BRUSSEL - ,,Is het einde nabij?'' vraagt William De Vijlder zich af. ,,Het einde van de hoogconjunctuur en van de rentestijgingen in de Verenigde Staten? Het einde van de hausse op de aandelenmarkten? Het einde van de lage risicopremies? Of het einde van de paniek op de obligatiemarkten?''

ZOVEEL vragen die op hetzelfde ogenblik een antwoord vergen, vormen in de ogen van de beleggingsstrateeg van Fortis Investment het bewijs dat de economische evolutie, zowel in het Westen als in Azië, erg onzeker is.

In de Verenigde Staten heeft de economie volgens De Vijlder duidelijk ,,de bocht genomen'', maar ze is daarbij ,,niet in het decor beland''.

Sinds begin 2003 zijn de particuliere consumptie en de bedrijfsinvesteringen de sterkmakers van de Amerikaanse economie. Zij creëerden groei, maar die leidde jammer genoeg op zijn beurt niet tot een evenredige hoeveelheid bijkomende banen. De groei werd dus niet echt zelfvoedend.

Begin dit jaar begonnen de bestellingen van machines en andere kapitaalgoederen buiten de defensiesector sterk terug te lopen. Van bijna 20 procent groei op jaarbasis ging het erg snel naar nog nauwelijks enkele procenten. Die bestellingen zijn een voorspellende indicator voor de verwachte evolutie van de bedrijfsinvesteringen.

Ook het consumentenvertrouwen is niet meer wat het geweest is, en dat veroorzaakte de jongste maanden een verminderde groei van de kleinhandelsomzet. De toename met zowat 1,75 procent per jaar die einde 2004, begin 2005 werd opgetekend, slonk tot nog nauwelijks een half procent groei nu.

Maar hoe fundamenteel is die ommezwaai, vraagt De Vijlder zich af.

Hij ligt er duidelijk niet wakker van dat de economische groei tijdens het eerste kwartaal maar 3,1 procent bedroeg. Die is overigens net herzien tot 3,5 procent, onveranderd dus tegenover de laatste drie maanden van vorig jaar. ,,Bij zo'n percentage zouden in Europa de champagnekurken knallen.''

Wel verontrustend vindt hij dat die groei voor een flink stuk enkel geleid heeft tot grotere voorraden bij de bedrijven, gelukkig nog niet in de groothandel. De binnenlandse consumptie verminderde weliswaar marginaal, maar de grote boosdoener was de export die met liefst 1,5 procent afnam tegenover het kwartaal voordien.

Opvallend ook vindt De Vijlder de systematische overschatting van bedrijfsresultaten door analisten. Sinds midden vorig jaar al, zo blijkt uit de ,,surprise index''.

Die index vertoonde in het verleden een typisch oscillerend patroon, waarbij de verwachtingen eerst overdreven negatief zijn, dan stilaan beginnen samen te vallen met de werkelijke resultaten, waarna ze te optimistisch worden om dan na verloop van tijd weer meer realiteitszin te gaan vertonen.

Als we dat patroon doortrekken, zegt De Vijlder, is er reden om aan te nemen dat de verwachtingen de komende maanden opnieuw richting feiten zullen evolueren. ,,Waarmee niet gezegd is dat de groei dan plots zal aantrekken.''

Eenzelfde patroon bij de verhouding tussen de afnemende bestellingen in de industrie en de toenemende voorraden. Uit de statistieken blijkt dat het verschil nu ongeveer een maximum heeft bereikt.

Per saldo wijst alles er volgens De Vijlder op dat de Amerikaanse economie naar een geleidelijke groeivertraging evolueert die een tijdje kan aanhouden. De stijgende kortetermijnrente en de hogere olieprijzen eisen hun tol. Maar de groei blijft volgens De Vijlder ,,gezond''.

Daarom ook verwacht hij dat de Federal Reserve de rente toch nog een tijdje met kleine stapjes zal kunnen verhogen en zo een ,,buffer'' opbouwen die kan worden gebruikt als de groei ernstig begint te vertragen. De Vijlder hoopt dat er tegen het einde van dit jaar een geleidelijke verhoging tot 4 procent of zelfs iets meer inzit.

Kan de rest van de wereld dan het roer overnemen? Niet bepaald, denkt De Vijlder. Afgelopen jaar groeide de wereldeconomie in een recordtempo, maar nu wijst alles op een globale vertraging. De eurozone volgt al jaren het groeipatroon van de Amerikaanse economie en de reeks ontgoochelende indicatoren is ,,eindeloos''.

De Aziatische voorspellende indicatoren wijzen allemaal op een vermindering van de groei, met uitzondering misschien van de Koreaanse. De Chinese groei blijft natuurlijk indrukwekkend, maar ook die zal lijden onder een groeivertraging in het Westen.

De trend naar een tragere groei zou dus wel eens internationaal kunnen zijn, besluit De Vijlder. Zolang de analisten en de beleggers zich daar niet bij neergelegd hebben, raadt hij daarom aan om minder in aandelen te investeren. ,,Tenzij je, zoals het eigenlijk hoort, een echte langetermijnvisie hebt.''

Obligaties dan maar? Het rendement daarop is nu zo extreem laag, dat ze elke aantrekkelijkheid hebben verloren. Enkel bedrijfsobligaties kunnen nog wat soelaas brengen dankzij de risicopremies die sinds de dramatische verlaging van de kredietwaardigheidsratings van Ford en GM sterk zijn opgelopen. Maar dat is enkel iets voor de actieve belegger die het risico kan inschatten, vindt De Vijlder.