PRODUCT VAN HET JAAR (3). De compacte krant
Handzame kranten liggen goed in de markt. Foto: © Ivan Put
Overal in Europa verkleinen dagbladen hun formaat. Handzame kranten liggen goed in de markt. Het tabloidformaat brak dit jaar definitief door, vooral bij kwaliteitskranten.

In 1996 beet La Dernière Heure de Belgische spits af met de introductie van het tabloidformaat. Zes jaar later volgde La Libre Belgique . Maar het waren de formaatswijzigingen van de Britse kwaliteitskranten The Independent en The Times die ook Vlaamse uitgevers warm maakten voor de compacte krant.

Dit jaar ging eerst Gazet van Antwerpen overstag, kort daarna volgde De Standaard . Ook in Nederland wordt de compacte krant populairder. Daar had Het Parool de primeur, binnenkort gevolgd door Trouw . In Duitsland is Die Welt van formaat veranderd. Sinds The Independent zijn tabloidversie lanceerde, hebben negen Europese kranten dezelfde beweging gemaakt.

Kranten proberen daarmee tegemoet te komen aan de wens van de lezers, die een hoger gebruiksgemak vragen. Kranten op groot formaat zijn nu eenmaal minder makkelijk te lezen dan compacte dagbladen.

Dat het grote formaat (broadsheet) niet al veel eerder werd verlaten, had vooral te maken met het imago van sensatiejournalistiek dat het tabloidformaat lang met zich meedroeg. Ten onrechte: in Zuid-Europa verschijnen El País en La Repubblica al sinds jaar en dag op klein formaat. Het was het Britse kwaliteitsduo The Independent en The Times dat ook in Noord-Europa voor eens en voor altijd duidelijk maakte dat ook kwaliteitsjournalistiek op klein formaat kan verschijnen.

Aanvankelijk hadden kwaliteitskranten die hun formaat wilden verkleinen, toch wat schroom om de term tabloid te gebruiken. Hoewel het in feite een technische term is die het papierformaat aanduidt, werd het woord vaak geassocieerd met het soort journalistiek dat de meeste tabloidkranten bedreven: schandalen, sensatie en vette koppen.

Daarom noemden The Independent en The Times hun kleine kranten ,,compact''. De meeste kwaliteitskranten die van groot op klein overgaan, ook De Standaard , gebruiken die term.

Dat de twee Britse formaatwijzigingen zoveel indruk maakten op de West-Europese uitgevers, is niet zo vreemd. Juist in Groot-Brittannië was de scheiding tussen sensationele tabloidpers en serieuze broadsheetpers heel scherp. Aan het formaat van de krant kon je de journalistieke stijl herkennen. Dat juist in de conservatieve Britse krantenmarkt deze scheidslijn met zoveel succes werd doorbroken, baarde veel opzien. De International Newspaper Marketing Association wijdde er een rapport aan, en er werden overal in Europa congressen georganiseerd over de pro's en contra's van formaatverkleining.

De meeste verkleiningen verliepen succesvol. Hoewel daar wel aan toegevoegd moet worden dat de spectaculaire oplagestijgingen van 20 procent en meer op lange termijn niet standhielden. In de periode van mei tot oktober lag de oplage van The Times 4 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Samen met The Independent was het de enige Britse krant die zijn oplage niet zag dalen. De Standaard verkocht in het derde kwartaal van dit jaar 1,5 procent meer exemplaren dan een jaar eerder, Gazet van Antwerpen 1,5 procent minder.

Bovendien is een formaatverkleining over het algemeen niet goed voor de advertentie-inkomsten. Advertenties worden immers per millimeter-kolom verkocht, waardoor een advertentie op een tabloidpagina veel minder opbrengt dan eentje op een broadsheetbladzijde.

Tariefverhogingen kunnen dat effect gedeeltelijk neutraliseren. In België schakelen de reclameregieën op 1 januari 2005 over op een volledig nieuw tariefsysteem. In plaats van per millimeter-kolom wordt de prijs van een advertentie voortaan berekend op basis van vaste modules.

Een module is een deel van een pagina, ongeacht of het een grote of een kleine is. Die ontwikkeling toont aan dat ook op de advertentiemarkt de tabloid langzamerhand geaccepteerd is.