Kinderen zonder papieren worden behandeld als accessoires van hun ouders. Dat is fout, zegt de Vlaamse kinderrechtencommissaris.

Ankie Vandekerckhove spreekt zich vandaag in het rapport 'Heen en retour' uit tegen de opsluiting van kinderen zonder papieren in gesloten detentiecentra. Het gaat om een lijvig drukwerk van meer dan 100 bladzijden, dat analyses, getuigenissen en beleidsvoorstellen bevat.

'De leefomstandigheden in de gesloten centra zijn verschrikkelijk', zegt de kinderrechtencommissaris. 'De kinderen vertonen er allerlei psychosomatische klachten, tot zware depressies en haaruitval toe. We zijn ook formeel tegen het zogenaamde 'kindvriendelijk maken' van die centra. Er moeten andere mogelijkheden zijn om de uitwijzing van uitgeprocedeerde gezinnen voor te bereiden.'

Jaarlijks worden er tussen 700 en 800 kinderen zonder statuut, samen met minstens één van hun ouders, in een gesloten centrum opgesloten. 'Het is een catch 22', zegt Vandekerckhove. 'We willen ouders en kinderen niet scheiden, en dus sluiten we ze samen op. Voor 2005 gebeurde het niet of veel minder. Waarom nu wel? Er moeten andere mogelijkheden zijn om een eventuele uitwijzing voor te bereiden.'

Vertrok de aanzet tot dit rapport vanuit verontwaardiging omtrent de opsluiting van kinderen, toch gaat het veel ruimer. Het kinderrechtencommissariaat nam de hele asielprocedure en het hele beleid ten aanzien van illegalen onder de loupe. Overkoepelende vaststelling: het beleid beschouwt de kinderen 'als accessoires van hun ouders'.

Vandekerckhove: 'Er wordt niet aan de kinderen gevraagd hoe zij hun vlucht hebben ervaren, ze ondergaan gewoon het lot dat ook hun ouders wordt toebedeeld. Ook wordt hun schoolloopbaan te weinig in rekening gebracht.'

'Ja, er is een omzendbrief die zegt dat kinderen niet mogen worden uitgewezen tussen de paas- en de zomervakantie. Dat is geen wet, maar een soort 'gunstmaatregel'. Deze geldt enkel wanneer de beslissing tot uitwijzing in datzelfde jaar is genomen. Viel de beslissing eerder, dan kan de uitwijzing wel in het laatste trimester. En het gebeurt ook geregeld. Wij zijn al vaker gecontacteerd door scholen die zo'n geval voorhebben en verontwaardigd reageren.'

'België is al meermaals terechtgewezen door internationale organen, zoals het VN-comité voor de rechten van het kind. Kinderen zonder status zijn ook gewoon kinderen die alle voordelen moeten genieten van de bescherming die het Kinderrechtenverdrag hen toekent. Wat dat betreft gaat België voor een minimale invulling, terwijl een welvarend land als het onze vanuit zijn lange mensenrechtentraditie ook voor een maximale bescherming zou kunnen kiezen', aldus de Vlaamse kinderrechtencommissaris.

Ze dringt erop aan dat het beleid sluitender en transparanter zou worden. 'Het moet meer zekerheid bieden voor de kinderen. Voor asieldossiers moet de gewenste afhandelingstermijn van één jaar wettelijk verankerd worden. Indien de procedure langer dan een jaar aansleept, moeten gezinnen financiële hulp krijgen.'

Kinderen zouden van het kinderrechtencommissariaat recht op regularisatie krijgen van zodra ze drie jaar in het land zijn: 'Dat lijkt ons een redelijke termijn. Er zijn hier intussen zoveel kinderen die al langer in ons land verblijven, die hier meer dan de helft van hun leven, of hun hele leven hebben doorgebracht. Een kind dat acht is, en zes jaar geleden met zijn ouders hier aankwam, kent niets anders. Dat is niet te vergelijken met een 28-jarige die zes jaar geleden in België arriveerde. Een beleid moet dat in rekening brengen, samen met de schoolloopbaan en de toekomstkansen van de kinderen.'

'Het is toch vreemd dat een land aan de ene kant zegt beroepskrachten uit het buitenland nodig te zullen hebben, en aan de andere kant kinderen zonder status uitwijst. Kinderen die hier eerst wel een opleiding genieten en al geïntegreerd zijn.'

In deze visie zouden gezinnen zonder papieren beter af zijn dan kinderlozen zonder status? Vandekerckhove: 'Goed, maar u en ik krijgen ook kindergeld omdat we kinderen hebben. Dat is geen discriminatie. Dat fenomeen doet zich maar voor wanneer mensen in een gelijke situatie ongelijk behandeld worden, en dat is in ons land zo voor kinderen zonder papieren, die gediscrimineerd worden ten aanzien van andere kinderen.'

Uitwijzen of niet: het blijft een lastige kwestie. Getuige daarvan de media-aandacht voor Angelica en eerder voor Tiko, en de weigering van diverse burgemeesters om uitwijzingsbevelen over te maken aan gezinnen op hun grondgebied. Vandekerckhove: 'We moeten realistisch blijven. Ik spreek me niet tegen uitwijzing uit. Bij een asielbeleid hoort ook een uitwijzingsbeleid. Maar er leven zoveel illegalen in België en wie daarvan wordt opgepakt en wie niet, lijkt nu te arbitrair, te toevallig. Een beetje zoals een vogelpik.'

Ze zegt te begrijpen waarom minister Patrick Dewael de afgelopen jaren geen contact wilde met gezinnen die hun uitwijzing aanvochten: 'Van al mijn ervaringen als kinderrechtencommissaris ben ik het meest getroffen door mijn bezoeken aan de gesloten centra, waar kinderen doelloos door de gangen zwerven. Een jongetje van acht, dat mij niet kende, klampte me aan: "Mevrouw, mevrouw, wat doe ik hier? Want het is juni en ik heb toetsen!" Dat was een door-en-door Vlaams kind. Ik durfde hem niet te zeggen dat ik de kinderrechtencommissaris was want ik had geen antwoord voor hem. Je zou voor minder een nacht lang wakker liggen.'

Daarom moet regularisatie voor de kinderrechtencommissaris liefst worden toevertrouwd aan een commissie, die sluitende en objectievere criteria hanteert en daar helder over communiceert. 'Dit is niet iets wat je op de schouders van één man moet laden.'