BRUSSEL - Loeff Claeys Verbeke was onder Louis Verbeke synoniem voor een onstuimige volumestrategie maar onder het Britse Allen & Overy werd selectiviteit het sleutelwoord. Allen & Overy Belgium predikt opnieuw meer een model van ,,advocatuur in enge zin''.

Verbeke, geboren in oktober 1947 in het West-Vlaamse Ieper, is de zoon van een rechter. Hij studeerde rechten aan de Antwerpse Ufsia maar het is vooral tijdens zijn aansluitend jaar in 1971 aan de Vlerick School dat Andries Vlerick indruk op hem maakte. ,,Het enige jaar waar ik iets leerde die je niet in de literatuur kon lezen. We werden er voor het eerst als denkende mensen behandeld'', zei Verbeke daar eerder over.

Aanvankelijk werkte hij als jurist voor het kantoor White & Case in New York, Parijs en Brussel vooraleer in 1978 partner te worden bij Braun Claeys Verbeke en Sorel. Dat kantoor fuseerde hij in 1989 met het Nederlandse Loeff Van der Ploeg tot Loeff Claeys Verbeke dat een leidend kantoor werd naast gevestigde waarden als De Bandt Van Hecke (Linklaters De Bandt).

Onder Louis Verbeke werd LCV bijna even groot als De Bandt, maar de jongste jaren heeft Linklaters De Bandt, dat geleid wordt door fusie- en overnamespecialist Jean-Pierre Blumberg, opnieuw wat afstand genomen. De Bandt kwam de Angelsaksische fusie met Linklaters door zonder grote schokken.

Bij LCV gaf het fusieproces aanleiding tot grotere veranderingen. Het kantoor Kortrijk (Jef Lievens) en Luik scheurden zich af. In arbeidsrecht ontstonden nieuwe kantoren rond Claeys & Engels en in Antwerpen rond Tilleman & Van Hoogenbempt. Het aantal vennoten viel van ruim 40 (in het laatste jaar als LCV) terug naar 24. Dat gebeurde volgens Wim Dejonghe zonder omzetverlies bij A&O. ,,De omzet is zelfs met 35 % gestegen.''

Linklaters De Bandt en A&O blijven de Belgische advocatuur domineren maar achter hen tekent zich een peloton af waarvan de samenstelling de jongste jaren wijzigde. Baker&McKenzie, Clifford Chance, Stibbe, Cleary Gottlieb, Laga & Philippe, Eubelius en elders DLA en Loyens strijden om hun deel van de koek.

(pdd)