als de Opec de oliekraan dichtdraait, handelt ze als een nukkig kind dat de adem inhoudt om iets van zijn ouders gedaan te krijgen. Met hun snel groeiende bevolking en hun grote afhankelijkheid van import zouden ze zichzelf de das omdoen."

Wat wel een probleem wordt, is de aftandse olie-infrastructuur in de regio. ,,Ik denk niet dat de productie van de landen van het Midden-Oosten de stijgende energievraag zal kunnen bijhouden. Dat zal leiden tot schaarste en dus prijsstijgingen.''

Saudi-Arabië is het land met de grootste bewezen oliereserves: 261 miljard vaten volgens Aramco, de nationale oliemaatschappij, en een dagelijkse productie van meer dan 8 miljoen vaten. Daarmee is het land de grote hoop voor de toekomst. Maar kan het aan de verwachtingen voldoen? Sceptici beweren dat de reserves van het koninkrijk minder groot zijn dan doorgaans wordt gedacht - een kwaal waar niet alleen grote energieconcerns als Shell , maar ook de genationaliseerde oliemaatschappijen van de Opec-landen aan lijden. De productiequota's, het aantal vaten dat de lidstaten dagelijks mogen produceren, worden immers voor een deel bepaald door de grootte van de oliereserves van de betrokken landen. Daardoor hebben ze er dus profijt bij als ze hun cijfers aandikken. Zeker als je in rekening brengt dat de Opec-landen in sterke mate afhankelijk zijn van hun olie-inkomsten. Zo wordt de staatskas van Saudi-Arabië voor 75 procent gespijsd met de inkomsten uit olie.

Arabisch sprookje

De onbetrouwbare cijfers zijn niet het enige probleem. Ook een verdubbeling van de huidige productie, iets wat het Saudische overheidsbedrijf zonder problemen mogelijk acht, is volgens sommigen niets meer dan een Arabisch sprookje. Bovendien moet de Saudische monarchie voortdurend schipperen tussen de misnoegde en verpauperde bevolking enerzijds en de Amerikaanse militaire en economische belangen anderzijds. Een uiterst moeilijke opdracht.

De aanslagen van 11 september 2001 hebben al bewezen dat Al-Qaeda in Saudi-Arabië een groot rekruteringspotentieel heeft. Vijftien van de negentien zelfmoordactivisten hadden de Saudische nationaliteit. De aanslagen van mei en november vorig jaar op residentiële wijken in de hoofdstad Riyad, die het leven kostten aan 52 mensen, en verschillende recente terreuracties maken duidelijk hoe moeilijk die evenwichtsoefening is. Een van de doelwitten van de jongste reeks aanslagen was trouwens een oliemaatschappij. Eindbalans: 22 doden. In een land met meer dan 15.000 kilometer aan pijpleidingen, waarvan het merendeel bovengronds, heeft iemand met slechte bedoelingen dus doelwitten zat.

Kan de wereld rekenen op Saudi-Arabië? Anthony Cordesman: ,,Het staat volgens mij vast dat Saudi-Arabië niet de 23,8 miljoen vaten zal produceren die nodig zijn om de mondiale energievraag tegen 2025 te bevredigen. Bovendien heeft een land als Saudi-Arabië er ook geen baat bij om dat te doen. Het is voor hen puur economisch gezien, zowel op korte als op lange termijn, veel voordeliger om hun olieproductie beperkt te houden. Zo kunnen ze profiteren van een hogere prijs over een langere tijdsperiode. Maar dat ze zullen produceren en exporteren staat vast. Ze kunnen niet anders.''

Een ander licht in de duisternis zou Irak moeten zijn, afhankelijk van de bron de nummer twee of drie op de lijst van de landen met de grootste olievoorraden. Het einde van het regime van Saddam Hoessein zou niet alleen tot de vestiging van een democratisch systeem leiden, het zou ook een economische heropstanding inleiden die het land massa's petroleumdollars zou opleveren. De werkelijkheid is anders. De olie-infrastructuur is een geliefkoosd doelwit van de Iraakse rebellen. Mede daardoor is de productie sinds de val van Saddam Hoessein teruggevallen van 2,8 miljoen naar 1,95 miljoen vaten. Daarvan verlaten vandaag slechts 860.000 vaten Irak, volgens de jongste gegevens van het Amerikaanse leger. Tot grote frustratie van de Verenigde Staten, die met de opbrengst van de olie-uitvoer het land een flinke duw in de rug wil geven.

De terroristische dreiging zal de Iraakse olietoekomst nog lang bepalen. Dat zegt althans Muhammed-Ali Zainy van het Center for Global Energy Studies. Hij was vorig jaar betrokken bij de opbouw van de olie-infrastructuur in Irak, onder auspiciën van de toenmalige voorlopige coalitieregering. Hij stond kort aan het hoofd van een Iraaks team dat mee het oliebeleid van het land zou uitstippelen. Maar na vier maanden nam hij gedesillusioneerd ontslag, ,,omdat het vooral de buitenlandse experts waren die de plak zwaaiden''.

Hij gelooft in het grote potentieel van de Iraakse olievoorraden. ,,Theoretisch is het mogelijk om op lange termijn de Iraakse productie tot zes, acht en zelfs tien miljoen vaten op te drijven. Maar zolang er geen veiligheidsgaranties zijn en zolang er een terroristische dreiging is, is dat onhaalbaar.''

Volgens hem zijn er nog andere obstakels. ,,Ten tijde van het VN-embargo werd de olie-infrastructuur zwaar overbelast. Saddam Hoessein wou zoveel mogelijk produceren. Daardoor is het hele productieapparaat er vandaag heel belabberd aan toe.'' En hij voegt er een sneer aan het adres van de VS aan toe: ,,En dat is niet alleen te wijten aan het terrorisme.''

Volgens Zainy heeft het land dringend een inhaaloperatie nodig en moet er werk gemaakt worden van de exploratie van nieuwe ontginningsfaciliteiten, die er volgens hem in overvloed zijn. ,,Maar eerst moet er een veilig klimaat tot stand worden gebracht. Want anders zal niemand bereid zijn grote investeringen te doen."

Alternatieven

Daarnaast bestaan er, hoe kan het ook anders, twijfels over de hoeveelheid olie die in Irak aanwezig is. Alleen al wat de bewezen reserves betreft - waarbij nog niet in rekening wordt gebracht wat er in de toekomst nog aan olievelden ontdekt kan worden, want die schattingen liggen nog veel verder uiteen - is er een verschil van liefst 34 miljard vaten tussen de verschillende schattingen. Opmerkelijk is dat de uiteenlopende cijfers afkomstig zijn van twee Amerikaanse overheidsinstanties. De Energy Information Administration van het Amerikaanse ministerie van Energie spreekt over 112 miljoen vaten aan bewezen reserves, de US Geological Survey , verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken, over 78 miljard vaten.

Als het in de Perzische Golf hard gaat rommelen, zijn er voorlopig nog genoeg alternatieven. Oliemaatschappijen zijn naarstig op zoek naar nieuwe velden in landen als Tsjaad, Angola en Sao Tomé. Maar wat daar te rapen valt, is zelfs in het beste geval absoluut niet te vergelijken met wat in de grond zit rond de Perzische Golf. En ook de olieboom in Rusland, momenteel de nummer twee op de lijst van olie-exporterende landen, zal niet blijven duren. Zeker nu buitenlandse investeerders zenuwachtig toekijken hoe het Kremlin Yukos, de grootste oliemaatschappij van het land, en zijn voormalige eigenaar, Michail Chodorkovski, aanpakt.

Sommigen beweren dat de huidige prijsstijging nog te relativeren valt. Gecorrigeerd voor inflatie werd er op het einde van de jaren zeventig, met de islamitische revolutie in Iran, meer dan 70 dollar per vat betaald. En terwijl beursvloeren en energieconsultants dezer dagen tegelijk warm en koud blazen, sprak de voorzitter van de Opec geruststellende woorden: ,,De Opec zal er alles aan doen om aan de belangen van de wereldeconomie te voldoen.'' En hij benadrukte dat z'n organisatie een prijs voorstaat tussen de 22 en 28 dollar.

Anthony Cordesman, Energy Developments in the Middle East, CSIS-press, september 2004

www.opec.org

www.wri.org

www.iea.org

www.iags.org/iraqpipelinewatch.htm www.peakoil.net