Kinderen die in ons land toekomen met hun ouders moeten volwaardig hun rechten kunnen uitoefenen. Zij mogen niet slechts als aanhangsel van hun ouders worden beschouwd. De asielprocedure moet ook rekening met hen houden, bijvoorbeeld met hun levensloop, hun traumatische ervaringen en hun noden.

De onzekerheid, eigen aan de asielprocedure, moet in tijd beperkt worden. De gewenste afhandelingstermijn van één jaar moet wettelijk verankerd worden.

Een sluitende en objectievere regeling voor regularisatie van mensen zonder papieren, waarbij de levensloop, de onderwijskansen en de verblijfsduur van de kinderen in rekening worden genomen. Voor kinderen moet regularisatie al na drie jaar kunnen.

De minderjarigen moeten betrokken worden bij de evaluatie van de nieuwe asielwet.

Asielzoekende gezinnen moeten snel een eigen opvangplek krijgen, zonder al te veel te moeten verhuizen. Als de procedure langer dan een jaar duurt, moeten de gezinnen naast materiële ook financiële steun krijgen.

De toegang tot het onderwijs voor kinderen zonder papieren moet in een wet gegoten worden. Ook de afspraken over het niet uitwijzen na de paasvakantie moeten duidelijker in de wet worden opgenomen.

De opsluiting van kinderen in gesloten centra moet worden stopgezet.

Er moet een wettelijk verankerd statuut komen voor niet-begeleide minderjarigen. Er moet voor deze groep ook dringend een samenwerkingsprotocol komen tussen de federale staat en de gemeenschappen, die hen opvangen. In Vlaanderen moeten niet-begeleide minderjarigen toegang krijgen tot de hele jeugdhulpverlening.

(vbr)

Meer in het rapport: Heen en retour, kinderrechten op de vlucht, een dossier van het Vlaams kinderrechtencommissariaat, dat ook op onze site is terug te vinden.