BELEGGINGSFONDSEN zijn terug van weggeweest als we de jongste cijfers mogen geloven die ons uit de sector bereiken. Einde maart hadden we er met z'n allen net geen 159 miljard euro in gestopt. Dat is meer dan 15 procent van ons gemeenschappelijk spaargeld. Een absoluut recordbedrag.

We kunnen die evolutie alleen maar toejuichen. De goede huisvader heeft eindelijk ingezien dat kasbons en spaarboekjes niet hem, maar enkel de bank rijk maken. Hoewel. Vergeet niet dat beleggingsfondsen aan dezelfde loketten verkocht worden en dus moeten renderen. Verlies de kosten dus niet uit het oog.

Meedoen kost je al gauw 3 procent van het belegde bedrag, of zelfs meer. Bij sommige Amerikaanse fondsen lopen de instapkosten zelfs op tot boven 5 procent. Ook uittreden is niet altijd gratis, en bovenal zijn er beheerskosten die kwartaal na kwartaal betaald moeten worden, jaar in, jaar uit, ook als het fonds zwak presteert.

Jaren geleden hield John Bogle, stichter van de Amerikaanse Vanguard Group die gespecialiseerd is in indexfondsen, ons het volgende voor. Iemand die 10.000 euro belegt tegen een gemiddeld bruto rendement van 10 procent per jaar, en daarbij 0,2 procent kosten aangerekend krijgt, heeft na 20 jaar 64.800 euro beschikbaar. Dezelfde 10.000 euro belegd tegen hetzelfde brutorendement, maar met 2 procent kosten, is na20 jaar goed voor een kapitaal van 46.600 euro. Nog sterker: na 40 jaar is het kapitaal in het ,,goedkope'' fonds dubbel zo groot als in het duurdere.

De belegger die zijn kapitaal riskeert, krijgt op lange termijn dus maar 50 procent van de return, zegt Bogle. De manager, die geen enkel risico neemt, gaat met de andere helft aan de haal.

Voor Bogle is de keuze daarom gauw gemaakt. ,,Beleggers kan je alleen maar aanraden onnodige risico's te vermijden. Waarom zou zo'n belegger proberen het best beheerde fonds te vinden als blijkt dat geen enkel fonds op termijn de index kan kloppen? Bovendien heeft hij alvast meer rendement als hij kiest voor lage kosten.''

Naar ons gevoel gaat Bogle daarmee toch wat te kort door de bocht. Voor zover wij weten klopt het dat geen enkel fonds er systematisch en op lange termijn in slaagt de markt te kloppen, maar dat gaat alleen op voor fondsen die gekoppeld zijn aan een welbepaald segment van het beleggingsuniversum.

De jongste jaren doen nogal wat fondsen opgeld die vrij van aandelen naar obligaties kunnen springen en terug. Van Europese aandelen naar Chinese, van overheidsobligaties naar bedrijfspapier, van grondstoffen naar vastgoed...

Verscheidene van die fondsen laten zich ook niet meer vastpinnen op één enkele index. Wat heeft de klant eraan dat je het 5 procent beter hebt gedaan dan een index die zelf 20 procent lager staat dan een jaar geleden, luidt de achterliggende redenering.

Het valt niet moeilijk zich in te beelden dat het beheer van dergelijke fondsen een stuk complexer is dan het management van, zeg maar, een fonds dat belegt in nutsbedrijven. Het is dus logisch dat zo'n fonds duurder is. Zolang daar tegenover ook superieure prestaties staan, is daar niets mis mee.

Redacteur Luc Coppens bespreekt elke vrijdag een aspect van onze gezinshuishouding .