Agfa kiest voor Amerikaanse look
Gedelegeerd bestuurder Marc Olivié voert marketing hoog in het vaandel.
MORTSEL - Voor blitzcarrières moest je tot voor kort niet bij Agfa-Gevaert zijn. Tot Marc Olivié de hoofdzetel in Mortsel binnenwandelde. Nog geen zes maanden bij Agfa en hij is al gedelegeerd bestuurder. Gisteren, een maand na die promotie, stond hij voor het eerst de media uitgebreid te woord. De eerste vaststelling: met de 51-jarige Olivié heeft Agfa gekozen voor de Amerikaanse managerslook.

Waar komt die Amerikaanse look vandaan?

Marc Olivié heeft Antwerpse roots - geboren op het Kiel en afgestudeerd aan het toenmalige Ruca als handelsingenieur - maar zijn managersloopbaan was tot voor kort zeer Amerikaans getint. Hij was onder meer aan de slag bij autosnelhersteller Midas, het consumentengoederenconcern Sara Lee, de bouwmaterialengroep Armstrong en ten slotte vanaf 2001 bij de sanitairproducent American Standard Bath and Kitchen (als voorzitter).

Zo'n loopbaan leidt meteen tot een tweede vaststelling. Met Olivié wordt Agfa voor het eerst geleid door een man die marketing hoog in het vaandel voert.

Toen gisteren gevraagd werd naar de kwartaalprestaties van Agfa maakte Olivié meteen duidelijk dat zich kwartaal na kwartaal blindstaren op deze cijfertjes niet aan hem is besteed. ,,Wat ik veel belangrijker vind, is dat we contracten kunnen afsluiten die aantonen dat onze producten goed in de markt liggen en dat we er tegelijk in slagen om onze klantenbasis te vergroten.''

En de derde vaststelling formuleerde hij gisteren zelf. Hij bestempelt zichzelf als een man met een zeer internationale kijk.

Een topman van Agfa moet de globale markt verstaan, vindt hij. Zijn vorige werkgevers waren ook heel internationaal gericht. ,,Ik moest daar ook met problemen als prijsdruk en innovatie omgaan'', verklaart hij. Agfa wordt meer en meer geconfronteerd met prijsdruk.

Waarvoor hij niet is ingehuurd? Marc Olivié deed gisteren zijn uiterste best om duidelijk te maken dat hij niet ingehuurd is om de beeldvormingsgroep volledig te ontmantelen. Zo'n scenario doet regelmatig de ronde in analistenkringen. Vooral de verkoop van de medische beeldvormingsafdeling is een terugkerend thema. Agfa is van ceo veranderd, maar dat betekent nog niet dat de strategie ook volledig wordt veranderd, verzekerde Olivié gisteren.

Wat gaat hij dan wel doen? Marc Olivié formuleert zijn visie als volgt: ,,Agfa zo efficiënt mogelijk runnen en de klanten zo goed mogelijk bedienen''. Om het bedrijf zo efficiënt mogelijk te runnen, moeten de twee afdelingen van Agfa-Gevaert - de grafische en de medische beeldvorming - zo zelfstandig mogelijk kunnen opereren. Dat is een grote koerswijziging voor Agfa-Gevaert. Want het beeldvormingsbedrijf hield het tot voor kort bij een ,,wij doen alles samen-aanpak''. Alleen de verkoopploegen van de verschillende divisies opereerden volledig onafhankelijk. Maar het was voor de buitenwereld en ook voor de klanten moeilijk te begrijpen wat Agfa allemaal deed, stelt Marc Olivié.

Dat zal de komende twee jaar veranderen. ,,Om Agfa zo efficiënt mogelijk te leiden, moeten we het bedrijf zo goed mogelijk opdelen'', verklaart de Agfa-topman. De activiteiten van de grafische en de medische beeldvormingsafdeling hebben nog vrij weinig met elkaar gemeen. Zowel wat de productontwikkeling betreft als de benadering van de klanten. Maar Olivié moet erkennen dat er nog een nauwe en tegelijk gevoelige band bestaat.

Alhoewel de digitalisering almaar belangrijker wordt, blijven beide afdelingen heel veel film verkopen. En die filmproductie zit geconcentreerd in het hoofdkwartier van Agfa-Gevaert in Mortsel en creëert daar veel werkgelegenheid.

Heeft Agfa nog nood aan een grote aandeelhouder? KBC is met een belang van iets meer dan 27 procent de referentieaandeelhouder. Marc Olivié is van oordeel dat Agfa geen referentieaandeelhouder meer nodig heeft om zelfstandig te kunnen verdergaan. De beeldvormingsgroep is nu volwassen, besluit hij.