'Andere kinderen gaan wel eens naar de bib om te internetten en daar kijken ze dan de cartoons van Dragonballs. We gaan wel eens met ze mee, maar we hebben geen pasje, want daar heb je een paspoort voor nodig. We kunnen daar wel boeken lezen, maar niet lenen en internetten lukt ook niet want daar heb je het pasje voor nodig.'



'Ik heb geen vrienden, die moet ik toch weer achterlaten... Als je hier helemaal niks hebt, illegaal bent, dan wil je gewoon van binnenuit hier niet ergens van gaan houden.'



'Ik geloof in een goede afloop. We hebben al zoveel meegemaakt. Slechter kan haast niet. Als we allemaal ons best blijven doen en als goede mensen voortleven dan verdienen we later vast en zeker een plaats in het Paradijs. Voor mama zal er sowieso al een plaats zijn. Dat weet ik nu al.'



'Toen zij naar hier kwam, was zij vijf jaar en nu is zij twaalf jaar. En altijd maar wachten, wachten en verhuizen. Drie keer: drie huizen, drie scholen, na zes maanden weer verhuizen, voor twee of vier maanden vriendschappen en dan weer verhuizen. Dat was heel slecht voor haar.'



'Als we naar de winkel gaan, dan kan ik daar niks kopen van snoepjes. M'n moeder gaat alleen eten kopen. Dan zeg ik: alsjeblieft, alsjeblieft! Maar dan zegt ze: Nee, we zijn illegaal. We moeten eten kopen.'



'We waren buiten en mensen gaven ons soms onderdak, soms mochten we een dag binnenslapen, de andere dag niet. De andere dag mocht je wel binnen eten, of ze brachten koffie buiten. Zo hebben we zo'n beetje zes maanden geleefd... Ik dank God dat ik nu stil sta met lopen, eindelijk rust!'



'Dat diploma is alles voor me. Maar als ik geslaagd ben en over een maand hoor ik, zeg maar: 'Je moet het land verlaten', wat heb ik dan aan mijn diploma? Dan heb ik al die jaren voor niks op school gezeten.'



'Ik weet niet waarom ik hier ben. Ze zeggen niets. Ze weten ook niet waarom ik hier ben. Ze weten niet hoe lang ik hier moet blijven. Ze weten niet wanneer ik weer naar huis kan. Ik moet terug naar school want ik wil niet dat ik m'n jaar moet overdoen. Wanneer ik tijdens een schooljaar lange tijd van school weg ben dan moet ik mijn jaar over doen. Het is al de tweede keer dat we naar het commissariaat moesten. Ze hebben ons toen vrijgelaten. Waarom hebben ze ons weer opgepakt?'



Zoon: 'Ik wil niet hier blijven. Ik wil naar Assenede.' Vader: 'Wil je naar Assenede of naar Albanië?' Zoon: 'Naar Assenede!'