NEW YORK - De petroleumprijzen zijn in New York voor het eerst sinds eind juli onder de grens van 42 dollar gezakt. De aankondiging van de radicale sjiitische leider Muqtada al-Sadr om zijn troepen uit Najaf terug te trekken en de gevechten in Irak te staken, werkten de daling in de hand.

De Amerikaanse 'light sweet crude' voor levering in oktober daalde vandaag met 1,63 dollar tot 41,55 dollar op de New York Mercantile Exchange (Nymex). De handel in Londen was gesloten omdat het er 'Bank Holiday' was.

De radicale leider Muqtada al-Sadr riep zijn milities vorige week op om de gevechten in Irak te staken. Hij kondigde aan dat zijn partij voortaan aan het politieke proces in Irak wil deelnemen. Het Mehdi-leger van al-Sadr had er eerder mee gedreigd de petroleuminstallaties in het zuiden van Irak te bestoken, waarop het bedrijf dat de oliepijpleidingen in Irak beheert (SOC) één van de twee oliepijpleidingen sloot. De olieëxport werd bijgevolg gedurende 13 dagen met de helft teruggedrongen. Ongeveer twee weken geleden werd de oliepijpleiding weer geopend.

Zondag werd in het zuiden van Irak een oliepijpleiding gesaboteerd. Een SOC-medewerker deelde mee dat een lek was ontdekt in de oliepijpleiding in Hamar Michrif, zo'n 60 kilometer ten zuiden van Basra. Vandaag werd een andere pijpleiding ten zuiden van Bagdad gesaboteerd. Maar deze acties lijken de positieve verwachtingen en de dalende prijzen voor ruwe olie na de beslissing van al-Sadr niet om te keren.