Akte van geloof in het netwerk
Louis Verbeke op de achterbank, alhoewel hij als advocaat zelf graag het stuur in handen nam. Foto: © VUM
BRUSSEL - Louis Verbeke definieerde de zakenadvocatuur zeer breed en verlegde de grenzen ervan. Toch werd zijn model van verticale integratie slechts in beperkte mate gevolgd. Het Verbeke-model liet zich niet zo gemakkelijk kopiëren.



LOUIS Verbeke heeft tot aan de vooravond van de fusie van Loeff Claeys Verbeke met Allen & Overy Belgium nadrukkelijk zijn stempel op het kantoor gezet. De laatste jaren was hij weinig zichtbaar wat in verband gebracht wordt met de zaak Lernout & Hauspie.

Verbeke drukte niet alleen zijn stempel op het kantoor, maar ook op de advocatuur. Verbeke doorbrak de beslotenheid van de zakenadvocatuur, hij bespeelde actief de media, nam bijvoorbeeld zitting in de redactieraad van Trends . De media waren, naast actief lobbyen, één van de instrumenten om doelstellingen te bereiken.

Hij definieerde de rol van de zakenadvocaat bijzonder breed. In feite zat Verbeke graag mee achter het stuur, iets waar hij zich nu als bestuurder opnieuw voluit kan aan wijden na enkele moeilijke jaren.

Hij bepleitte de professionalisering bij kmo's, trok mee aan de kar om groeifinanciering voor hen te vinden en hielp mee de raad van bestuur invullen. Dat gebeurde via instrumenten als de Vlerick School, het aanverwante Instituut voor Bestuurders, de financieboetiek Lessius (het minst succesvolle initiatief) en verzekeraar Mercator.

Dat model betekende dat Verbeke bijvoorbeeld ondernemers zou aanzetten hun beslissingsproces te professionaliseren, Lessius de opdracht zou toespelen om indien er kapitaal nodig was het prospectus te schrijven voor een private plaatsing en Mercator bijvoorbeeld te laten optreden als bevoorrecht investeerder. De juridische begeleiding gebeurde uiteraard via Loeff Claeys Verbeke.

Vlaamse bedrijven als Ter Beke, Sioen, Seghers Better Technology, Lernout & Hauspie, Koramic, Recticel, Trustcapital, Telindus... behoorden tot de topklanten van Loeff Claeys Verbeke. L&H voerde verschillende jaren de toplijst aan.

Deze aanpak bezorgde Loeff Claeys Verbeke een steile groei en zorgde voor menig debat bij andere advocatenkantoren zonder dat die het model van Verbeke volgden.

Dat model was ook niet eenvoudig te kopiëren. Naast de ,,verticale integratie'' (over Mercator en Lessius) was er ook een horizontale integratie gebaseerd op een netwerk van ondernemers die in elkaars raden van bestuur zitting namen. De vaak gemeenschappelijke noemer van dit netwerk was de Gentse Vlerick School.

De horizontale kruisbestuiving zorgde voor een extra hefboom. De ambities waren soms groter dan de eigen middelen zodat het netwerk de neiging had ook met andermans geld te werken. Het plan bijvoorbeeld om Telindus Real Software te laten overnemen, was in dit verband delicaat, maar kreeg door omstandigheden nooit vaste vorm.

Die horizontale kruisbestuiving werkt zolang het netwerk in staat was om aan zelfkritiek te doen. Precies daar wrong het schoentje. Er was naar buiten toe weinig of geen ruimte voor zelfkritiek.

In de beginjaren was er nochtans het idealistisch geloof om tot een hoger niveau te komen en Vlaanderen explicieter op de kaart te zetten. Een clubje van vrienden-ondernemers (wijlen Johan Mussche, Luc De Bruyckere, Luc Vansteenkiste...) die elkaar positief stimuleerde om te ondernemen en risico's te nemen. Dat clubje had zijn thuisbasis in Sint-Martens-Latem.

Het idealisme werd gaandeweg overschaduwd door geloof in macht en in het eigen gelijk. Kritiek op één persoon werd ervaren als kritiek op de hele ploeg. In het alumni-netwerk zelf van Vlerick bestond belangrijke onvrede met wat door velen ervaren werd als een dictaat van een handvol personen die de macht niet wou afstaan.

Het netwerk wordt vandaag nog altijd overschaduwd door een aantal affaires. Eerder deze week zat Ronald Everaert - samen met Luc De Bruyckere wellicht de loyaalste persoon in het netwerk- nog op het beklaagdenbankje in verband met mogelijke handel met voorkennis in het aandeel Ter Beke.

De zaak Lernout & Hauspie, waar verschillende ,,Vlerick-ondernemers'' persoonlijk kapitaal in investeerden, blijft vandaag de achilleshiel, ook al is vandaag nog altijd niet uitgemaakt wie wat wist. Ook bij weefgetouwenproducent Picanol bleek het netwerk opnieuw centraal te staan. Jan Coene, die tien jaar lang voorzitter was van de Vlerick Alumni, zorgde voor belangrijke reputatieschade.